1 Introductie
Strategy: Doel en lange termijn richting van bedrijf
1. Product Differentiation: Focus niet alleen op kosten, ook op innovatie
- Uniek product, Brand loyaliteit en bereidheid om hoge prijs te betalen
2. Cost Leadership: Bedrijf presteert beter in het produceren tegen lage kosten
- Lage verkoopprijs → Focus op productiviteit, efficiëntie en eliminatie van
verspilling
1. Cost Allocation → Toewijzen kosten
Cost Object: Iets waarvan je de kosten wil weten
- Direct Cost: Gemakkelijk te herleiden aan cost object
- Overhead cost/ Indirect Cost: Moeilijk te herleiden naar cost object
- Toewijzing van cost op basis van: Cost Driver
Cost Driver: Factor die een verandering in kosten veroorzaakt
Overhead Rate = sum Overhead/ sum Cost driver
Overhead Rate * Cost Driver
- Structural cost driver → Algemene strategie
- Volume based cost driver → Output productie volume
- Activity based cost driver → Specifieke activiteiten
- Executional cost driver → Efficiëntie en effectiviteit van operationele activiteit
,Management Accounting 24/25
Cost Behavior
Variable cost vs Fixed cost
1. Learning curve: Medewerkers
worden efficiënter naarmate ze ervaring
opdoen, tot er een stabiel niveau is
bereikt.
2. Normal activity level: Efficiëntie blijft
stabiel, totdat schaalnadelen ontstaan.
3. Diseconomies of scales: Efficiëntie
daalt, bijvoorbeeld door overuren of
doordat medewerkers elkaar in de weg
lopen.
Total Cost = Total Fixed cost + Total
Variable cost
Cost per unit = Total Cost ( x) / ( x)
Marginal Cost =Stijging van kosten als gevolg van het produceren van
een extra eenheid output op punt X
Hangen af van de helling op de verschillende plaatsen van het grafieken
Assumptie:
Variatie in de Cost Driver verklaart de variatie in de Total Cost
→ Direct verband tussen de hoeveelheid productie en de Total
Cost
→ Curvilinear cost function binnen the relevant range kunnen
wij als linear beschouwen
,Management Accounting 24/25
Cost function: Geeft weer hoe kosten veranderen door verandering in de cost driver
- Variabel cost 23 cent per minuut
- Fixed cost 50 cent
- Je rijdt 10 minuut
0,50 + 0,23 x 10 = 2,80 = TC
Fixed Cost op korte termijn → Altijd vast
Fixed Cost op lange termijn → Niet altijd vast
- Bedrijven zullen reageren op veranderingen in de veranderingen in de
bedrijfsactiviteiten
…………………………………………………………………………………………………
Cost Relevance
Beslissing maken over toekomstige investeringen of toekomstige bedrijfs alternatieven
waar je een beslissing over moet maken
Relevante kosten
- Verschil maken tussen alternatieve koersen en acties
- Beïnvloedt toekomstige kasstromen
Niet relevant kosten
- Bijv kosten uit het verleden “ Sunk cost”
………………………………………………………………………………………………….
Je rekent voor elk uur dat een machine draait een beetje overhead door aan je producten. Bijv
je verwacht 100 machine-uren en €1.000 overhead, dus je rekent €10 overhead per uur door.
Wat gebeurt er als je uiteindelijk meer uren maakt dan je had verwacht?
● Je had gerekend op 100 uur, maar je maakt er bijvoorbeeld 120.
● Je rekent dan 120 × €10 = €1.200 overhead door aan je producten.
● Maar je echte (werkelijke) overheadkosten zijn misschien nog steeds €1.000.
Gevolg:
Je hebt €1.200 doorberekend, terwijl je maar €1.000 hebt uitgegeven.
Je hebt dus te veel overhead doorberekend (overgewaardeerd).
Hoe meer machine-uren je maakt, hoe meer overhead je doorrekent aan je producten.
, Management Accounting 24/25
Cost Recording ( registratie)
Product Cost: Kosten die nodig zijn om product te maken of te kopen en het naar de plek te
brengen waar het verkocht wordt.
- Geactiveerd als voorraad ( balans) en pas als kosten geboekt (COGS) wanneer het
product wordt verkocht.
- Balans: Geactiveerd als voorraad Als verkocht is: Cost of goods solds
Period Cost: Kosten die buiten het productieproces vallen
- Worden direct als uitgaven geboekt in periode waarin deze wordt gemaakt:
- Onmiddellijk in de resultatenrekeningen opgenomen als kosten van de periode
waarin ze zijn gemaakt
- Kantoor Huur, algemene bedrijfskosten, Marketing & Klantenservice
…………………………………………………………………………………………………
De flow van product cost en period cost
1. Bij inkoop worden grondstoffen op een aparte rekening geboekt ( product cost)
2. Grondstoffen verplaatst naar inventory, met begin en eindvoorraad
3. Bij productie gaan de gebruikte grondstof ( ook arbeid en overhead cost) naar de
work-in-process rekening → Voor producten die in productie zijn, maar nog niet zijn voltooid
4. Na voltooiing worden de kosten uit de work-in-process verplaatst naar de finished
goods voorraad
5. Bij verkoop → Kosten van finished goods naar cost of goods sold rekening
Kortom
- Material inventory, Work in Process inventory and finished good inventory → Balans
- Cost of goods sold → Onderdeel van Resultatenrekening
…………………………………………………………………………………………………
- Primaire kosten = Direct materials + Direct labor
- Kosten die direct aan het product kunnen worden toegewezen
- Conversion cost ( omzettingskosten)
- Direct labor + Manufacturing overhead ( zowel vast als variabel)
- Kosten die nodig zijn om grondstoffen om te zetten in een afgewerkt product