Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 5 páginas
Notas de lectura

Genexpressie 3 (HC6 Humane levenscyclus 1)

Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 5 páginas

Collegedictaat van 5 pagina's voor het vak Humane Levenscyclus I aan de VU

Vista previa del contenido

Hoorcollege 6 – Humane levenscyclus 1 – 10 September 2013

Genexpressie III
Vragen van de dia:
1. Een chromosoom is een enkelstrengs DNA molecuul
Fout
2. Het genoom is een verzamelnaam voor alle genen
Fout
3. Nucelosomen bestaan uit 140 basenparen DNA en een hexameer van
histoneiwitten
Fout
4. De fosfaatgroep bevindt zich aan de 5’ kant (5e koolstofatoom) vn de
suikergroep in de nuvelotide, de hydroxylgroep aan de 3’kant.
Goed
5. De adenine en cytosine nucleotiden zijn verbonden door twee
waterstofbruggen
Fout
6. Alle genen worden altijd afgelezen van dezelfde DNA streng van het
chromosoom
Fout
7. Basale transcriptiefactoren binden aan de transcriptie initiatie site van een
gen
Fout
8. RNA polymerase II zet mRNA om in een eiwit
Fout
9. Genen worden altijd van 5’ naar 3’ afgelezen
Goed
10.TFIIH fosforyleert RNA polymerase II waardoor transcriptie van start kan
gaan
Goed
11.Uit een stuk DNA worden altijd 6 verschillende eiwitten gemaakt,
afhankelijk van de startpositie
Fout
12.De sequentie van de template (matrijs) DNA streng en het gevormde RNA
is identiek
Fout
13.RNA processing (splicing, capping, polyadenylering) vindt gelijktijdig plaats
met transcriptie
Goed
14.De volgorde van bindingsplaatsen in het ribosoom waarlangs het tRNA
opschuift tijdens translatie is E-P-A
Fout
15.Methionine wordt gecodeerd door 1 triplet
Goed

Differentiële genexpressie
Blastomeren, alle cellen zijn identiek en alle cellen kunnen nog alles worden.

Hoe ontstaan de verschillen in cellen:
- Signalen uit de omgeving (zijn tijdelijk, transiënt)
o Veroorzaakt tijdelijke (in)activatie van genexpressie
o Veroorzaakt permanente (in)activatie van genexpressie, dit is een
gespecialiseerde cel.

,Hoorcollege 6 – Humane levenscyclus 1 – 10 September 2013

Figure 8-3
In alle stappen van het
transcriptie/translatie proces kan
de genexpressie bepaald worden.
4 stappen: die de genexpressie
reguleren:
1. Transcriptional control: gen
al dan niet aflezen
- differentiële gen transcriptie: welke genen worden afgelezen?
2. RNA processing control: pre-mRNA al dan niet bewerken tot mRNA
- selectieve nucleaire RNA processing: welke pre-mRNA’s komen als
mRNA in het cytoplasme en in welke splice vorm?
3. Translation control: mRNA al dan niet vertalen naar eiwit
- selectieve mRNA translatie: welke mRNA’s worden vertaald naar
eiwit?
4. Protein activity control: eiwitten al dan niet bewerken tot functionele
eiwitten
- differentiële eiwit modificatie: welke eiwitten worden functioneel?

Meetmethoden van welke/de hoeveelheid genen:
- Kwalitatief: in welke vorm
o Op welke plaats en op welk moment staat het gen aan (temporal
and spatial expression)
o ISH: in situ hybridizatie
o Hoe dit werkt:
 Weefsel met mRNA
 Gelabeld stukje DNA van gen van interesse (=probe)
 Incubatie van 1 + 2 hybridizatie
 Detectie van de probe
Neem een stukje van het mRNA, stop hier een gelabeld stukje DNA
bij van het gen waarvan je wilt weten of het gemaakt wordt
(=probe). De probe en het mRNA gaan met elkaar reageren. En als
de probe gereageerd heeft kun je deze detecteren en dat betekend
dus dat de mRNA aanwezig was.


- Kwantitatief: hoeveel
o Polymerase ketting reactie (PCR)
 Celweefsel-> mRNA -> reverse
transcription-> cDNA -> amplificatie
d.m.v. PCR
 Dit kun je laten zien op een agarose
gel. Dit is een poreuse gel waarop
het DNA kan bewegen. Je scheidt de
DNA op lengte. DNA is negatief
geladen. Over de gel wordt stroom
geladen. Het DNA gaat bij de
minpool op de gel en beweegt over
de gel naar de pluspool. Bij de
pluspool komt je gel dan uit.

, Hoorcollege 6 – Humane levenscyclus 1 – 10 September 2013

 Je kunt je product ook kwantificeren. D.m.v. fluorescentie en
de meting hiervan kun je de kwantiteit bepalen. Dit wordt in
een grafiek een s-curve.
1. Transcriptional control
Deze wordt het meeste gebruikt, omdat dit energie bespaard. Hoe eerder je in
het transcriptie/translatie proces zit, des te minder energie het kost en dus des te
voordeliger.
- Wordt het gen wel of niet afgelezen
- = differentiële gen transcriptie

Enhancer= belangrijk voor differentiële gentranscriptie
= bepaalde volgorde van nucleotide, of in een gen, of in de buurt van een gen.
Aan een enhancer sequentie kunnen specifieke transcriptiefactoren binden. Deze
factoren kunnen de expressie verhogen. Ze doen dit door aan het basale complex
te binden, via een ‘brug’.
- Transcriptiefactoren = trans. Binden aan het DNA
- Enhancer = cis. Zit in het DNA
o Cis = intramoleculair
o Trans = intermoleculair
Silencer = tegenhanger van enhancer, expressie wordt verlaagd.

Operater = enhancer/silencer in prokaryoten.
Inactieve repressor = altijd aanwezig in de cel. Als deze niet gebonden is op het
gen, dan staat het gen aan. Als aan de repressor tryptophan bind, bind hij aan de
genen. En wordt het een actieve repressor, dus staat het gen uit.

Transcriptie, wordt ook op afstand gereguleerd:
- Regulatoire DNA sequenties (enhancer/silencer) in de buurt of op
afstand van een gen
- De binding van specifieke transcriptie factoren (activators/repressors)
aan deze regulatoire sequenties
- Specifieke transcriptiefactoren slaan brug tussen regulatoire sequentie en
eiwitten gebonden aan de promoter van het gen.
- Specifieke transcriptiefactoren:
o Verbeteren/verzwakken de vorming van het basale
transcriptiecomplex
o Trekken andere eiwitten aan die de chromatine structuur
veranderen en daarmee de toegankelijkheid van het DNA

De nucleotiden volgorde van een gen is behouden gebleven in de loop van de
evolutionaire ontwikkeling.
Hierdoor lijken sommige genen van verschillende wezens heel erg op elkaar.
Blijkbaar worden kleine veranderingen niet getolereerd.

Histonmodificaties:
De amino (N) terminus van de histon eiwitten steken uit het nucleosoom. Hieraan
kunnen modificaties plaatsvinden.
- Acetylering van histonen
Doordat er acetylering op bijvoorbeeld histon 3 plaatsvind, wordt deze
negatief geladen. DNA is ook negatief geladen. Hierdoor gaan ze elkaar
een beetje afstoten, en is DNA toegankelijker voor de polymerase II
moleculen en de basale transcriptiefactoren.

Información del documento

Estudio
Subido en
14 de enero de 2015
Número de páginas
5
Escrito en
2013/2014
Tipo
Notas de lectura
Profesor(es)
Desconocido
Contiene
Todas las clases
$4.19

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
EvaStruijf
3.7
(28)
Vendido
84
Seguidores
58
Artículos
53
Última venta
2 año hace


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes