Samenvatting ODW 1
Hoofdstuk 1: personen met een verstandelijke beperking
De studenten Bespreken de evolutie in het denken rond personen met
verstandelijke beperkingen doorheen de jaren tot aan de paradigma-
omslag van de jaren 1990
Personen met een verstandelijke beperking mochten in … :
- Oudheid: in het geheim blijven leven
- Middeleeuwen: werden PVB gebruikt worden als hofnar
- Begin 19de eeuw: freakshows
Na de paradigma omslag van 1990 ontstaan er nieuwe concepten:
- Emancipatie/empowerment: de mensen hebben de kracht geven om
voor zichzelf op te komen en voor hun rechten.
- Inclusie: je maakt deel uit van de samenleving. De maatschappij past
zich aan de persoon met een beperking
- Disability studies: zorgt ervoor dat we anders staan t.o.v. mensen met
een beperking. Kijken welke rechten voor mensen met een beperking
worden geschonden of gerespecteerd.
- Quality of life (QOL): gelijkwaardigheid bij enerzijds personen zonder
een beperking als anderzijds personen met een beperking.
Verschillende pioniers die voor de paradigma shift hebben gezorgd voor
personen met een beperking:
- Pinel (1745-1826): deed een eerste beschrijving van psychiatrische
ziektebeelden nosographie des maladies mentales.
- Esquirol (1820): was een leerling van Pinel en voerde de term ‘idiote’
in 1820. Hij was directeur van La Salpétriere het had als doel om
bedelaars en marginalen door verplicht te laten verblijven.
- Itard (1774-1838): werkte met de wilde van Averyon en bracht het
eerste pedagogisch boek uit.
- Seguin (1812-1880): zette het werk van Itard verder en richtte een
school op voor idioten.
Er waren ook enkele pioniers in Vlaanderen:
- Kanunnik Triest (1760-1836): oprichter van de Zusters en Broeders
van liefde
- Dr. Guislain ( 1797-1860): hoofdgeneesheer, hij zei dat psychiatrische
problemen veroorzaakt werden door storingen in de gemoedstoestand.
De eerste inrichting kwam er in 1850. Een Zwitserse arts Guggenbühl richtte
een instelling op in Interlaken. Hij baseerde zich op de Duitse natuurfilosofie,
deze filosofie zei dat de mens zelf nooit beperkt kan worden, maar de ziel van
de mens kan wel onvolkomenheden tonen.
Pagina 1 van 55
, De studenten Beschrijven de functie en de historiek van de AAIDD
Eerste was er de AAMR (American Association on Mental Retardation). Deze
werd in 2007 vervangen door de AAIDD (American Association on Intellectual
and Developmental Disabilities). De AAIDD is een organisatie die op geregelde
tijdstippen een overzicht maakt van bestaande kennis over verstandelijke
beperking.
De naamsveranderingen van AAMR AAIDD, kwam zodat de term minder
aanstootgevend is voor de personen met een verstandelijke beperking. Het zou
op het belang wijzen dat een verstandelijke beperking wijst op functioneel
gedrag in bepaalde contextuele factoren.
De studenten Leggen aan de hand van de begrippen integratie,
normalisatie, Goffman welk
twee verschillende visies ontstaan in het orthopedagogische
werkveld, na
1950.
Normalisatie denken: alle personen met een verstandelijke beperking
moeten in levensomstandigheden worden gebracht die zo dicht mogelijk bij de
gewone levensomstandigheden van de maatschappij benaderen.
Integratie: personen met een verstandelijke beperking kunnen één worden
met de ‘normale’ bevolkingsgroep. Normalisatie denken is een werkinstrument
om integratie te bekomen.
De studenten bespreken de begrippen quality of life, empowerment,
inclusie, disability
studies
Emancipatie/empowerment: de mensen hebben de kracht geven om
voor zichzelf op te komen en voor hun rechten.
Inclusie: je maakt deel uit van de samenleving. De maatschappij past
zich aan de persoon met een beperking.
Disability studies: zorgt ervoor dat we anders staan t.o.v. mensen met
een beperking. Kijken welke rechten voor mensen met een beperking
worden geschonden of gerespecteerd.
Quality of life (QOL): gelijkwaardigheid bij enerzijds personen zonder
een beperking als anderzijds personen met een beperking.
De studenten Bespreken waarom de opvallende vernieuwingen in de
definitie van verstandelijke beperking van de AAIDD van 1992 tekenen
zijn van een paradigma-verschuiving in de orthopedagogiek
De nieuwe definitie van verstandelijke beperking
Een verstandelijke beperking(1) verwijst naar een
functioneringsprobleem die worden gekenmerkt door significante
beperkingen in zowel het intellectueel functioneren(2) als in het
adaptief gedrag(3). De functioneringsproblemen ontstaan voor de
leeftijd van 18 jaar (4).
1. Beperking: het zijn vooral beperkingen in het individueel functioneren
in een bepaalde context waar men verwachtingen heeft.
2. Intellectueel functioneren:
Pagina 2 van 55
, - (abstract) denken
- Oplossen van problemen
- Leren
- Vat krijgen op complexe ideeën
- Gebruik maken van eigen ervaringen om te leren
3. Adaptief gedrag: conceptuele, sociale en praktische vaardigheden die
nodig zijn om te overleven in alledaagse problemen.
4. Voor de leeftijd van 18 jaar: een verstandelijke beperking is anders
dan een verworven beperking. Het is een ontwikkelingsstoornis. In de
westerse samenleving ontwikkelen de kinderen tot de leeftijd van 18
jaar.
Er is een paradigmaverschuiving want:
- Een verstandelijke beperking is geen persoonskenmerk, maar een
gevolg van een complex samenspel tussen mogelijkheden en
beperkingen van een persoon met de eisen van de omgeving.
- Aandacht voor de kwaliteit van de context waarin personen met
een verstandelijke beperking leven
- Ondersteuning als centraal concept.
De studenten lichten de vijf belangrijke vooronderstellingen toe om te
werken met het ondersteunings-en classificatiesysteem van de AAIDD
en de nieuwe definitie van personen met een verstandelijke beperking
1. Context gebonden verwachtingen:
We zullen iemand altijd beoordelen in vergelijking let de
verwachtingspatronen vanuit zijn/haar context en ten aanzien van
zijn/haar leeftijdsgroep binnen een typische omgeving.
2. Culturele diversiteit:
We moeten oog hebben voor de taal, de gewoontes van mensen die
deelnemen aan het diagnostisch proces. We geven kinderen en jongeren
een eerlijke kans om te laten zien wat ze wel/niet aan kunnen.
3. Beperkingen en mogelijkheden op vlak van 5 dimensies:
De sterkte – zwakte analyse:
- Intellectueel functioneren
- Vaardigheden in adaptief gedrag
- Participatie, interactie
- Gezondheid
- Context
4. Niet zomaar testen:
Iemands beperking wordt enkel geïnventariseerd als men ook van plan is
om een ondersteuningsplan uit te werken.
Pagina 3 van 55
, De studenten beschrijven het theoretisch model waarop het
ondersteunings-en classificatiesyteem van de AAIDD is gebaseerd
op basis van de sterktes en
zwaktes kunnen we het
functioneren bepalen, we kunne
dan ook de ondersteuning
bepalen.
Dit is een continu proces:
als de ondersteuning
werkt veranderingen in
het functioneren dan
pas weer de
ondersteuning aanpassen.
De studenten bespreken grondig de drie stappen in het
ondersteunings- en classificatiesysteem voor personen met een
verstandelijke beperking
Stap 1: beeldvorming
Gebeurt via de sterkte en zwakte analyse op basis van verschillende
dimensies:
- Intellectueel functioneren:
Meer dan enkel het schools leren, ook leren uit eigen ervaringen en
gebeurtenissen en hier op gelijkaardige situaties
adequaat reageren.
Meetinstrumenten:
- IQ (is minderen betrouwbaar)
- Gardner kiest voor ‘multipele intelligentie).
Mensen hebben verschillende vaardigheden
die ze kunnen inzetten om te overleven in
de complexe samenleving.
- Adaptieve vaardigheden
Er zijn drie grote domeinen:
- Conceptueel adaptief gedrag: taal: lezen en schrijven, gebruik
van geld, zelfbepaling,…)
- Sociaal adaptief gedrag: interpersoonlijke vaardigheden,
verantwoordelijkheid
- Praktisch adaptief gedrag: eten, mobiliteit, aankleden, ..)
deze drie domeinen zin onderling verbonden met elkaar, als één
domein faalt dan is de kans groot dat de andere twee domeinen
ook zullen falen
Pagina 4 van 55
Hoofdstuk 1: personen met een verstandelijke beperking
De studenten Bespreken de evolutie in het denken rond personen met
verstandelijke beperkingen doorheen de jaren tot aan de paradigma-
omslag van de jaren 1990
Personen met een verstandelijke beperking mochten in … :
- Oudheid: in het geheim blijven leven
- Middeleeuwen: werden PVB gebruikt worden als hofnar
- Begin 19de eeuw: freakshows
Na de paradigma omslag van 1990 ontstaan er nieuwe concepten:
- Emancipatie/empowerment: de mensen hebben de kracht geven om
voor zichzelf op te komen en voor hun rechten.
- Inclusie: je maakt deel uit van de samenleving. De maatschappij past
zich aan de persoon met een beperking
- Disability studies: zorgt ervoor dat we anders staan t.o.v. mensen met
een beperking. Kijken welke rechten voor mensen met een beperking
worden geschonden of gerespecteerd.
- Quality of life (QOL): gelijkwaardigheid bij enerzijds personen zonder
een beperking als anderzijds personen met een beperking.
Verschillende pioniers die voor de paradigma shift hebben gezorgd voor
personen met een beperking:
- Pinel (1745-1826): deed een eerste beschrijving van psychiatrische
ziektebeelden nosographie des maladies mentales.
- Esquirol (1820): was een leerling van Pinel en voerde de term ‘idiote’
in 1820. Hij was directeur van La Salpétriere het had als doel om
bedelaars en marginalen door verplicht te laten verblijven.
- Itard (1774-1838): werkte met de wilde van Averyon en bracht het
eerste pedagogisch boek uit.
- Seguin (1812-1880): zette het werk van Itard verder en richtte een
school op voor idioten.
Er waren ook enkele pioniers in Vlaanderen:
- Kanunnik Triest (1760-1836): oprichter van de Zusters en Broeders
van liefde
- Dr. Guislain ( 1797-1860): hoofdgeneesheer, hij zei dat psychiatrische
problemen veroorzaakt werden door storingen in de gemoedstoestand.
De eerste inrichting kwam er in 1850. Een Zwitserse arts Guggenbühl richtte
een instelling op in Interlaken. Hij baseerde zich op de Duitse natuurfilosofie,
deze filosofie zei dat de mens zelf nooit beperkt kan worden, maar de ziel van
de mens kan wel onvolkomenheden tonen.
Pagina 1 van 55
, De studenten Beschrijven de functie en de historiek van de AAIDD
Eerste was er de AAMR (American Association on Mental Retardation). Deze
werd in 2007 vervangen door de AAIDD (American Association on Intellectual
and Developmental Disabilities). De AAIDD is een organisatie die op geregelde
tijdstippen een overzicht maakt van bestaande kennis over verstandelijke
beperking.
De naamsveranderingen van AAMR AAIDD, kwam zodat de term minder
aanstootgevend is voor de personen met een verstandelijke beperking. Het zou
op het belang wijzen dat een verstandelijke beperking wijst op functioneel
gedrag in bepaalde contextuele factoren.
De studenten Leggen aan de hand van de begrippen integratie,
normalisatie, Goffman welk
twee verschillende visies ontstaan in het orthopedagogische
werkveld, na
1950.
Normalisatie denken: alle personen met een verstandelijke beperking
moeten in levensomstandigheden worden gebracht die zo dicht mogelijk bij de
gewone levensomstandigheden van de maatschappij benaderen.
Integratie: personen met een verstandelijke beperking kunnen één worden
met de ‘normale’ bevolkingsgroep. Normalisatie denken is een werkinstrument
om integratie te bekomen.
De studenten bespreken de begrippen quality of life, empowerment,
inclusie, disability
studies
Emancipatie/empowerment: de mensen hebben de kracht geven om
voor zichzelf op te komen en voor hun rechten.
Inclusie: je maakt deel uit van de samenleving. De maatschappij past
zich aan de persoon met een beperking.
Disability studies: zorgt ervoor dat we anders staan t.o.v. mensen met
een beperking. Kijken welke rechten voor mensen met een beperking
worden geschonden of gerespecteerd.
Quality of life (QOL): gelijkwaardigheid bij enerzijds personen zonder
een beperking als anderzijds personen met een beperking.
De studenten Bespreken waarom de opvallende vernieuwingen in de
definitie van verstandelijke beperking van de AAIDD van 1992 tekenen
zijn van een paradigma-verschuiving in de orthopedagogiek
De nieuwe definitie van verstandelijke beperking
Een verstandelijke beperking(1) verwijst naar een
functioneringsprobleem die worden gekenmerkt door significante
beperkingen in zowel het intellectueel functioneren(2) als in het
adaptief gedrag(3). De functioneringsproblemen ontstaan voor de
leeftijd van 18 jaar (4).
1. Beperking: het zijn vooral beperkingen in het individueel functioneren
in een bepaalde context waar men verwachtingen heeft.
2. Intellectueel functioneren:
Pagina 2 van 55
, - (abstract) denken
- Oplossen van problemen
- Leren
- Vat krijgen op complexe ideeën
- Gebruik maken van eigen ervaringen om te leren
3. Adaptief gedrag: conceptuele, sociale en praktische vaardigheden die
nodig zijn om te overleven in alledaagse problemen.
4. Voor de leeftijd van 18 jaar: een verstandelijke beperking is anders
dan een verworven beperking. Het is een ontwikkelingsstoornis. In de
westerse samenleving ontwikkelen de kinderen tot de leeftijd van 18
jaar.
Er is een paradigmaverschuiving want:
- Een verstandelijke beperking is geen persoonskenmerk, maar een
gevolg van een complex samenspel tussen mogelijkheden en
beperkingen van een persoon met de eisen van de omgeving.
- Aandacht voor de kwaliteit van de context waarin personen met
een verstandelijke beperking leven
- Ondersteuning als centraal concept.
De studenten lichten de vijf belangrijke vooronderstellingen toe om te
werken met het ondersteunings-en classificatiesysteem van de AAIDD
en de nieuwe definitie van personen met een verstandelijke beperking
1. Context gebonden verwachtingen:
We zullen iemand altijd beoordelen in vergelijking let de
verwachtingspatronen vanuit zijn/haar context en ten aanzien van
zijn/haar leeftijdsgroep binnen een typische omgeving.
2. Culturele diversiteit:
We moeten oog hebben voor de taal, de gewoontes van mensen die
deelnemen aan het diagnostisch proces. We geven kinderen en jongeren
een eerlijke kans om te laten zien wat ze wel/niet aan kunnen.
3. Beperkingen en mogelijkheden op vlak van 5 dimensies:
De sterkte – zwakte analyse:
- Intellectueel functioneren
- Vaardigheden in adaptief gedrag
- Participatie, interactie
- Gezondheid
- Context
4. Niet zomaar testen:
Iemands beperking wordt enkel geïnventariseerd als men ook van plan is
om een ondersteuningsplan uit te werken.
Pagina 3 van 55
, De studenten beschrijven het theoretisch model waarop het
ondersteunings-en classificatiesyteem van de AAIDD is gebaseerd
op basis van de sterktes en
zwaktes kunnen we het
functioneren bepalen, we kunne
dan ook de ondersteuning
bepalen.
Dit is een continu proces:
als de ondersteuning
werkt veranderingen in
het functioneren dan
pas weer de
ondersteuning aanpassen.
De studenten bespreken grondig de drie stappen in het
ondersteunings- en classificatiesysteem voor personen met een
verstandelijke beperking
Stap 1: beeldvorming
Gebeurt via de sterkte en zwakte analyse op basis van verschillende
dimensies:
- Intellectueel functioneren:
Meer dan enkel het schools leren, ook leren uit eigen ervaringen en
gebeurtenissen en hier op gelijkaardige situaties
adequaat reageren.
Meetinstrumenten:
- IQ (is minderen betrouwbaar)
- Gardner kiest voor ‘multipele intelligentie).
Mensen hebben verschillende vaardigheden
die ze kunnen inzetten om te overleven in
de complexe samenleving.
- Adaptieve vaardigheden
Er zijn drie grote domeinen:
- Conceptueel adaptief gedrag: taal: lezen en schrijven, gebruik
van geld, zelfbepaling,…)
- Sociaal adaptief gedrag: interpersoonlijke vaardigheden,
verantwoordelijkheid
- Praktisch adaptief gedrag: eten, mobiliteit, aankleden, ..)
deze drie domeinen zin onderling verbonden met elkaar, als één
domein faalt dan is de kans groot dat de andere twee domeinen
ook zullen falen
Pagina 4 van 55