Hoofdstuk 1: inleiding
1. Definitie ontwikkelingspsychologie: (=deelgebied binnen de
psychologie)
Ontwikkelingspsychologie bestudeert de normale levensloop van de mens met al
zijn typische ontwikkelingsaspecten vanaf de conceptie* tot aan de dood.
= De totale levensloop (*bevruchting)
2. Ontwikkeling:
Kan ook bij ouderen & volwassenen
Ontwikkeling kan meestal duiden op een positief verloop:
Verandering – evolutie
Groei, verbetering, toename
Ontwikkeling kan ook op een negatief/ongunstig verloop duiden/hebben:
Achteruitgang – regressie (afbraak)
-> Ontwikkeling is niet altijd vooruitgang
3. Ontwikkelingsprincipes:
3.1. Leeftijds-/ ontwikkelingsfasen:
Foetus/prenatale fase: periode van zwangerschap -> -9 tot 0 maand
De baby: 0-1 jaar
De peuter: 1-3 jaar
De kleuter: 3-6 jaar
Het lagereschoolkind: 6-12 jaar
De jongere: 12-16/18 jaar
De volwassene: 16/18-65 jaar
Jong volwassenheid: 16/18-35 jaar
Midden volwassenheid: 35-50 jaar
Laat volwassenheid: 50-65 jaar
De oudere: 65+ tot de dood
, Vroege ouderdom: 65-75 jaar
Late ouderdom: +75 jaar
Functies die ontwikkelen – functies in rust
Een fase kunnen we als volgt typeren:
Een geheel met een kenmerkend verloop
Elke ontwikkelingsfasen heeft verschillende/eigen, specifieke mogelijkheden &
risico’s
In levensfase worden gemiddelde vaardigheden en kennis besproken – eigen
ritme!
Niet als norm hanteren! (Iedereen is anders, normen gelden niet voor iedereen)
Norm= gevaar van fase-indeling
Ontwikkelingscrisis of knooppunt
Overgang van verschillende fasen = onrust (knooppunt of crisis)
3.2. Ontwikkelingsdomeinen:
3 grote gedragsaspecten:
Lichamelijke ontwikkeling:
Fysiek: grote, gewicht, vb. Tanden vanaf 4,5j (deze groei gaat vaak heel snel)
Sensorisch: de zintuigen
Motorisch: de handelingen
Cognitieve ontwikkeling:
Het denken
Taalontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling:
Hechting
Het geweten: wat is goed, wat is kwaad?)
Seksuele ontwikkeling
Spelontwikkeling
___________________________________________
Verschillende domeinen (zie hierboven)
Ontwikkeling is een proces
Kind ontwikkelt zich als een eenheid (ieder kind op zich en op eigen tempo)
Cursus is kunstmatige indeling
, Domeinen beïnvloeden elkaar
Licht mentale beperkingen vallen meestal niet op bij baby’s, kleuters.
3.2. Ontwikkelingskenmerken:
Eigen ontwikkelingstempo (iedereen anders) – wel volgens een bepaalde/vaste
volgorde (iedereen hetzelfde).
Gevoelige periode
Periode waar aanleren van aantal vaardigheden moet gebeuren. (Bv.
tussen 0-6 jaar zijn kinderen gevoelig voor taal)
Voorwaarde ontwikkelen: rijpheid* om vaardigheden aan te leren
Kinderen onderling verschillen in tempo
Niet elk kind kan alles op dezelfde leeftijd/ moment!
Verschillende tempo in 1 kind
Ook in hetzelfde kind kan niet alles op de leeftijd hoe het zou “moeten”.
Geef ruimte en tijd!
*Rijpheid: laat kinderen rustig doen, ieder kind op hun eigen tempo. Altijd
wachten tot het kind zelf klaar is voor de volgende stap! bv. zindelijkheid
Het eerste levensjaar niets willen aanleren, alleen warmte en liefde geven =
voor verbinding
Je kan het kind niet forceren, het komt wel!
Stimuleren kan, forceren kan niet!!!
-> je kan stimuleren door de randelementen in orde maken zoals: Bv.
doorslapen: rustige kamer, muziekje, ...
-> Gras groeit niet sneller door eraan te trekken!!!
4. Ontwikkelingsproblemen:
Alarmsignalen snel detecteren
, Kunnen op ontwikkelingsstoornissen wijzen
Aangepaste begeleiding (hoe sneller opgespoord, hoe sneller geholpen)
5. Ontwikkelingsbeïnvloeding:
5.1. Ontwikkelingsfactoren:
Ontwikkeling vanzelf –> verandering door rijping: kruipen, zuigreflex, ...
Bewust proces –> verandering door te leren: lezen, fietsen, tellen, ...
Geschiedenis is geen theorieën
“Hoe beïnvloedbaar” is de ontwikkeling van het kind?
Biologische theorieën - NATURE
Milieu theorieën - NURTURE
Ontwikkelingsbeïnvloeding - NATURE: (kan je weinig aan doen, door genetica)
Groei & rijping vanuit genetische aanleg:
Geërfde eigenschappen/factoren (lichaamskenmerken, intelligentie,
temperament, ...)
Ook ziekteprocessen kunnen ontwikkeling beïnvloeden
(hersenvliesontsteking, stofwisselingsziekte, ...)
Identiteit = intern vastgesteld
vb. Kind van notaris moet ook notaris worden, arme ouders = geen
rijk kind
Ontwikkeling is rijping van het aanwezige
Eindpunt: jongvolwassenheid
Ontwikkelingsbeïnvloeding - NURTURE: (door opvoeding, waarden en normen
ouder)
Milieu (omgeving van kind) = cruciaal