Inleiding
o Actieve deel van het bewegingsapparaat – kan van lengte veranderen (contractie)
o Mogelijk maken van bewegingen (spieractivatie)
- Concentrische contractie = spieren verkorten, minder kracht (uitademen)
- Excentrische= spieren worden langer (inademen)
- Statische contractie = spieren veranderen niet van vorm
o Bewaren van een houding (spiertonus) -> dieper gelegen spieren
o Spieren meer naar opp stabilisatie
o Sensoren in pezen en gewrichten -> belangrijk info geven spanning in spier
o Innervatie (zenuw) en bevloeiing (bloed)
o Spierpees-overgang
o Peesweefsel:
- Passief – kan energie opslaan en terug afgeven
- Meer elastische massa
Spieweefsel
o Eigenschappen:
Mogelijkheid tot verkorten (aanspannen): contractie
Mogelijkheid tot verlengen (ontspannen/ rekken): relaxatie
o Beperkingen:
Bewegingsmogelijkheden in het gewricht
Lenigheid weefsels
-> Range of motion (ROM)
Stretchen `
Passief = geen externe krachten
Actief = met externe krachten bv nog is aan enkels trekken
Ballistische vorm = verend werken, snelheid vering belangrijk
- Goed voor peesweefsel opwarmen
Easy stretch= spiespanning die er is door stress is wegwerken, na 10 tellen weg/ development
stretch = terug spierspanning opbouwen
Proprioceptieve neuromusculaire fascilitatie (PNF) = werken op sensoren in pezen en spieren,
uitschakelen/ongevoelig maken
,Spierweefsel
Soorten:
- Gladde spieren:
Kunnen niet bewust gestuurd worden
Onwillekeurige spieren, vegetatief zenuwstelsel
Geen vermoeidheidsverschijnselen
Langzame contractie
- Dwarsgestreepte spieren:
Veel sterker dan gladde spieren
Vertonen vermoeidheidsverschijnselen
Willekeurige sturing, somatisch zenuwstelsel
Snelle, rechtlijnige contractie
UITZONDERING: hartspier! –> vegetatief zenuwstelsel !
Structuur spierweefsel
Bovenste vak
➔ Spierbundel
Linkervak
➔ Spier
Rechtervak
➔ Spiervezel
1. Spierbundel
2. Spiervezel
3. Perimysium
(schede)
, 1. Dun filament
2. Dik filament
1. Myofibril
2. Bloedvat
3. Kern van spiervezel
4. Spiervezel
Spiervezel
Myofibril
Actine en myosine
➔ Eiwitten
Filamenten
(sacromeer)
Sacromeer
o Elke myofibril bestaat uit op elkaar aansluitende delen met een identieke bouw
o Elke sarcomeer is begrenst door de dunne donkere lijn: Z-lijn
, o Z-lijn ligt in het midden van de I-band.
o Het donkere deel tussen twee I-banden in de A-band
o De H-zone is enkel zichtbaar in rust
Het centrum van de H-zone is de M-lijn
Actine en myosine
o Banden en lijnen: actine en myosine
o Dikke: myosine ( blauw) – Dunne: actine (rood)
o Actine-filamenten zitten vast aan de Z-lijn en lopen tot aan het centrum (h-zone) van
het sarcomeer
o Centraal in het actine-filament zit het myosine-filament geschoven
o Waar beiden overlappen ontstaat de donkere A-band
o Myosine-filamenten zitten in het centrum vast aan de M-lijn
=> contractie-eenheid van de spier
Skeletspier hartspier gladde spier