BURGERLIJK
RECHT
FASE 1 AJ 2026-2027
,Inhoud
Deel 1 Algemeen Deel.................................................................................2
H1 Algemene inleiding..............................................................................2
H2 Structuren en instellingen...................................................................7
H3 Privaatrechtelijk procesrecht-bewijs..................................................16
H4 Enkele algemene begrippen van burgerlijk recht..............................18
Deel 2 Personen- en Familierecht en relatievermogensrecht.....................21
H3 relatievermogensrecht......................................................................21
Deel 5 Verbintenissen................................................................................35
H1 Definitie Natuurlijke verbintenis- aanvullend recht...........................35
H2 Bronnen van verbintenissen..............................................................36
H3 Algemeen regime van de verbintenis................................................49
Deel 6 Buitencontractuele aansprakelijkheid.............................................54
H1 inleidende bepaling...........................................................................54
H2 Feiten die tot aansprakelijkheid leiden..............................................55
H3 oorzakelijk verband...........................................................................60
H4 schade...............................................................................................61
H5 Gevolgen van aansprakelijkheid........................................................62
H7 Productaansprakelijkheid...................................................................63
H8 Verkeerslachtoffers............................................................................64
Deel 8 Bewijs..............................................................................................65
H1 De bewijslast en de bewijsstandaard.................................................65
H2 De toelaatbaarheid van bewijsmiddelen...........................................66
H3 De verschillende bewijsmiddelen......................................................69
1
,Deel 1 Algemeen Deel
H1 Algemene inleiding
1. Wat is recht?
Recht = regels die zeggen hoe mensen zich moeten gedragen.
Het recht:
1) omvat een geheel van gedragsregels en normen
2) zorgt ervoor dat de maatschappij georganiseerd blijft bv. Wegcode
3) wordt afgevaardigd door de overheid;
4) kan afgedwongen worden door rechtbank(fatsoenregels niet)
2. Indeling van het recht
De belangrijkste verdeling is:
Privaatrecht= Dit gaat vooral over mensen of bedrijven onderling.
Bijvoorbeeld:
Jij koopt een fiets van mij.
Jij betaalt €500.
Ik geef jou de fiets.
Binnen het privaatrecht zitten bijvoorbeeld:
burgerlijk recht bv. over goederen of familiale verhoudingen.
gerechtelijk privaatrecht= welke rechtbank bevoegd is.
internationaal privaatrecht= welke rechter bevoegd is bij
grensoverschrijdende materie.
Publiekrecht= Dit gaat vooral over: overheid ↔ burger
Bijvoorbeeld: De overheid geeft jou een boete.
Daaronder vallen bijvoorbeeld:
staatsrecht=inrichting van de staat en haar werking.
administratief recht= hoe de burger zich tot de ovh kan richten.
Strafrecht= welke rechtshandelingen strafbaar zijn en welke sanctie.
Strafprocesrecht= hoe de strafprocedure werkt.
Objectief recht vs subjectief recht
2
, Objectief recht = geheel van normen die de samenleving regelen=
rechtsregels
Bijvoorbeeld: "Je mag niet stelen."
Subjectief recht = aanspraken tov een persoon gebaseerd op het objectief
recht.
Bijvoorbeeld: "Ik heb recht op mijn geld."
Materieel vs formeel recht
Materieel recht zegt: "Wat zijn mijn rechten en plichten?"
Formeel recht zegt: "Hoe zorg ik ervoor dat mijn recht wordt
afgedwongen?"
= Gerechtelijk privaatrecht
Bijvoorbeeld:
"Jan moet mij €1.000 betalen."
= materieel
"Hoe ga ik naar de rechtbank om die €1.000 te krijgen?"
= formeel
3. De bronnen van recht
Een regel kan uit verschillende bronnen komen.
De cursus noemt:
1. Wetgeving
2. Rechtspraak
3. Rechtsleer
4. Gewoonte
5. Billijkheid
1. Wetgeving= Dit zijn regels die officieel door bevoegde overheden
worden gemaakt.
Bijvoorbeeld:
internationale verdragen;
EU-regels;
Grondwet;
wetten;
3
RECHT
FASE 1 AJ 2026-2027
,Inhoud
Deel 1 Algemeen Deel.................................................................................2
H1 Algemene inleiding..............................................................................2
H2 Structuren en instellingen...................................................................7
H3 Privaatrechtelijk procesrecht-bewijs..................................................16
H4 Enkele algemene begrippen van burgerlijk recht..............................18
Deel 2 Personen- en Familierecht en relatievermogensrecht.....................21
H3 relatievermogensrecht......................................................................21
Deel 5 Verbintenissen................................................................................35
H1 Definitie Natuurlijke verbintenis- aanvullend recht...........................35
H2 Bronnen van verbintenissen..............................................................36
H3 Algemeen regime van de verbintenis................................................49
Deel 6 Buitencontractuele aansprakelijkheid.............................................54
H1 inleidende bepaling...........................................................................54
H2 Feiten die tot aansprakelijkheid leiden..............................................55
H3 oorzakelijk verband...........................................................................60
H4 schade...............................................................................................61
H5 Gevolgen van aansprakelijkheid........................................................62
H7 Productaansprakelijkheid...................................................................63
H8 Verkeerslachtoffers............................................................................64
Deel 8 Bewijs..............................................................................................65
H1 De bewijslast en de bewijsstandaard.................................................65
H2 De toelaatbaarheid van bewijsmiddelen...........................................66
H3 De verschillende bewijsmiddelen......................................................69
1
,Deel 1 Algemeen Deel
H1 Algemene inleiding
1. Wat is recht?
Recht = regels die zeggen hoe mensen zich moeten gedragen.
Het recht:
1) omvat een geheel van gedragsregels en normen
2) zorgt ervoor dat de maatschappij georganiseerd blijft bv. Wegcode
3) wordt afgevaardigd door de overheid;
4) kan afgedwongen worden door rechtbank(fatsoenregels niet)
2. Indeling van het recht
De belangrijkste verdeling is:
Privaatrecht= Dit gaat vooral over mensen of bedrijven onderling.
Bijvoorbeeld:
Jij koopt een fiets van mij.
Jij betaalt €500.
Ik geef jou de fiets.
Binnen het privaatrecht zitten bijvoorbeeld:
burgerlijk recht bv. over goederen of familiale verhoudingen.
gerechtelijk privaatrecht= welke rechtbank bevoegd is.
internationaal privaatrecht= welke rechter bevoegd is bij
grensoverschrijdende materie.
Publiekrecht= Dit gaat vooral over: overheid ↔ burger
Bijvoorbeeld: De overheid geeft jou een boete.
Daaronder vallen bijvoorbeeld:
staatsrecht=inrichting van de staat en haar werking.
administratief recht= hoe de burger zich tot de ovh kan richten.
Strafrecht= welke rechtshandelingen strafbaar zijn en welke sanctie.
Strafprocesrecht= hoe de strafprocedure werkt.
Objectief recht vs subjectief recht
2
, Objectief recht = geheel van normen die de samenleving regelen=
rechtsregels
Bijvoorbeeld: "Je mag niet stelen."
Subjectief recht = aanspraken tov een persoon gebaseerd op het objectief
recht.
Bijvoorbeeld: "Ik heb recht op mijn geld."
Materieel vs formeel recht
Materieel recht zegt: "Wat zijn mijn rechten en plichten?"
Formeel recht zegt: "Hoe zorg ik ervoor dat mijn recht wordt
afgedwongen?"
= Gerechtelijk privaatrecht
Bijvoorbeeld:
"Jan moet mij €1.000 betalen."
= materieel
"Hoe ga ik naar de rechtbank om die €1.000 te krijgen?"
= formeel
3. De bronnen van recht
Een regel kan uit verschillende bronnen komen.
De cursus noemt:
1. Wetgeving
2. Rechtspraak
3. Rechtsleer
4. Gewoonte
5. Billijkheid
1. Wetgeving= Dit zijn regels die officieel door bevoegde overheden
worden gemaakt.
Bijvoorbeeld:
internationale verdragen;
EU-regels;
Grondwet;
wetten;
3