• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 17 páginas
Examen

Oefententamen Psychodiagnostiek | 50 vragen | Tilburg University | 2026/27

Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 17 páginas

Dit oefententamen voor Psychodiagnostiek (550037-B-6) aan Tilburg University bevat 50 meerkeuze vragen gericht op studenten in het derde jaar van klinische en gerelateerde psychologiemajors. De vragen behandelen kernconcepten zoals netwerkmodellen, centraliteit, problem-sustaining patterns, diagnostische validiteit, intelligentietesting (WISC-V-NL), en cognitieve biases in psychodiagnostische processen. Dit materiaal is uitstekend voor examenvoorbereiding omdat het de meest actuele diagnostische theorieën en psychometrische principes toetst en helpt identificeren waar verder studiemateriaal nodig is.

Vista previa del contenido

Psychodiagnostiek
Oefententamen – 50 meerkeuze vragen
Bachelor jaar 3: major Klinische Psychologie, Medische
Psychologie, Ontwikkelingspsychologie en Levenslooppsychologie,
Cognitieve Neuropsychologie, Forensische Psychologie

, 1. Een diagnosticus onderzoekt een cliënt met complexe angst- en stemmingsklachten en
past hierbij de netwerkbenadering toe. Welke van de onderstaande redeneringen geeft
de meest accurate toepassing van het concept “centraliteit” weer, rekening houdend met
de psychometrische en methodologische beperkingen van netwerkmodellen?
A. Het centraal geplaatste symptoom activeert de overige nodes in het netwerk
causaal, waardoor de behandeling zich uitsluitend op dit specifieke symptoom
moet richten om het hele netwerk te laten klappen.
B. Een hoge centraliteitsscore indiceert dat een node sterk verbonden is met andere
nodes, maar dit symptoom is niet per definitie de causale oorsprong en kan
eveneens het effect zijn van overige symptomen.
C. Symptomen met een hoge centraliteit weerspiegelen de onderliggende
eenduidige disfunctie van de stoornis, waardoor groepsspecifieke netwerken
naadloos vertaald kunnen worden naar de individuele casus.
D. Centrale symptomen functioneren als bruggen tussen afzonderlijke
stoornisclusters, waardoor activatie van een centraal symptoom automatisch leidt
tot comorbiditeit tussen twee spectra.
2. In het kader van het herziene concept “Problem-Sustaining Patterns” (Voerman et al.,
2025) wordt de klinische en morele normativiteit van mentale stoornissen bekritiseerd.
Wat is de kern van het verschil tussen problem-sustainment en het traditionele concept
van harmful dysfunction (Wakefield)?
A. Problem-sustainment veronderstelt dat een biologische of psychologische
disfunctie noodzakelijk is, maar richt zich uitsluitend op de maatschappelijke
schade die hierdoor ontstaat.
B. Problem-sustainment stelt dat geestelijke gezondheidszorg geïndiceerd is
wanneer een dynamisch patroon het zelfstandig oplossen van een alledaags
probleem duurzaam blokkeert, ongeacht of individuele factoren intrinsiek
dysfunctioneel zijn.
C. Problem-sustainment vervangt alle empirische diagnostiek door een puur
handelingsgericht normativisme waarbij uitsluitend het subjectieve oordeel van
de cliënt bepaalt of er sprake is van een stoornis.
D. Problem-sustainment ziet psychische klachten als uitdrukking van afzonderlijke,
objectief meetbare ziekte-entiteiten die gradueel verschillen van de normale
populatie.
3. Stel dat een diagnosticus het concept “real patterns” (Dennett) gebruikt om reification bij
psychiatrische diagnostiek te voorkomen. Welke uitspraak sluit het beste aan bij deze
benadering?
A. Diagnostische categorieën zijn fysiek aanwezige entiteiten in het brein die met
geavanceerde neuro-imaging objectief en causaal vastgesteld kunnen worden.
B. Diagnostische patronen zijn handige ficties die geen enkele relatie hebben met de
onderliggende werkelijkheid, maar uitsluitend administratief nut dienen.
C. Diagnostische patronen vormen een vorm van mild realisme; ze beschrijven echte
regelmatigheden in gedrag en proces die het verklaren en voorspellen efficiënter
maken, maar bestaan niet als zelfstandige entiteiten.
D. Diagnostische patronen zijn strikt categorische klassen die overlappende
symptoomstructuren uitsluiten om de externe validiteit te waarborgen.

Libro relacionado
 image
E.E.J. de Bruyn, A.J.J.M. Ruijssenaars De diagnostische cyclus
Editorial: mei 2003 ISBN: 9789033452987 Edición: 2

Información del documento

Estudio
Subido en
2 de octubre de 2026
Archivo actualizado en
16 de octubre de 2026
Número de páginas
17
Escrito en
2026/2027
Tipo
Examen
Contiene
Solo preguntas
$5.62

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Vendido
493
Seguidores
12
Artículos
48
Última venta
5 días hace


Reseñas de compradores verificados

5 días hace

Thank you for your positive review! Good luck on the exam tomorrow:)




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes