BOVENSTE EXTREMITEIT EN CERVICOTHORACALE
REGIO: PRAKTIJK
Inhoudstabel
LES 1: ANAMNESE EN K.O. VAN DE CERVICOTHORACALE REGIO ................................................................ 2
SCREENING .................................................................................................................................................... 6
SCREENING MINI CASUSSEN: PLUIS/NIET-PLUIS ....................................................................................... 6
SCREENING ................................................................................................................................................. 8
AFO - CWK ................................................................................................................................................ 10
AFO - TWK ................................................................................................................................................ 11
Oriënterend onderzoek ........................................................................................................................... 12
LES 2: PASSIEF SEGMENTAAL FUNCTIE ONDERZOEK VAN CWK ................................................................ 13
LES 3: MUSCULAIR ONDERZOEK & BEHANDELING .................................................................................... 16
STRETCHING ............................................................................................................................................. 16
TRIGGERPOINTS ....................................................................................................................................... 19
SNAGs....................................................................................................................................................... 23
LES 4: BEHANDELING NEKPIJN GRAAD II .................................................................................................... 24
LES 5: NEUROMUSCULAIR ONDERZOEK ..................................................................................................... 28
LES 6: NEUROMUSCULAIRE BEHANDELING ................................................................................................ 33
LES 7: ONDERZOEK EN BEHANDELING CTO ................................................................................................ 35
REGIONAAL FUNCTIEONDERZOEK ........................................................................................................... 35
CTO: MANUELE BEHANDELINGSTECHNIEKEN ......................................................................................... 36
MANUELE BEHANDELINGSTECHNIEKEN: RIB 1 ........................................................................................ 37
LES 8: ONDERZOEK TWK ............................................................................................................................. 38
ONDERZOEK TWK: T4-T12 ....................................................................................................................... 38
ONDERZOEK RIBBEN ................................................................................................................................ 39
MINI-CASUSSEN (hoe bouw je het onderzoek op?) ................................................................................ 41
LES 9: BEHANDELING TWK .......................................................................................................................... 42
MOBILISATIES TWK .................................................................................................................................. 42
BEHANDELING RIBBEN ............................................................................................................................. 42
LES 10: ONDERZOEK EN BEHANDELING HCWZ ........................................................................................... 45
LES 11: NEUROGEEN ONDERZOEK EN BEHANDELING CWK (GRAAD III) ................................................... 50
LES 12: CASUÏSTIEK ...................................................................................................................................... 57
1
,H. Meys
LES 1: ANAMNESE EN K.O. VAN DE CERVICOTHORACALE REGIO
1. Waaruit bestaat de screening?
• Aanmelding
• Inventarisatie van de hulpvraag
• Pluis/niet-pluis
• Informeren en adviseren over de bevindingen van het screeningsproces
2. Wat is “inventarisatie van de hulpvraag”?
• Is het een concrete hulpvraag?
• Bevat het de belangrijkste klachten/problemen in functioneren?
• Wat zijn de doelstellingen en verwachtingen?
• Evt. medische gegevens
3. A.d.h.v. welke factoren worden de functioneringsproblemen en beloop van de klachten
gescreend?
• Lokalisatie en aard van de klacht (ICF)
• Bewegings-/ houdingsafhankelijkheid
• Ernst (bewoording van de pt.)
• Beloop in functie van te verwachten natuurlijk herstel
4. Wat zijn mogelijke GENERIEKE rode vlaggen tijdens de screening?
• Onbegrepen tekenen of symptomen na een (recent) trauma
• Koorts (langere tijd en onverklaarbaar)
• Recent gewichtsverlies (>5kg/ en onverklaarbaar)
• Langdurig gebruik corticosteroïden (niet persé een rode vlag maar wel mee opletten!)
• Constante pijn die niet afneemt in rust of bij verandering van positie
• Voorgeschiedenis van maligniteit (vb. beginnende kanker)
• Nachtelijke pijn, niet beïnvloedbaar door bewegingen/houdingen
• Uitgebreide neurologische tekenen en symptomen
5. Wat zijn mogelijke REGIO SPECIFIEKE rode vlaggen tijdens de screening?
• Spinale fracturen
- Vaak na bv. koproltrauma, kop-staartbotsing…
- Gebruik C-SPINE rule*! (of NEXUS)
• Tekenen van ruggenmerg compressie
• Neoplastische aandoeningen
• Vasculaire aandoeningen:
- Vb.: A. Vertebralis → hoofdpijn
• Systeem-/inflammatoire aandoeningen
• Hoog cervicale ligamentaire instabiliteit:
- Vage klachten vb.:
▪ Tintelingen aangezicht
▪ Hoofdpijn
▪ Klachten tijdens neerliggen
2
,H. Meys
6. Wat is de C-Spine rule*?
• Canadese tool die klinisch een cervicale wervelfractuur (Cervical Spine Injury, CSI) kan
uitsluiten zonder beeldvorming
• Hoog risico = Beeldvorming laten nemen
• Laag risico = Geen beeldvorming nodig
• = Zeer sensitief (99%)
7. Wat zijn de voorwaarden van de C-spine rule?
• Pt moet alert en coöperatief zijn (Glasgow Coma Scale, GCS > 15)
• Lft > 16
• Geen acute paralyse aanwezig
• Geen voorgaand cervicale WZ ingreep
8. Hoe verloopt de Canadian C-Spine Rule?
9. Wat is NEXUS?
• = National Emergency X-radiography Utilization Study
• 5 criteria waaraan voldaan moet worden om geen RX cervicaal te moeten afnemen
10. Welke 5 criteria moeten voldaan zijn bij NEXUS?
• Afwezigheid van gevoeligheid posterieur midcervicale lijn
• Geen bewijs van intoxicatie
• Normaal niveau van alertheid/bewustzijn
• Geen focaal neurologisch deficit
• Geen pijnlijk afleidend letsel:
- Vb.: pijn in de heup verbergt pijn in de nek (mogelijks gemiste fractuur)
3
, H. Meys
11. Wat is cervicale myelopathie?
• = Compressie ruggenmerg in spinaal kanaal
• Aanwezigheid van neurologische tekenen
12. Wat zijn mogelijke oorzaken van cervicale myelopathie?
• Degeneratieve veranderingen intervertebrale disci
• Hypertrofie/ossificatie ligamenten:
- Lig. flavum
- Lig. longitudinale posteroir
- Osteofietvorming
13. Wat zijn de symptomen van cervicale myelopathie?
• Sensorische stoornissen handen
• Verstoorde gang
• Balans “unsteadiness”
• Verminderde kracht en spieratrofie
• Verstoorde darm- en blaasfunctie
14. Welke arteriën liggen mogelijks aan de oorzaak van cervicale arteriële dysfunctie?
• Anterieur: A. carotis interna
• Posterieur: A. vertebrobasilaris
• Kan verward worden met craniocervicale pijn
15. Wat wordt er bevraagd in de anamnese bij cervicale arteriële dysfunctie?
• Hoge bloeddruk
• Verhoogde cholesterol waarden
• Diabetes
• Roken
• Infecties
• Abnormaliteiten in bloedstolling
• Direct bloedvat trauma
16. WAAR/ONWAAR: Premanipulatieve testing is niet valide bij cervicale arteriële dysfunctie.
• WAAR
17. Wanneer gebeurt er screening bij klinische cervicale instabiliteit?
• In geval van:
- Val
- Stomp trauma
- Auto ongeval
- Co-morbiditeit van: reumatoïde artritis, Down syndroom, ankyloserende spondylitis
- Langdurig gebruik van anticonceptie of corticosteroïden
18. Wat is typisch aan de klachten bij cervicale instabiliteit?
• Treden op bij het uitvoeren van simpele zaken
4