1. Micro-organismen: het genoom en het monitoren van groei
1.1. Prokaryote structuren visualiseren in het lab
o Prokaryote cel bevat celwand, capsule, 1 cirkelvormig chromosoom,
geen organellen en geen kernmembraan
o Celwand gram-positief
Bevat peptidoglycaan
Herhalend disaccharide
Suiker-ruggengraat
Hangen aan elkaar via pôlypeptides
Bevat tetrapeptidezijketen
Peptidoglycaanlagen dikke rigide structuur
Bevat techoïnezuren (alcohol + fosfaatgroep)
Lipo overspant hele peptidoglycaan laag en hecht in
plasmamembraan
Wall enkel aan peptidoglycaan gebonden
o Celwand gram-negatief
1 of enkele peptidoglycaanlagen
Peptidoglycaan verbonden met lipoproteïne in buitenste
membraan vormt celwand
Buitenste membraan lipopolysacchariden, fosfolipiden,
lipoproteïnen, porines
Porines => kanalen voor nutrienten
Periplasmaruimte tussen peptidoglycaan en
plasmamembraan bevat veel enzymen, transportproteïnen
Geen techoïnezuren
o Glycocalyx
Suikerjas
Viskeus polymeer
Capsule georganiseerd, aangehecht aan celwand
Slijmlaag niet-georganiseerd, geen aanhechting
Aanwezigheid negatieve kleuring
Alles kleuren behalve dat wat je wil zien
Functie voorkomt fagocytose door gastheer
o Flagella
Lange filamenteuse aanhangsels
Functie beweeglijkheid
Kan men ook kleuren met carbolfuchsin in laagjes
aanbrengen tot ze waarneembaar zijn
o Prokaryote ribosoom
Functie eiwitsynthese
Bestaat uit: 30S + 50S 70S
, S = Svedberg eenheid
Snelheid sedimentatie tijdens ultra-high-speed
centrifuge
Functie van grootte, gewicht en vorm
Eukaryote ribosoom = 40S + 60S 80S
Verschillende antobiotica inhiberen eiwitsynthese thv
prokaryote ribosoom
Door verschil prokaryote en eukaryote ribosoom gaat micro-
organisme dood door antibioticum terwijl eukaryote cel weinig
hinder ondervindt selectieve toxiciteit antibioticum
o Endospore
Gevormd door bacterie
Resistent tegen omstandigheden dat vegetatieve cel doodt
Vaak problemen in voedselindustrie
Schaeffer Fulton endospore kleuring
Malachiet groen op hitte gefixeerde smeer
5 minuten verwarmen hitte zorgt dat kleur in
endospore kan dringen
Wassen met water alle malachiet groen dat niet in
endospore zit weg
Bacterie cellen kleuren met safranine
1.2. Structuur en functie van microbiële genomen opgehelderd
o Genoom = genetische informatie in cel
o Sequentie = opeenvolging van baseparen
o Chromosoom = hierin is genoom georganiseerd bevat
opgewonden DNA
o Gen = stukje DNA codeert voor functioneel eiwit
o Genetische map => voorstelling chromosoom, pijltjes geven aan
waar gen zt
Ook tijd gegeven tijd nodig om gen door te geven van ene
naar andere bacterie tijdens conjugatie via pili
o Flow genetische informatie
o Opbouw DNA
Bestaat uit nucleotiden => fosfaatgroep + suiker + base
, Nucleotiden via fosfodiesterbindingen verbonden
DNA stren bevat 5’ fosfaat-uiteinde en 3’ OH-uiteinde
2 DNA strengen via H-bruggen met elkaar verbonden =>
complementaire strengen ( A=T; C=G) buigen tot dubbele
helix
2 strengen zijn anti-parrallel
o DNA replicatie
Replicatievork = plaats waar replicatie plaatsvindt
1. 2 strengen ontwinden en scheiden zwakke H-bruggen
verbroken door helicase
2. Nieuwe nucleotiden vanuit cytoplasma binden via H-
bruggen met complementaire nucleotiden template nieuwe
baseparen
3. DNA polymerase katalyseert vorming fosfodiesterbinding
tussen 2 nucleotiden als resultaat dochterstreng
4. Parentale streng verder ontwonden volgende nucleotiden
aangebracht
o Toevoegen nucleotide
dNTP bindt aan suiker-molecule in groeiende DNA streng 2
fosfaatgroepen komen vrij
hydrolyse zorgt voor vrijkomen energie voor
fosfodiesterbinding
hoogenergetische bindingen 2 negatieve ladingen stoten
elkaar af, enkel binden bij veel energie
o DNA replicatievork
Leading strand => streng die gemaakt wordt in 5’-3’ richting
in 1stuk
Vrij 3’ OH uiteinde nodig bij synthese
Lagging strand => streng gemaakt in kleine stukjes
Geen 3’ OH uiteinde hulp inroepen
Probleem DNA polymerase enkel nucleotiden binden
aan 3’ e-uiteinde
Oplossing RNA polymerase maakt korte RNA primer
aan primer kan DNA polymerase wel nucleotide binden
, o Bacterieel DNA
Bidirectioneel rond chromosoom 2 replicatievorken in
tegenovergestelde richting
Proofreading enkel toegevoegde base gecontroleerd
indien geen juiste base-paring base vervangen
o Transcriptie
Geen thimine in RNA
1. RNA polymerase bindt aan promotor DNA ontrolt aan
begin gen
2. RNA gesynthetiseerd dmv complementaire baseparing van
vrije RNA nucleotiden met nucleotide basen op template DNA
streng
3. Plaats synthese beweegt langs DNA
4. Terminator bereikt
5. RNA; RNA polymerase komen vrij en DNA helix terug
gevormd
o Genetische code
Codon = 3 nulceotiden
Degeneratieve code => voor 1 AZ verschillende codons
Sense codon (61)=> coderen voor AZ
Nonsense codon (3) => coderen niet voor AZ STOP codons
AUG = START codon = methionine
Bij bacteriën is startcodon => formylmethionine
Bij bepaalde eiwitten methionine terug afgeknipt niet alle
eiwitten methionine als eerste aminozuur
o Translatie
Ribosoom gaat complex vormen bij AUG/ methionine aan 5’
kant
Elk anticodon heeft overeenkomstig aminozuur
Peptidebinding gevormd tussen verschillende aminozuren
Codons in volgorde gelezen volgens RNA
Juiste AZ aangehecht
Gebeurt bij ribosomen
Schuift op richting 3’ kant
o Simultane transcriptie en translatie
Verschillende mRNA moleculen simultaan gesynthetiseerd
Verschillende ribosomen hechten aan 1 mRNA molecule
Bacteriën geen kernmembraan alles in cytoplasma
transcriptie en translatie kunnen samen doorgaan op hetzelfde
tijdstip