Inleiding
ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) is een
gedragsdiagnose kenmerkt zich door drie kernsymptonen:
- Aandachtstekortstoornis
- Hyperactiviteits- en impulsiviteitsstoornis
Het is een stoornis met een erg hoge comorbiditeit (= als een
patiënt twee of meer stoornissen of aandoeningen tegelijkertijd
heeft).
Er is geen behandeling die de stoornis geneest, maar een goede
begeleiding en behandeling kan het gedrag normaliseren en de
prognose sterk verbeteren. Omdat het een chronische stoornis
betreft, is een een langdurige behandeling van begeleiding nodig.
ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en kan op
alle leeftijden worden vastgesteld.
1.1 Klinisch beeld
1.1.1 DSM 5-criteria
DSM5-criteria:
A. Een persisterend patroon van aandachtstekortkoming en/of
hyperactiviteit-impulsiviteit dat
interfereert met het functioneren of de ontwikkeling, zoals gekenmerkt door (1) en/of (2). (=
symptooncriterium).
B. Verschillende symptonen voor 12 jaar (= leeftijdscriterium).
C. Verschillende symptonen in meer dan één context (= contextcriterium).
D. Duidelijk verminderde kwaliteit van leven in sociaal, schools en werk gerelateerd functioneren (=
beperkingscriterium).
E. Symptonen zijn niet het gevolg van een andere stoornis (= ‘het andere stoornissen’ criterium).
(1) Aandachtstekortstoornis
Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest
in een mate die niet consistent is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed heeft op
sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten. Bij oudere adolescenten en volwassenen (17 jaar
en ouder) moeten aan minstens vijf symptonen voldoen.
De betrokkene:
A. Slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in
schoolwerk, werk, of bij andere activiteiten
B. Heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
C. Lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
1
, D. Volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken
of verplichtingen op het werk na te komen (niet als gevolg van oppositioneel gedrag of van
het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen)
E. Heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
F. Vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een
langdurige geestelijke inspanning vereisen (zoals school- of huiswerk)
G. Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed,
huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
H. Wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
I. Is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden
(2) Hyperactiviteits- en impulsiviteitsstoornis
Zes (of meer) van de volgende symptomen zijn gedurende minstens zes maanden aanwezig geweest
in een mate die niet consistent is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed heeft op
sociale en schoolse of beroepsmatige activiteiten. Bij oudere adolescenten en volwassenen (17 jaar
en ouder) moeten aan minstens vijf symptonen voldoen.
De betrokkene: (zwarte tekst = hyperactiviteit; blauwe tekst = impulsiviteit).
A. Beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn stoel
B. Staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats
blijft zitten
C. Rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of
volwassenen kan dit beperkt zijn tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
D. Kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
E. Is vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’
F. Praat vaak aan een stuk door
G. Gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn
H. Heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten
I. Verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld zich mengen in
gesprekken of spelletjes)
Presentatiewijzen:
- Gecombineerd beeld (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteitsstoornis)
Als gedurende de afgelopen zes maanden voldaan is aan zowel criterium A1
(aandachtstekort) als criterium A2 (hyperactiviteit-impulsiviteit).
- Overwegend aandachtstekortstoornis (onaandachtige presentatie; ADD)
Als gedurende de afgelopen zes maanden voldaan is aan criterium A1 (aandachtstekort),
maar niet aan criterium A2 (hyperactiviteit-impulsiviteit).
- Overwegend hyperactief-impulsief beeld
Als gedurende de afgelopen zes maanden voldaan is aan criterium A2
(hyperactiviteitimpulsiviteit), maar niet aan criterium A1 (aandachtstekort).
2