DEEL 13: DE INVLOED VAN ZIEKTE OP DE
KWALITEIT V LEVEN
13.1 DE IMPACT V ZIEKTE
Ziekte brengt uitdagingen met zich mee die variëren afhankelijk van de ziekte, de
behandeling, de reacties van het individu en de sociale context. Morse en Johnson (1991)
beschrijven een model met vier fasen van emotionele en copingresponsen bij chronische
ziekte:
Onzekerheid: In deze periode probeert het individu de betekenis en ernst van de
eerste symptomen te begrijpen
Ontwrichting: Dit treedt op wanneer duidelijk wordt dat het individu echt ziek is.
Deze fase wordt gekenmerkt door intense stress en een hoge mate van
afhankelijkheid van zorgverleners en anderen, die emotioneel dichtbij staan
Streven naar herstel: In deze periode probeert het individu enige vorm van
controle over de ziekte te krijgen door actieve coping
Herstel van welzijn: In deze fase bereikt het individu een nieuw emotioneel
evenwicht, gebaseerd op acceptatie van de ziekte en de gevolgen ervan.
Een vergelijkbare serie fasen van reacties op een kankerdiagnose werd voorgesteld
door Holland en GooenPiels (2000)
Aanvankelijk waren er gevoelens van ongeloof, ontkenning en shock. Sommigen
betwijfelden de diagnose, anderen verdedigden zichzelf tegen de implicaties ervan
Daarna volgde een periode van dysforie waarin personen geleidelijk de realiteit van
de diagnose accepteerden. In deze periode kwamen symptomen zoals slapeloosheid,
verminderde eetlust, slechte concentratie, angst en depressie vaak voor
Naarmate de informatie over de behandeling werd verwerkt, kwamen hoop en optimisme
naar voren en ontwikkelde het individu langetermijncopingstrategieën om emotioneel
evenwicht te bewaren.
Hoewel deze modellen een gefaseerd aanpassingsproces beschrijven, zal niet
iedereen deze fasen in dezelfde volgorde doorlopen. Mensen kunnen heen en
weer bewegen tussen fasen en reacties.
Op maat gesneden zorg en begeleiding is nodig om tegemoet te komen aan de
unieke behoeften van elk individu tijdens het ziekteproces
Korte samenvatting:
Model emotionele- en copingsresponsen
(Morse en Johnson, 1991)
o Onzekerheid
o Ontwrichting
o Streven naar herstel
o Herstel van welzijn
Fasen reacties
(Holland en Gooen-Piels, 2000)
o Ontkenning
o Dysforie
1
, WC6 gezondheidspsychologie
o Hoop & optimisme
o Aanpassing
Kkritiek: categorisatie & verwachting creëren
13.1.1 ZIEKTE EN VERMOEIDHEID
In 2015 had 35% van de Europese bevolking van 15 jaar en ouder minstens één
chronische aandoening, en twee op de drie ouderen hadden minstens twee
aandoeningen.
Obesitas bij kinderen zal leiden tot meer chronische ziekten bij volwassenen.
Chronische ziekten veroorzaken aanzienlijke maatschappelijke kosten en variëren in
fysieke en psychosociale impact.
Vermoeidheid is een veelvoorkomend symptoom bij chronische aandoeningen, vooral
bij neurologische ziekten zoals beroerte en multiple sclerose. Vermoeidheid wordt
gemeten door fysieke prestaties en subjectieve verslagen. Relaties tussen vermoeidheid
en depressie, angst, inactiviteit en ziekteverergering zijn gevonden. Fysieke training kan
positieve effecten hebben op vermoeidheid.
2