BSM Samenvatting
Paragraaf 3
Extrinsieke motivatie = De drijfveren komen meer of minder van buiten de persoon.
Intrinsieke motivatie = De verlangen komt uit de persoon zelf.
Factoren waarom mensen wel of niet gaan sporten;
● Sociale omgeving; Mensen die invloed op je kunnen hebben.
● Tijdsinvestering; Bijvoorbeeld teamsport op hoog niveau kost veel tijd.
● Maximaal presteren; Bijvoorbeeld hoog niveau sporten, en bewust kiest om veel te
gaan trainen om een bepaald doel te bereiken.
● Gezelligheid; Bijvoorbeeld nieuwe mensen leren kennen → Socialisering.
● Binnen of buiten sporten.
● De bepaalde kosten voor het sporten.
Veel mensen beleven plezier aan beweeg- of sportparticipatie. Er zijn redenen om te gaan
sporten bijvoorbeeld dat je eigen omgeving een belangrijke rol speelt. Dit kan op vele
manieren bepaald worden: - Fysiek: Aanwezigheid van clubs.
Sociaal: Deel uitmaken van een groep.
Democratiserende functie van sport:
hier wordt het afbreken van machtsverhoudingen en verschillen mee bedoeld
Afkomst:
Er komen veel mensen naar ons land om een toekomst te bouwen. Sport moet verschillende
bevolkingsgroepen samenbrengen. → Sport verbroedert.
Geslacht:
Bijna elke sport is toegankelijk voor mannen en vrouwen. Er zijn nog enkele kleine
verschillen bijvoorbeeld → Honkbal voor mannen en softbal voor vrouwen.
Er zijn nog steeds landen waar vrouwen bijna niet mogen deelnemen aan politiek, onderwijs
of arbeid. Laat staan dat ze mogen sporten.
Mannen hebben meer spierontwikkeling en zijn meestal langer, deze verschillen bepalen
meestal dat mannen en vrouwen onderling een eigen wedstrijd hebben. Er zijn ook een paar
uitzonderingen: Springen - Dressuur - Korfbal → Hierin mogen mannen geen vrouwen
verdedigen → Dus niet gemengd.
De media is voornamelijk gericht op de mannensport, hierdoor krijgt de vrouwensport minder
inkomsten. Maar bij tennis komen de geldbedragen voor mannen en vrouwen dichter bij
elkaar.
Persoonlijke factoren:
Paragraaf 3
Extrinsieke motivatie = De drijfveren komen meer of minder van buiten de persoon.
Intrinsieke motivatie = De verlangen komt uit de persoon zelf.
Factoren waarom mensen wel of niet gaan sporten;
● Sociale omgeving; Mensen die invloed op je kunnen hebben.
● Tijdsinvestering; Bijvoorbeeld teamsport op hoog niveau kost veel tijd.
● Maximaal presteren; Bijvoorbeeld hoog niveau sporten, en bewust kiest om veel te
gaan trainen om een bepaald doel te bereiken.
● Gezelligheid; Bijvoorbeeld nieuwe mensen leren kennen → Socialisering.
● Binnen of buiten sporten.
● De bepaalde kosten voor het sporten.
Veel mensen beleven plezier aan beweeg- of sportparticipatie. Er zijn redenen om te gaan
sporten bijvoorbeeld dat je eigen omgeving een belangrijke rol speelt. Dit kan op vele
manieren bepaald worden: - Fysiek: Aanwezigheid van clubs.
Sociaal: Deel uitmaken van een groep.
Democratiserende functie van sport:
hier wordt het afbreken van machtsverhoudingen en verschillen mee bedoeld
Afkomst:
Er komen veel mensen naar ons land om een toekomst te bouwen. Sport moet verschillende
bevolkingsgroepen samenbrengen. → Sport verbroedert.
Geslacht:
Bijna elke sport is toegankelijk voor mannen en vrouwen. Er zijn nog enkele kleine
verschillen bijvoorbeeld → Honkbal voor mannen en softbal voor vrouwen.
Er zijn nog steeds landen waar vrouwen bijna niet mogen deelnemen aan politiek, onderwijs
of arbeid. Laat staan dat ze mogen sporten.
Mannen hebben meer spierontwikkeling en zijn meestal langer, deze verschillen bepalen
meestal dat mannen en vrouwen onderling een eigen wedstrijd hebben. Er zijn ook een paar
uitzonderingen: Springen - Dressuur - Korfbal → Hierin mogen mannen geen vrouwen
verdedigen → Dus niet gemengd.
De media is voornamelijk gericht op de mannensport, hierdoor krijgt de vrouwensport minder
inkomsten. Maar bij tennis komen de geldbedragen voor mannen en vrouwen dichter bij
elkaar.
Persoonlijke factoren: