SAMENVATTING
BESTUURSRECHT
Samenvatting adhv notities bij alle lessen
AJ 2025-26
,Inhoud
deel I. Bestuursrecht: Definitie, indeling, kenmerken en bronnen....................................3
H1: DEFINITIE ‘BESTUURSRECHT’?.................................................................................3
H2: INDELING: ALGEMEEN EN BIJZONDER BESTUURSRECHT....................................5
H4: KENMERKEN VAN HET BESTUURSRECHT..............................................................5
1. autonomie en eigenheid van het bestuursrecht............................................................5
2. meergelaagdheid van het bestuursrecht......................................................................8
H5: BRONNEN VAN HET BESTUURSRECHT...................................................................9
4.1 metaprincipes (de wortels) of waarden van het bestuursrecht..................................10
4.2 De formele bronnen van het bestuursrecht / bronnen van het positief bestuursrecht
(9).................................................................................................................................. 14
deel II. Besluitvormingsintsrumentarium van de overheid..............................................22
H1: Inleiding – publiek-/ privaatrechtelijke actiemiddelen van de overheid.........................22
H2: Eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling (EBR) HEEL BELANGRIJK..........................22
Begrip............................................................................................................................. 22
Aantal kenmerken opdat er kan worden geageerd in het algemeen belang:..................26
Indeling van de EBR’s....................................................................................................27
Bekendmaking en kennisgeving van EBR’s:..................................................................33
Gelding in de tijd van een EBR......................................................................................33
Een bijzondere EBR: de bestuurlijke sanctie =/= bestuurlijke handhaving! (later in
samenvatting nog eens te vinden)..................................................................................35
H3: Overeenkomst met het bestuur – het contractuele spoor............................................43
A. Tweewegenleer en beperkingen aan het privaatrechtelijk overheidsoptreden...........43
B. Indelingen van overheidscontracten..........................................................................44
C. Algemene beginselen van 2 typische overheidscontracten........................................45
D. Afsplitsbare rechtshandelingen:.................................................................................53
De goederen van de overheid............................................................................................56
Overheidsopdrachten........................................................................................................56
deel III: mensen en middelen van het bestuur..................................................................61
H1: rechtsregime van het Overheidspersoneel..................................................................61
1. Begrip ‘ambtenaar’.....................................................................................................61
2. Verschillen naargelang rechtstoestand......................................................................62
3. Verschillen naargelang rechtspositieregelingen.........................................................67
4. (8) Algemene krachtlijnen van het ambternarenrecht.................................................69
5. Syndicaal statuut........................................................................................................80
1
, H2: rechtsregime van de goederen in het bestuursrecht....................................................81
A) Rechtsregime van de goederen van het bestuur: het domeingoederenrecht.............81
B) Instrumentarium van de overheid tav goederen van particulieren..............................86
Bestuurlijke handhaving.................................................................................................89
deel IV. bestuursorganisatie en het begrip bestuur.........................................................96
H1: Bestuursorganisatie....................................................................................................96
centralisatie, decentralisatie en bestuurlijke verzelfstandiging........................................96
H2: Het begrip bestuur.....................................................................................................103
De soorten van bestuur................................................................................................103
gastcollege: lokale besturen............................................................................................109
deel V. preventieve rechtsbescherming tegen de overheid...........................................123
Legaliteitsbeginsel........................................................................................................123
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (bbb) !!!..................................................124
formele motivering bestuurshandelingen......................................................................139
Openbaarheid van bestuur(sdocumenten) (heel belangrijk!!!)......................................148
participatie en inspraak................................................................................................163
taalgebruik in bestuurszaken........................................................................................163
deel VI: curatieve rechtsbescherming tegen het bestuur..............................................165
klachtenbehandeling....................................................................................................165
“echte” beroepsmogelijkheden.....................................................................................167
Alternatieve conflictoplossing?.....................................................................................191
EXAMEN............................................................................................................................. 193
Oefeningen........................................................................................................................ 194
Oefening transversale vraag:...........................................................................................194
Oefening casus: zie ppt...................................................................................................194
Kennis- en inzichtsvragen:...............................................................................................195
2
, DEEL I. BESTUURSRECHT: DEFINITIE, INDELING, KENMERKEN EN
BRONNEN
een vrij inleidend deel, maar zeker niet over te slaan
veel nieuwe, abstracte begrippen
H1: DEFINITIE ‘BESTUURSRECHT’?
onderscheid privaat vs. publiek recht
Privaat recht : regelt de relatie/ verhouding tussen
private personen
Publiek recht : ruime zin!
Organisatie en werking van de overheden
Tussen overheden onderling
Overheid in dit vak in enge zin: UM
Tussen overheid en private personen
overheid die eenzijdig optreedt
Onderscheid zal meer en meer gaan vervagen;
Overheden gaan zich bv. mengen in private
verhoudingen
- Belangrijk onderscheid:
o Staatsrecht (gaat meer over de WM)
o Bestuursrecht (gaat meer over de UM)
HET BESTUURSRECHT = Het geheel van (geschreven en ongeschreven)
rechtsregels met betrekking tot de organisatie, de bevoegdheden en de
werking van ‘het bestuur’*, inclusief de rechtsbescherming van de
bestuurde tegen het bestuurlijk optreden”
*: organen die met uitvoerende macht zijn bekleed
In essentie gaat het erover dat ook de overheid, het bestuur, onderworpen is aan
regels (zie principe van Rechtstaat)
ORGANIEK CRITERIUM; definitie vanuit organiek criterium bekeken
= (de “besturen” / de instellingen) inzoomen op de organen van de UM
o Bestuursrecht = het recht mbt de instellingen die door of krachtens een wet tot
stand komen als ‘bestuur’ (UM)
o Bv. de Kamer is volgens het organiek criterium geen bestuur (deel van WM) maar
kan wel volgens het functioneel criterium besturend optreden +
o Uitgaande van de machten, vooral vanuit de uitvoerende macht
3
BESTUURSRECHT
Samenvatting adhv notities bij alle lessen
AJ 2025-26
,Inhoud
deel I. Bestuursrecht: Definitie, indeling, kenmerken en bronnen....................................3
H1: DEFINITIE ‘BESTUURSRECHT’?.................................................................................3
H2: INDELING: ALGEMEEN EN BIJZONDER BESTUURSRECHT....................................5
H4: KENMERKEN VAN HET BESTUURSRECHT..............................................................5
1. autonomie en eigenheid van het bestuursrecht............................................................5
2. meergelaagdheid van het bestuursrecht......................................................................8
H5: BRONNEN VAN HET BESTUURSRECHT...................................................................9
4.1 metaprincipes (de wortels) of waarden van het bestuursrecht..................................10
4.2 De formele bronnen van het bestuursrecht / bronnen van het positief bestuursrecht
(9).................................................................................................................................. 14
deel II. Besluitvormingsintsrumentarium van de overheid..............................................22
H1: Inleiding – publiek-/ privaatrechtelijke actiemiddelen van de overheid.........................22
H2: Eenzijdige bestuurlijke rechtshandeling (EBR) HEEL BELANGRIJK..........................22
Begrip............................................................................................................................. 22
Aantal kenmerken opdat er kan worden geageerd in het algemeen belang:..................26
Indeling van de EBR’s....................................................................................................27
Bekendmaking en kennisgeving van EBR’s:..................................................................33
Gelding in de tijd van een EBR......................................................................................33
Een bijzondere EBR: de bestuurlijke sanctie =/= bestuurlijke handhaving! (later in
samenvatting nog eens te vinden)..................................................................................35
H3: Overeenkomst met het bestuur – het contractuele spoor............................................43
A. Tweewegenleer en beperkingen aan het privaatrechtelijk overheidsoptreden...........43
B. Indelingen van overheidscontracten..........................................................................44
C. Algemene beginselen van 2 typische overheidscontracten........................................45
D. Afsplitsbare rechtshandelingen:.................................................................................53
De goederen van de overheid............................................................................................56
Overheidsopdrachten........................................................................................................56
deel III: mensen en middelen van het bestuur..................................................................61
H1: rechtsregime van het Overheidspersoneel..................................................................61
1. Begrip ‘ambtenaar’.....................................................................................................61
2. Verschillen naargelang rechtstoestand......................................................................62
3. Verschillen naargelang rechtspositieregelingen.........................................................67
4. (8) Algemene krachtlijnen van het ambternarenrecht.................................................69
5. Syndicaal statuut........................................................................................................80
1
, H2: rechtsregime van de goederen in het bestuursrecht....................................................81
A) Rechtsregime van de goederen van het bestuur: het domeingoederenrecht.............81
B) Instrumentarium van de overheid tav goederen van particulieren..............................86
Bestuurlijke handhaving.................................................................................................89
deel IV. bestuursorganisatie en het begrip bestuur.........................................................96
H1: Bestuursorganisatie....................................................................................................96
centralisatie, decentralisatie en bestuurlijke verzelfstandiging........................................96
H2: Het begrip bestuur.....................................................................................................103
De soorten van bestuur................................................................................................103
gastcollege: lokale besturen............................................................................................109
deel V. preventieve rechtsbescherming tegen de overheid...........................................123
Legaliteitsbeginsel........................................................................................................123
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (bbb) !!!..................................................124
formele motivering bestuurshandelingen......................................................................139
Openbaarheid van bestuur(sdocumenten) (heel belangrijk!!!)......................................148
participatie en inspraak................................................................................................163
taalgebruik in bestuurszaken........................................................................................163
deel VI: curatieve rechtsbescherming tegen het bestuur..............................................165
klachtenbehandeling....................................................................................................165
“echte” beroepsmogelijkheden.....................................................................................167
Alternatieve conflictoplossing?.....................................................................................191
EXAMEN............................................................................................................................. 193
Oefeningen........................................................................................................................ 194
Oefening transversale vraag:...........................................................................................194
Oefening casus: zie ppt...................................................................................................194
Kennis- en inzichtsvragen:...............................................................................................195
2
, DEEL I. BESTUURSRECHT: DEFINITIE, INDELING, KENMERKEN EN
BRONNEN
een vrij inleidend deel, maar zeker niet over te slaan
veel nieuwe, abstracte begrippen
H1: DEFINITIE ‘BESTUURSRECHT’?
onderscheid privaat vs. publiek recht
Privaat recht : regelt de relatie/ verhouding tussen
private personen
Publiek recht : ruime zin!
Organisatie en werking van de overheden
Tussen overheden onderling
Overheid in dit vak in enge zin: UM
Tussen overheid en private personen
overheid die eenzijdig optreedt
Onderscheid zal meer en meer gaan vervagen;
Overheden gaan zich bv. mengen in private
verhoudingen
- Belangrijk onderscheid:
o Staatsrecht (gaat meer over de WM)
o Bestuursrecht (gaat meer over de UM)
HET BESTUURSRECHT = Het geheel van (geschreven en ongeschreven)
rechtsregels met betrekking tot de organisatie, de bevoegdheden en de
werking van ‘het bestuur’*, inclusief de rechtsbescherming van de
bestuurde tegen het bestuurlijk optreden”
*: organen die met uitvoerende macht zijn bekleed
In essentie gaat het erover dat ook de overheid, het bestuur, onderworpen is aan
regels (zie principe van Rechtstaat)
ORGANIEK CRITERIUM; definitie vanuit organiek criterium bekeken
= (de “besturen” / de instellingen) inzoomen op de organen van de UM
o Bestuursrecht = het recht mbt de instellingen die door of krachtens een wet tot
stand komen als ‘bestuur’ (UM)
o Bv. de Kamer is volgens het organiek criterium geen bestuur (deel van WM) maar
kan wel volgens het functioneel criterium besturend optreden +
o Uitgaande van de machten, vooral vanuit de uitvoerende macht
3