Introductie
Canon = Verzameling van auteurs, scholen en onderzoekstradities die voor CW als
waardevol erkend worden en in de bestudering van media en
communicatie als referentiepunt dienen
Gemedieerde Wanneer de uitwisseling van informatie tussen mensen plaatsvindt via een
communicatie tussenweg of medium, zoals een telefoon, e-mail of internet
Massacommunicatie One-to-many: situatie waarin één afzender informatie deelt met meerdere
ontvangers, vaak in een richting van een bedrijf naar een breder publiek
Het VRT-nieuws dat door honderdduizenden mensen tegelijk wordt
gekeken.
Many-to-many: meerdere individuen of groepen wisselen met elkaar
informatie uit, waarbij zowel zenders als ontvangers elkaar beïnvloeden &
dialoog aangaan
TikTok: video viraal doordat 1000 mensen reageren, & elkaar beïnvloeden
Mediatisering = wijst op processen van sociale veranderingen in de maatschappij op
zowel macro als micro niveau kunnen gelinkt worden aan de
toenemende impact op en de verwevenheid van media in deze
maatschappij
Macro: maatschappelijk: vb.: Politiek past zich aan tv-debatten en sociale
media aan
Micro: individueel: vb.: Mensen checken constant hun smartphone
De toegenomen invloed van media op álle domeinen van de SL
mediacentralisme/ 1. Centraal plaatsen van media en communicatie in de samenleving
mediacentrisme o Alsof media de hoofdoorzaak is van alles wat er gebeurt
2. Media afscheiden en afzonderen van de sociaal-economische
context waarin ze opereren
o Alsof media onafhankelijk bestaan van politiek, economie,
cultuur, bedrijven...
technologisch 1. Technologische veranderingen volgen een eigen logica die in grote
determinisme mate onafhankelijk is van de menselijke wil
o Een autonome kracht die op zichzelf ontwikkelt, zonder
menselijk ingrijpen
2. Technologie is de drijvende kracht van sociale veranderingen
o Te simpel: gedrag wordt ook bepaald door cultuur,
opvoeding, normen, omgeving...
Mediacommunicatie o Gebeurt in een complex geheel van op elkaar inwerkende
, processen
o Historische, sociale, politieke, psychologische, culturele,
economische, technologische, juridische, … processen
o Mediacommunicatie nooit op zichzelf. Deze factoren
begrijpen om media te analyseren
Multidisciplinariteit o Essentieel om inzichten uit andere wetenschappen te
zoeken om zo vanuit verschillende perspectieven media te
onderzoeken
o Uit sociologie, politieke wetenschappen, economie, recht,
antropologie, psychologie, filosofie en ethiek, geschiedenis,
cybernetica, technologiestudies, …
Disciplines staan naast elkaar; verschillende lenzen opzetten
Interdisciplinariteit o Integratie/combinatie van de disciplines
o In dialoog gaan met andere disciplines
o Disciplines vermengen → 1 geheel.
, HS 1: Bouwstenen van een discipline en een praktijk
Het teken = de allerkleinste betekenisdragende component van om het even
welk communicatieproces
Je kan niet communiceren zonder
Gebruik = biologisch fenomeen
vormen tekensystemen
Door het gebruik van tekens zijn we verstaanbaar
Betekenisvolle communicatie
Signifiant = signifié
zijn binair van aard, arbitrair en berusten op conventies
tekensystemen = een verzameling tekens die samen een betekenisvol geheel
vormen.
Vb.: taal: bestaat uit super veel tekens (klanken, letters, zinnen,
verhalen…)
De semiotiek = Wetenschappelijk domein verantwoordelijk voor de leer van de
tekens & van het betekenisvol gebruik van tekens
Hoe tekens op betekenisvolle manier gebruikt worden in
communicatie
Bestudeert de wijze waarop tekens functioneren en hoe ze
betekenis doen ontstaan
Ook wel semiologie genoemd (FR)
Grondleggers: Ferdinand De Saussure & Charles Peirce
Media-inhoud films, reclame, nieuws, TikTok
mediareceptie hoe mensen betekenis geven aan media
Subculturen systeem van tekens dat enkel begrepen wordt door mensen die deel
uitmaken
Vb.: manga & anime
Fonologie Subdicsipline van semiotiek
Studie van klanken, letters & uitspraak als tekens
Waarom?
Zorgt voor een sterk groepsgevoel of net een uniciteit (uniekheid)
Jongeren gebruiken andere uitspraak (intonatie, straattaal): dit
versterkt groepsgevoel
Het verschil tussen Gents, Limburgs en Antwerps: iedereen spreekt
dezelfde taal, maar de klanken verschillen → teken van
streekidentiteit
Syntaxis Subdicsipline van semiotiek
Linguïstische studie van taalconventies en betekenisvolle patronen
van tekens, bestudeert de structuur van tekens en hun volgorde
Vb.: grammatica, volgorde van letters en woorden, patronen, …
Waarom?
Hoe wordt alles in betekenisvol systeem of patroon gegoten?
Zelfs als woorden duidelijk zijn, kan de structuur bepalen of een zin
begrijpelijk is.
, Semantiek Subdicsipline van semiotiek
Studie van de relatie tussen het teken en de betekenis die aan een
teken wordt toegekend
Semantiek richt zich niet op structuur of gebruik maar: inhoudelijke
betekenis, hoe betekenis verandert, welke ideeën aan een woord of
teken gekoppeld zijn
Jongerentaal & slang (informele taal onder jongeren)
Bepaalde concepten, woorden, tekens andere invulling die raar &
confronterend kan overkomen voor buitenstaanders
Vb.: sick = cool maar letterlijk ‘ziek’
“Gaslighten” → vroeger enkel psychologische term, nu veel breder
gebruikt als “iemand doen twijfelen aan zichzelf
Pragmatiek Subdicsipline van semiotiek
Studie van de relatie, betekenis en gebruiker van het teken, hoe
spelen context en sociale factoren een rol in betekenisgeving
Pragmatisch, praktisch, praktijk: Griekse woord ‘prattein’ wat
handelen en doen betekent
Wat? Hoe mensen tekens gebruiken & hoe betekenis van tekens
ontstaat & verandert
Waarom?
Al doende, door ze te gebruiken, zal er een betekenis aan de tekens
gegeven worden
Evolueert en verandert doorheen de tijd/ woorden die al lang
bestaan worden plots populair en krijgen in pragmatiek andere
betekenis/ invulling
Vb.: Boomer = afk. babyboomer; teken krijgt andere invullen
wanneer ze gebruikt wordt door een andere generatie
Representatie Complex proces waarbij we gevoelens/ belevenissen willen
overbrengen naar de andere persoon tekens nodig om dingen te
kunnen delen met anderen
een proces waarbij we concepten in ons hoofd omzetten in tekens
dmv taal
2 componenten
Mentale concept
Dat is wat in ons hoofd gebeurt:
de ideeën, beelden, emoties, kennis die we intern hebben.
Materialisatie a.d.h.v. taal
We moeten het mentale concept omzetten in iets externs
Vb.: woord, zin, gebaar, emoji, …
Beide representatiesystemen zijn de betekenissystemen van een
cultuur & vinden beide plaats in tweevoudig karakter: concepten
woorden, beelden, geluiden, tekens
Proces 1: het mentale Het systeem dat objecten, mensen, gebeurtenissen verbindt aan
systeem een reeks concepten of mentale representaties die we in ons hoofd
meedragen