Nora Lemmens, 1466542
Inhoudsopgave
Hoorcolleges.......................................................................................................................... 1
HC01 Lichaamssamenstelling en nutriëntenbehoefte........................................................1
HC02 Mineralen / vitamines............................................................................................... 3
HC03 Vertering voedermiddelen, bouw / functie maagdarmkanaal I................................. 6
HC04 Vertering voedermiddelen, bouw / functie maagdarmkanaal II.............................. 10
HC05 Voer-evaluatie: Energie..........................................................................................12
Werkcolleges........................................................................................................................ 15
WC01 Vetzuren en eiwit................................................................................................... 15
WC02 Energie.................................................................................................................. 22
WC03 Nutriëntenbalans en statusindicatoren.................................................................. 28
E-modules............................................................................................................................. 34
E-module Koolhydraten I..................................................................................................34
E-module Koolhydraten II.................................................................................................37
E-module Eiwit................................................................................................................. 38
E-module Vet....................................................................................................................40
E-module Weende analyse / Proximate analysis............................................................. 42
,Hoorcolleges
HC01 Lichaamssamenstelling en nutriëntenbehoefte
- Gemiddelde samenstelling van het lichaam (over diersoorten):
● water → 75%
● eiwit → 20 %
● mineralen → 4%
- De hoeveelheid vet in het lichaam is zeer variabel, binnen dieren en binnen
diersoorten.
- Neonaten bestaan voor het grootste deel uit water, voor een klein deel uit eiwit en
voor bijna niks uit vetten en mineralen.
- Nutriënten zijn er voor:
● koolhydraat → energie (17.0 kJ/g)
● vet → energie (39.0 kJ/g), bouwstenen
● eiwit → bouwstenen, energie (23.8 kJ/g)
- Omzetting van nutriënten:
● koolhydraat → glucose / vluchtige vetzuren → ATP en lichaamsvet
● vet → vetzuren → celmembranen, ATP en lichaamsvet
● eiwit → aminozuren → lichaamseiwit, glucose en ATP
- Energie komt altijd uit plantaardig materiaal, omdat hier fotosynthese kan
plaatsvinden, waarbij zuurstof en glucose worden gemaakt met chlorophyll.
- Nutriënten voor onderhoud → nutriënten die nodig zijn om een dier op een
constant lichaamsgewicht met een constante lichaamssamenstelling te houden.
- Positieve nutriënten balans → er worden meer nutriënten ingenomen dan er
worden uitgescheiden.
● retentie → het “achterblijven” van nutriënten in het lichaam, o.a. tijdens groei
- Bij het volwassen dier is de nutriënten balans gelijk aan 0, omdat er geen groei is.
● Ook als er melkproductie is, is de nutriënten balans gelijk aan 0.
● Drachtige dieren hebben een positieve nutriënten balans.
- Er gaan nutriënten verloren via:
● feces: darmepitheel, mucus en enzymen
● urine: tubulaire resorptie < 100%, “eiwit” verlies in de vorm van ureum
● huid: haren, huidschilfers, nagels
- Oorzaken van een negatieve nutriëntenbalans:
● te lage nutriënten-inname
● te lage nutriënten-absorptie
○ te weinig nutriënten in het voedsel
○ inhiberende factoren
- Negatieve nutriëntenbalans zorgt voor de mobilisatie van nutriënten uit
lichaamsoplsag. Dit kan uiteindelijk voor pathofysiologische processen.
1
,- Constante adequate gezondheid / productie met een toegenomen nutriënten inname
ontstaat doordat:
● down-regulatie van absorptie
● up-regulatie van excretie
- Schijnbare absorptie → het deel van de opgenomen nutriënten minus het deel wat
wordt uitgescheiden, maar daarin is niet het deel van het endogene verlies wat ook
wordt uitgescheiden meegenomen.
● (nutriënt inname (g/dag) - fecale excretie nutriënt (g/dag)) / nutriënt inname
(g/dag) x 100%
- Werkelijke absorptie → (nutriënt inname - [fecale excretie nutriënt - endogene feces
verlies]) / nutriënt inname x 100%
- Essentiële nutriënten → nutriënten die niet gesynthetiseerd kunnen worden door
het lichaam zelf, maar wel noodzakelijk zijn voor gezondheid en productie.
● o.a. mineralen, vitaminen, lange keten vetzuren en aminozuren
- Snel beperkende (essentiële) aminozuren zijn o.a. lysine, methionine, threonine en
tryptofaan.
- De essentiële vetzuren zijn linolzuur en alfa-linoleenzuur.
● nodig voor eicosanoïd productie (prostaglandines, leukotrienes en
thromboxanen)
- Een juiste ratio tussen n-6 en n-3 omega vetzuren is van belang om een juiste
respons op o.a. ontsteking te hebben.
- Het lichaam maakt voornamelijk palmitinezuur (C16:0), stearinezuur (C18:0) en
oliezuur (C18:1) vetzuren aan.
- Δ9-desaturase → enzym dat een dubbele binding kan introduceren op het 9e
koolstofatoom (vanaf de functionele COOH-groep), waarbij oliezuur ontstaat.
● hoogste desaturatie die er is
- Kwantitatief belangrijke vluchtige vetzuren:
1. azijnzuur (acetaat)
2. propionzuur (propionaat)
3. boterzuur (butyraat)
2
, HC02 Mineralen / vitamines
- Beriberi → ziekte veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1, ontdekt door
Christiaan Eijkman, zorgt voor spierzwakte, hart- en ademhalingsproblemen.
- Thiamine (vitamine B1) → co-enzym van het enzym thiamine pyrofosfaat (TPP),
wordt gebruikt voor oxidatieve decarboxylatie van pyruvaat naar acetyl-CoA.
- Thiamine tekort zorgt voor:
● accumulatie van pyruvaat en lactaat, verminderde ATP productie
● sterrenkijkers→ coördinatieproblemen bij kippen t.g.v. een thiamine tekort
● zombie alligator in florida die dreven op hun rug en daardoor verdronken, na
het eten van een vis, die thiaminase in zich had.
- ‘No animal can live upon a mixture of pure protein, fat and carbohydrates’ →
Frederick Hopkins (& Christiaan Eijkman), Nobelprijs voor geneeskunde 1929.
- Vitamines → organische stoffen die in kleine kwantiteiten nodig zijn voor groei en
onderhoud van (dierlijk) leven, als mediatoren voor metabole pathways.
● vetoplosbaar → vitamine A, D, E en K
● wateroplosbaar → overige vitaminen (B’s en C)
- Scheurbuik → tekort aan vitamine C voornamelijk bij zeelieden, ontdekt door James
Lind in 1747.
● a (geen) scorbus (scheurbuik) wordt ascorbine
● skyrbjugr betekent zure melk en oedeem in het Noors,
- Ascorbinezuur (vitamine C) → cofactor enzym dat nodig is voor de vorming van
collageen en bindweefsel.
● tekort: fragiele capillairen, slechte botformatie
● cavia: géén productie van vitamine C vanuit glucose
- Biotine (vitamine B7) → co-enzym dat nodig is voor:
● pyruvaat carboxylase (pyruvaat → oxaloacetaat)
● acetyl CoA carboxylase (vetzuursynthese)
● propionyl coenzym A carboxylase (propionaat → methylmalonyl-CoA)
○ vervolgens → succinyl CoA met vitamine B12
- Biotine wordt bij fermenters geproduceerd door microben in het maag-darmkanaal.
- Tekort aan biotine:
● alopecia
● seborrhea
● scheuren in hoeven
● slecht verenkleed
- Avidine → stof in rauwe eieren, wat een complex vormt met biotine waardoor het
niet meer kan worden opgenomen en een tekort ontstaat.
- Nicotinamide / niacine (vitamine B3) → 2 co-enzymen dat kan worden gemaakt uit
tryptofaan (lage efficiëntie), vooral betrokken bij NAD en NADP met energie
overdrachtsreacties.
● maïs bevat weinig tryptofaan én weinig nicotinamide.
- Tekort aan nicotinamide:
● slechte groei
● anorexie
● diarree
3