Hf 1
Persoonlijkheid op drie niveaus:
- Individuele en groepsverschillen
- Menselijke natuur
- Individuele uniekheid ->
▪ Nomothetisch onderzoek -> vergelijkingen van individuen of groepen, waarvoor
steekproeven van proefpersonen nodig zijn om onderzoek op uit te voeren. Voor
universele menselijke kenmerken en individuele of groepsverschillen identificeren
▪ Idiografisch -> richt op één proefpersoon en gaat om algemene principes die zich in
de loop van de tijd in één leven manifesteren.
Persoonlijkheid is de verzameling psychologische eigenschappen en mechanismen binnen het
individu die georganiseerd en relatief blijvend zijn en die zijn of haar interacties met en
aanpassingen aan de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving beïnvloeden.
Psychologische eigenschappen zijn kenmerken die beschrijven hoe mensen van elkaar
verschillen.
Naast onze fysieke en sociale omgeving hebben we een intrapsychische omgeving.
Intrapsychisch betekent 'binnen de geest'. Vormt een belangrijk onderdeel van onze
psychologische realiteit.
6 kennisdomeinen over human nature:
1) Dispositioneel domein -> eigenschappen waarmee de persoon geboren wordt of die hij
ontwikkelt. Hoe eigenschappen verschillen van andere
2) Biologisch domein -> biologische systemen die gedrag en emoties produceren met behulp
van hersenen. Genetica, evolutie (functionele dingen ontwikkelt) en psychofysiologie
(basis van mentale processen)
3) Intrapsychisch domein -> conflicten binnen de eigen geest van de persoon. Vaak
onderbewust. Seksuele en agressieve motieven. Defensieve reacties.
4) Cognitief-ervaring domein -> subjectieve, bewuste ervaringen en gedachten. Gaat om zelf
(eigenwaarde, bijv eerdere ervaringen) en intelligentie (waarom zijn er verschillen in?)
5) Sociaal en cultureel domein -> wederzijdse beïnvloeding van omgeving en persoonlijkheid
6) Aanpassingsdomein -> aanpassingen die de persoon moet maken aan de onvermijdelijke
uitdagingen van leven
5 standaarden voor evalueren goede persoonlijkheidstheorie ->
- Comprehensiveness: bevat het alle feiten?
- Heuristic value: nieuwe waarde?
- Testability: precies genoeg om te testen?
- Parsimony: veel of weinig aannames
- Compatibility and integration across domains and levels: algemene
biologische/chemische principes nageleefd
College 1
Theophratus was van 30 negatieve karakter eigenschappen
Etymolysch -> de oorsprong van woorden, doorklinken
Temperament -> ideale mengverhouding van humores (lichaamssappen). Het lichaam is te
herleiden tot 4 basiselementen. Gaat om de verhoudingen, het mengsel. Tegenwoordig gaat
persoonlijkheid om aspecten die aangeboren en observeerbaar zijn.
Karakter: typische van een persoon
Cholerisch: erg driftig. Gal, vuur
Melancholisch: somber, zwaarmoedig. Zwarte gal, aarde
Flegmatisch: kalm, traag. Slijm, water
Sanguinisch: vrolijk, optimistisch. Bloed, lucht
Eysenck -> hiërarchisch model. 3 hoofdeigenschappen waar de rest (habitual acts) onder valt.
Fysiologische basis en erfelijkheid.
, Karakter: typische van een persoon
Cholerisch: erg driftig. Gal, vuur
Melancholisch: somber, zwaarmoedig. Zwarte gal, aarde
Flegmatisch: kalm, traag. Slijm, water
Sanguinisch: vrolijk, optimistisch. Bloed, lucht
Eysenck -> hiërarchisch model. 3 hoofdeigenschappen waar de rest (habitual acts) onder valt.
Fysiologische basis en erfelijkheid.
1) Psychotisme: hoog is geen empathie en anti-sociaal. Meer agressie psychotisisme bij hoger
testosteron level
2) Extraversie: hoog is veel sociaal contact en hoog energielevel. Bij introverten is er een
hoger niveau in hersenactiviteit. Meer prikkels worden sneller doorgestuurd en om die
onder controle te houden wordt introvert gedrag vertoont. Extravert om die prikkels juist
aan te vullen.
3) Neurotisisme: hoog is veel zorgen en snel veel negatieve emoties. Lage activeringsdrempel
van zenuwstelsel wanneer geconfronteerd met bijvoorbeeld angst. De fight or flight wordt
sneller geactiveerd.
Gray -> reinforcement sensitivity theory. Biologische systemen in de hersenen.
- Behavioral activation (BAS) -> gevoelig voor positieve prikkels, beloning. Vaak impulsief en
extravert.
- Inhibition system (BIS) -> gevoelig voor negatieve prikkels, straf, het willen vermijden
ervan.
Zuckerman -> Sensorische deprivatie
Volledig alle prikkels weggehaald in experiment. Reactie daarop. Hersenen hebben constante
stimulatie nodig voor normaal functioneren.
Hoe hoger de MAO-activiteit → hoe meer neurotransmitters worden afgebroken → minder
dopamine en serotonine beschikbaar in het brein
Vier dimensies binnen sensation seeking:
▪ Thrill Seeking -> behoefte aan spanning of risico
▪ Experience Seeking -> nieuwe ervaringen,
▪ Disinhibition (laten gaan) -> uitgaan, impulsiviteit, sociale losheid)
▪ Boredom Susceptibility -> gevoeligheid voor verveling
Hf 2
S-data -> persoon zelf vragen. Zelfbeoordeling. Nadeel, niet altijd eerlijk of begrijpen vragen niet.
MBTI. Nadeel -> faking good, sociaal wenselijk of self-enhancement (jezelf beter inschatten)
▪ Dissent bias: alles ontkennend
▪ Demand bias: antwoorden zoals denkt dat verwacht wordt
▪ Acquienscence: alles bevestigend
O-data -> anderen vragen, observatie. Voordeel, meer informatie verkrijgbaar dan in andere
bronnen, meerdere observatoren.
T-data -> gestandaardiseerde testsituatie. Hoe reageert iemand op bepaalde situatie? Nadeel,
sommige mensen raden experiment, vatten onderzoekers en testpersonen test hetzelfde op?
L-data -> informatie over eerdere gebeurtenissen in iemands leven
Triangulatie -> na afloop onderzoek andere bronnen vergelijken.
Andere problemen bij persoonlijkheidsmeting zijn:
- Gebruik van 2 of meer databronnen voor één persoonlijkheidsstudie
- Feilbaarheid (fouten maken) van metingen. Niet altijd nut en er zijn beperkingen
- Aggregatie -> meerdere databronnen gebruiken zodat toevallige observaties uitgemiddeld
worden
Personality coherence -> persoonlijkheidsontwikkeling. Gedrag kan veranderen en zelfs
helemaal anders tot uiting komen. Wel continuïteit in de onderliggende eigenschap.
De benadering van de handelingsfrequentie gaat uit van het idee dat kenmerken categorieën
van handelingen zijn
Hf 2 en 4 college
NIP -> psychologen bondgenootschap. Beroepscode ->
- Verantwoordelijkheid: erkennen wetenschappelijke verantwoordelijkheid naar
maatschappij
- Integriteit: eerlijkheid, openheid
- Respect: respect naar rechten en privacy en verantwoordelijkheid
- Deskundigheid: hoog niveau deskundigheid. Alleen diensten aanbieden waarvoor jij
gekwalificeerd bent