Deze persoonlijke samenvatting is gebaseerd op de hoorcolleges en het cursusmateriaal van Geschiedenis van
het politieke denken, gegeven door Eline Severs. Auteursrecht op oorspronkelijke teksten, afbeeldingen en
schema’s berust bij de respectieve auteurs en rechthebbenden.
Inhoudstabel
1. Hoorcollege 1: Inleiding en ideologie (p. 3)
1) Het belang van ideeën (p. 3)
2) Wat is ideologie? (p. 4)
3) Wat doen ideologieën? (p. 6)
4) Over de typologie van ideologieën (p. 7)
5) Besluit (p. 9)
2. Hoorcollege 2: Klassiek liberalisme (p. 10)
1) Wat is liberalisme? (p. 10)
2) Liberalisme en individuele vrijheid (p. 10)
3) Hoe organiseren de liberalen de vrijheid (p. 12)
3. Hoorcollege 3: Modern liberalisme (p. 18)
1) Isaiah Berlin – Two Concepts of Liberty (p. 18)
2) John Rawls – A Theory of Justice (p. 19)
3) Robert Nozick – Anarchy, State and Utopia (p. 21)
4) Slot (p. 23)
4. Hoorcollege 4: Conservatisme (p. 23)
1) Wat is conservatisme? (p. 23)
2) Kernwaarden van conservatisme (p. 24)
3) Vormen van conservatisme (p. 28)
4) Besluit (p. 30)
5. Hoorcollege 5: Socialisme (p. 31)
1) Wat is socialisme? (p. 31)
2) De kernideeën van socialisme (p. 32)
3) Welke varianten van het socialisme bestaan er? (p. 35)
4) Een toekomst voor het socialisme (p. 40)
6. Hoorcollege 6: Anarchisme (p. 41)
1) Wat is anarchisme? (p. 41)
2) Wat zijn de kernwaarden van het anarchisme? (p. 41)
3) Wat zijn varianten van het anarchisme? (p. 45)
4) Is anarchisme nog actueel relevant? (p. 47)
7. Hoorcollege 7: Nationalisme, fascisme en populisme (p. 49)
1) Nationalisme (p. 49)
2) Fascisme (p. 52)
3) Populisme (p. 55)
8. Hoorcollege 8: Ecologisme (p. 57)
1) Inleiding (p. 57)
2) Kernthema’s (p. 58)
3) Conclusie: dikke of dunne ideologie (p. 62)
9. Hoorcollege 9: Feminisme (p. 63)
1) Wat zijn de vier feministische golven? (p. 63)
2) Wat zijn de kernwaarden van het feminisme? (p. 66)
3) Gelijkheid of verschil? (p. 69)
10. Hoorcollege 10: Religieus fundamentalisme (p. 72)
1) Een introductie (p. 72)
2) Religieus fundamentalisme versus extremisme (p. 73)
3) De rol van media, discours en framing (p. 73)
4) Religieus fundamentalisme: de Israëlische case (p. 75)
11. Hoorcollege 11: Multiculturalisme (p. 76)
1) Inleiding (p. 76)
2) Kernthema’s (p. 78)
3) Hedendaagse relevantie en reflecties (p. 82)
12. Hoorcollege 12: Conclusies (p. 83)
1) Voorbij de ideologie? (p. 83)
,Hoorcollege 1: Inleiding en ideologie
1. Het belang van ideeën
Politiek = het sturen van de samenleving verbonden met samenwerking en conflict = vloeien voort
uit diversiteit (niet iedereen is gelijk) + schaarste (er is niet genoeg voor iedereen)
1) Gaat het in de politiek wel over ideeën? of eerder over retoriek, framing, belangenbehartiging…
= we zien vaak dat ideeën er niet toe doen, political spin geven aan zaken
“Political language is designed to make lies sound truthful and murder respectable, and to give an
appearance of solidity to pure wind” – George Orwell
= politieke taal wordt dus gebruikt om waarheid te vervormen, maskeert de werkelijkheid
Conclusie: politiek gaat om manipulatieve taal en framing ideeën
2) Rational choice theorie: mens als biologische machine, die rationeel reageert op prikkels en
kosten-batenafwegingen maakt
Conclusie: politiek gedrag is strategisch en berekenend, niet ideologisch
Mancur Olson (1965) – The Logic of collective action: public goods and the theory of
groups:
= het probleem van collectieve actie
Individuen handelen collectief om private goederen te verkrijgen, niet om collectieve –
Problematisch bij collectieve goederen waar iedereen toegang toe heeft en het gebruik niet
beperkt kan worden (bv publieke infrastructuur)
= het free-rider probleem
Vb vakbondsactie: of je nu meedoet met vakbondsactie of niet, je geniet sowieso mee van de
voordelen; verschil van één individu = klein, verwaarloosbaar rationale nutscalculatie
Elinor Ostrom – 2009 nobelprijs economie:
= veldwerk in kleinschalige, niet-Westerse samenlevingen waar waterputten, infrastructuur
collectief beheerd worden = duurzamer beheerd verklaring?
Gevoel van ownership en collectieve verantwoordelijkheid bereidheid onderhoud en
beheer mee op te nemen
Stimuleert solidariteit en sociale controle
Onderling contact laat toe te leren en bij te sturen
Conclusie Olson en Ostrom:
Advies van Ostrom: mensen via collectief beheer mee verantwoordelijk maken
Olson: sanctioneren, free-rider gedrag onmogelijk maken
beiden hebben gelijk, belang van omstandigheden
2
,Giandomenico Majone (1989) – over de ontdekking van de armoede:
Objectieve omstandigheden (bv armoede) worden niet automatisch beleidsproblemen door
objectieve feiten komen pas op agenda wanneer:
Ideologisch als maatschappelijk probleem worden geïnterpreteerd
In jaren ’60 verandert de opvatting over armoede (individueel falen collectieve verantw.);
alsook het geloof in overheidsingrijpen de feiten1 zelf
Ideeën en ideologieën geven vorm aan politiek: ze bepalen wat als probleem geldt, wie
verantwoordelijk is en welke beleidsoplossingen legitiem zijn
kunnen niet tot feiten worden gereduceerd + zijn niet statisch
2. Wat is ideologie?
Definitie volgens boek:
= min of meer samenhangende verzameling ideeën die basis vormt voor georganiseerde politieke
actie, ongeacht of deze bedoeld is om bestaande machtssysteem te behouden/wijzigen/verwerpen
Beschrijving bestaande orde, meestal in vorm van wereldbeeld
Een model schetsen van de gewenste toekomst, een visie op de goede samenleving
Uitleggen hoe politieke verandering kan en moet worden bewerkstelligd hoe van puntje a
naar b te gaan
Waar vindt het zijn oorsprong?
Antoine Destutt de Tracy (1754–1836) – omschreef ideologie als: wetenschappelijke studie van hoe
ideeën ontstaan, zich ontwikkelen en onze manier van denken beïnvloeden (idea-ology)
men dacht dat het een vorm van democratische intelligentie was; gebaseerd op rede en
observatie theologie; geloof in religieuze dogma’s of tradities
+ het zou dezelfde status krijgen als andere wetenschappen zoals biologie zelfs uiteindelijk de
‘koning der wetenschappen’
Sinds begin 19de eeuw een negatieve connotatie:
1) Karl Marx (1846) – ideologie versus wetenschap:
Ideologie = ideeën van de bourgeoisie, die hun maatschappelijke en socio-economische
positie weerspiegelen én hun belangen dienen
Bourgeoisie = economisch dominant, heersende klasse legt ideeën op aan andere
ideologie = middel van macht – maakt ongelijkheid en uitbuiting = normaal of natuurlijk
- Ideologie = basis voor vals bewustzijn van arbeidersklasse:
Vals bewustzijn?: arbeiders herkennen hun eigen onderdrukking niet meer geloven in waarden van
kapitalisme = maar dat systeem buit hun uit (vertekend wereldbeeld)
1 patronen van menselijk gedrag/fenomenen die via wetenschappelijke methodes kunnen worden aangetoond.
3
, Ingebed in het klassensysteem: ideologie helpt klasse-systeem voortbestaan, weerspiegelt de
belangen van de heersende klasse, die ook de ideologie bepaalt
Liberalisme, die rechten dat enkel door de bezittende/bevoorrechte klasse kunnen
worden uitgeoefend, als universele rechten voorstelt = perfect voorbeeld ideologie
Uitdrukking van macht: kapitalistische ideeën verbergen dat arbeiders worden uitgebuit
houdt daarmee systeem van ongelijke macht in stand
Mystificatie: mensen zien de werkelijkheid niet zoals ze is, bestendigt vals/verkeerd
wereldbeeld later benoemd als ‘vals bewustzijn’ door Engels
Tijdelijk fenomeen: ideologie zal verdwijnen als kapitalisme verdwijnt (bv door revolutie)
ziet eigen benadering niet als ideologie, maar als wetenschap die illusie van ideologie ontmaskert
aan de hand van feiten
- Gramsci betoogde dat het kapitalistische systeem wordt ondersteund door hegemonie2
Het vermogen van de heersende klasse om rivaliserende opvattingen te verdringen en in feite
de kern van het hedendaagse denken te worden
2) Koude oorlog – ideologie = totalitarisme:
Communistische oosten kapitalistische westen ideologie is iets gevaarlijks, dogmatisch en
totalitairs = maakt mensen blind voor werkelijkheid + onderdrukt individuele vrijheid
VS: het communisme is ideologisch, dogmatisch en irrationeel
Sovjet Unie: het kapitalisme is ideologisch, hypocriet en imperialistisch
manier om andere neer te zetten als bevooroordeeld, blind; terwijl het jezelf als neutraal,
rationeel voorstelde
Michael Oakeshott (1962) – conservatisme:
Ideologie = rationalisme met oogkleppen3: mensen proberen de samenleving te hervormen volgens
strakke ideeën en theorieën MAAR: verliezen zo realiteitszin en praktische wijsheid
= oogkleppen-denken gezond verstand: politiek gebaseerd op ervaring, traditie en voorzichtigheid
Vanaf jaren 1960s – ideologie gezien als sociaalwetenschappelijk concept:
= min of meer samenhangend geheel van ideeën die de basis vormen voor georganiseerde politieke
actie kan bestaande systeem verdedigen, willen hervormen, willen omverwerpen
Een conceptie van de bestaande orde, meestal in vorm van wereldbeeld (vb liberalen zien
een wereld van vrije individuen)
Een model van gewenste toekomst, een visie op ‘goede samenleving’ (vb socialisten dromen
van samenleving met gelijkheid)
Een verklaring hoe politieke verandering tot stand kan, moet worden gebracht (vb liberalen
geloven in evolutie via democratische instellingen)
Conclusie: ideologie dus niet langer als scheldwoord maar als nuttig analytisch instrument om te
begrijpen hoe politieke bewegingen denken en handelen
2 De overheersing of dominantie van één element van een systeem over andere, voor marxisten impliceert hegemonie
ideologische dominantie.
3 Een oogklep is een optioneel tuigdeel aan het hoofdstel van een paard
4
,3. Wat doen ideologieën?
= geven structuur en betekenis aan hoe we de wereld begrijpen en aan ons handelen daarin
functioneren als paradigma’s, referentiekaders: bepalen hoe we werkelijkheid waarnemen, interp.
Bevatten altijd: een mensbeeld, een maatschappijmodel, een visie op verandering
Bevatten zowel empirische als normatieve elementen
Empirische theorieën (descriptief4): gaan over hoe de wereld is, gebaseerd op patronen in
menselijk gedrag, samenleven en menselijke noden
Normatieve theorieën (prescriptief): aan over hoe de wereld zou moeten zijn, en bevatten
ideeën over wat juist, eerlijk of rechtvaardig is
door die normatieve dimensie geven ideologieën invulling aan zogeheten “essentially contested
concepts” – begrippen die per definitie omstreden zijn (bv vrijheid):
1) Er zal nooit consensus bestaan over welke waarden of principes belangrijker zijn dan andere
2) Zulke begrippen kunnen meerdere legitieme betekenissen hebben geen objectieve,
ideologie-onafhankelijke definitie van bv gelijkheid
Uitgebreid voorbeeld – gelijkheid als omstreden concept:
Iedereen gebruikt het woord gelijkheid, maar bedoelen we hetzelfde?
Alexis de Tocqueville (1805-1859): zag opmars van gelijkheid als onomkeerbare evolutie – gelijkheid
werd centrale principe in moderne democratieën
Francis Fukuyama (1992): stelde dat er in hedendaagse democratieën een feitelijke norm van
universele rechtsgelijkheid bestaat — iedereen is gelijk voor de wet
Will Kymlicka (2002): zag breed gedeelde consensus over principe dat leden van politieke
gemeenschap als gelijken moeten worden behandeld verschillende meningen over hoe
Het onderscheid tussen een concept en de praktische invulling ervan
Gelijkheid als ‘gelijke kansen’?:
Non-discriminatie: niet-relevante eigenschappen (bv gender) mogen geen rol spelen
Competentie-verwerving: iedereen moet gelijke kans hebben om competenties te verwerven
Middelen: iedereen moet over vergelijkbare middelen beschikken om te kunnen deelnemen
aan het maatschappelijke leven
Relatieve belang van gelijkheid
Situatie 1:
Land X: iedereen zeer arm, maar volstrekte gelijkheid
Land Y: inkomenskloof groot, maar iedereen welvarender
Situatie 2:
Land X: volledige gelijkheid, maar op hoger inkomstenniveau
Land Y: grotere inkomstenkloof, maar armste groep zelfde inkomen als beide groepen in X
4 Beschrijvend
5
,Conclusie:
Ideologieën
Geven betekenis aan werkelijkheid
Structureren ons denken over maatschappij en politiek
Bieden specifieke interpretaties van omstreden begrippen zoals gelijkheid of rechtvaardigheid
zullen nooit objectief vastliggen dus kunnen ideologische conflicten nooit worden beslecht
= zal altijd veelheid aan ideologieën bestaan – oude verliezen relevantie, nieuwe ontstaan
+ er is geen universeel antwoord op vraag wat rechtvaardigheid, vrijheid of gelijkheid betekent
4. Over de typologie van ideologieën
Klassieke modellen:
- Traditionele links-rechts classificatie
Vindt oorsprong in de Franse revolutie (1789) zetelverdeling in nationale vergadering
opgesplitst in links zittend de revolutionairen die hervorming wouden + rechts zittend bv de
adel die het traditionele systeem wilden behouden
Verschil links en rechts?
- Hoefijzermodel (democratisch autoritair)
Alle ideologieën bevatten rivaliserende, soms zelfs tegenstrijdige elementen maakt het
niet makkelijk om ze eenduidig te plaatsen op lineair politiek spectrum a.h.v. één criteriumµ
Vb: Anarchisme kan als extreemlinks of extreemrechts worden beschouwd: bevat
zowel anarcho-communistische als anarcho-kapitalistische tendensen
Ideologieën die traditioneel aan uiterste grenzen van lineaire spectrum worden geplaatst
zouden mogelijk meer met elkaar gemeen hebben hun 'centristische' buren
Vb: tijdens koude oorlog beweerd dat communisme en fascisme op elkaar leken
allebei neiging tot totalitarisme
visie dat politieke spectrum hoefijzervormig zou moeten zijn
Meerdimensionale modellen:
- Tweedimensionaal model: na kritiek op links/rechts opdeling met slechts één
dimensie toevoeging van verticale as van vrijheid/autoriteit
6