Leerdoelen
- Verslavende middelen indelen in psychostimulantia, psycholeptica
en trippers (uppers, downers en trippers)
- Vitale effecten van hoge dosering van psychostimulantia beschrijven
- De overdosering en onthoudingsverschijnselen van psycholeptica
beschrijven
- Kenmerken van psychose beschrijven
Verschil tussen een waan en hallucinatie
- Waan: Kan een ander ook zien maar de interpretatie van de persoon
in een waan is anders
- Hallucinatie: Iets wat enkel de persoon met een hallucinatie kan zien
Definities
Afhankelijkheid: Persoon heeft moeite met staken middel
Lichamelijk: Optreden onthoudingsverschijnselen welke verdwijnen na
nemen middel
Geestelijk: sterk verlangen naar een gedragingen die erop gericht zijn om
middel te verkrijgen (prikkelbaar/rusteloosheid)
Misbruik: Als werken, studeren, sociaal functioneren niet meer lukt en/of
gebruiker in aanraking komt met justitie of veroorzaakt fysiek gevaar door
middelen gebruik
Verslaving: geen controle meer over gebruik middelen en of over bepaald
gedrag
Risicofactoren voor afhankelijkheid
- Genetische kwetsbaarheid
- Stressvolle gebeurtenissen
- Psychiatrische aandoeningen
- Groepsdruk
- Beschikbaarheid van middelen
,Fases verslavingsproces
- 1e experimenteel gebruik
- 2e recreatief gebruik
- Dit doen mensen voor een positief gevoel
- 3 gewoonte gebruik
e
- Gebruik om je normaal te voelen
- Problematisch gebruik
- 5e allesoverheersende verslaving
- Negatief gevoel
Criteria verslaving DSM5
- Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan je van plan was
- Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen
- Verkrijgen/gebruiken of herstellen van gebruik middel kost veel tijd
- Sterk verlangen om te gebruiken
- Door gebruik tekortschieten op werk/school/thuis
- Blijven gebruiken ondanks dat dit problemen geeft op
sociale/relationele vlak
- Door gebruik sterk verminderen/opgeven van werk/sociale
activiteiten/hobby’s
- Voortdurend gebruik zelfs bij persoonlijk gevaar
- Voortdurend gebruik ondanks weten dat dit lichamelijke/ psychische
problemen veroorzaakt
- Grote hoeveelheden nodig hebben om nog effect te voelen
- Optreden van onthoudingsverschijnselen die minder hevig worden
bij meer/weer gebruiken stof
Verschil harddrug en softdrug
- Harddrug: Stoffen met een onaanvaardbaar risico voor de
volksgezondheid. Ze kunnen snel leiden tot verslaving, ernstige
lichamelijke en psychische schade en zijn daarom streng verboden,
staan in de opiumwet
- Softdrug: Stoffen met een minder groot risico voor de
volksgezondheid. Ze kunnen nog steeds schadelijk zijn, maar
veroorzaken over het algemeen minder snel ernstige schade of
verslaving dan harddrugs. In Nederland geldt een gedoogbeleid
Hoe werken drugs
, - Neurotransmitters nadoen: Ontstaan signaal dat er normaal niet was
geweest
- Receptor blokkeren
- Afbraak of heropname neurotransmitter tegengaan
Niet elke drug werkt elke keer hetzelfde bij een persoon, en per persoon
kan het een ander effect opleveren
Indeling verslavende middelen
o.b.v. werking op de hersenen
Stimulerende drugs (Uppers) (Psychostimulantia)
- Geven energie: meer zin om te bewegen, praten of dansen
- Hartslag ↑, RR ↑, AH ↑, mydriasis, hypertonie
- VB: coke, speed, XTC en cafeïne (tabak)
Downers (pyscholeptica)
- Geven ontspanning en minder angst
- Hartslag ↓, RR ↓, AH ↓, miosis, hypotonie
- VB: alcohol, benzodiazepines, heroïne, opiaten (oxycodon en
fentanyl) en GBH
Psychedelica
- Wereld wordt tijdelijk anders beleeft
- VB: LSD, XTC, hasj en wiet, paddo’s, 2C-B en ayahuasca
Psychostimulantia (Uppers)
Coke, speed/amfetamine, XTC/MDMA, cafeïne, nicotine
- Cocaïne remt heropname dopamine en noradrenaline (serotonine)
- Blijft dus langer beschikbaar in de synaps spleet
- Amfetamines
- Verhogen afgifte dopamine en adrenaline
- Verminderen heropnamen dopamine en adrenaline
- Rem op afbraak dopamine en adrenaline
XTC geeft daarnaast ook toename serotonine
Dopamine en het brein
- Beinvloed je motivatie om dingen te ondernemen: zet aan tot actie
- Hoe je het leven ervaart, stemming en perceptie
- Het gevoel iets wel of niet te bereiken, beloning
, Dopamine wordt geremd door GABA
- Te veel dopamine: verstoring
cognitieve functies en gevoeligheid
voor psychose
- Te laag dopamine: verstoring
aansturing spieren, stijfheid, traag
bewegen
Na de piek van dopamine krijg je een crash,
die is even hoog als de piek. Dus hoe beter
je je voelt hoe erger je crash
Uppers (Psychostimulantia) effecten
Effect:
- Opwinding, kick
- Tremor
- Tachycardie, hypertensie
- Hyperthermie
- Pupilverwijding
- Hoofdpijn
- Coronair spasmen en cerebrale ischemie
- Gegeneraliseerde insulten
Onthouding:
- Dufheid
- Depressie
Risico’s coke (upper)
Korte termijn: men voelt geen vermoeidheid, honger, dorst
- Overbelasting/uitputting
- ↑ RR en HF, myocardinfarct
- CVA, convulsies
- Roekeloos gedrag, verkeer en seksueel
Lange termijn
- Verandering in persoonlijkheid
- Gewichtsverlies
- Oververmoeidheid
- Depressie
- Agressie en achterdocht
- Verminderd seksueel verlangen