Beschrijven van gegevens
Data view: gegevens
Variable view: naam - type - labels - soort variabele
▪ FREQUENCIES: zinvol voor nominale & ordinale variabelen
▪ DESCRIPTIVES: zinvol vor schaal variabelen
o Min, max, gemiddelde, std.afw
Type van variabelen
CATEGORISCHE VARIABELEN SCHAAL VARIABELEN
Nominaal: GEEN specifieke volgorde Interval/ratio: vaste volgorde + vaste
- Vervoersmiddelen meeteenheid (-> wel nulpunt)
- Geslachten - Temperatuur
- Leeftijd
Ordinaal: WEL specifieke volgorde
- Mening
Data manipulatie in SPSS
Hercoderen van variabelen
Into same variables: onmog code SYSMIS maken
Into diff variables: antwoordcateg samen nemen OF dummy maken
Spss: transform - recode into same/diff variables
,Berekenen van variabelen
Target variable: naam
Numeric expression: var 1 - var 2
Spss: transform - compute - variable
Selectie van respondenten
Spss: data - selected cases - 3 opties
1. All cases: selectie ongedaan
2. If condition is satisfied: bepaalde groep selecteren
Spss: If condition is satisfied - IF - kies var - gelijkstellen (bv = 1)
3. Random sample: random steekproef
,CHAPTER 2 – BIVARIATE ANALYSE
(1) Significantie-toetsing Eventuele verband in steekproef -> betekenisvol voor
populatie?
(2) Associatiematen Hoe sterk is dit verband?
-> sterkte & richting
(3) Verschiltoetsen
(1) Significantietoetsing
= is het eventuele verband in de steekproef OOK betekenisvol voor hele populatie?
Ho: geen significant verband -> onafh
Ha: wel significant verband -> afh
P-waarde
P < 0,05: Ho verwerpen -> significant
P > 0,05: Ha aanvaarden -> NIET significant
Significant? JA -> verder verband toetsen
N+N N+O S+S O+O S+O
Chi kwadraat toets Pearson correlatie Spearman correlatie
, (2) Associatie-maten
= sterkte & richting vd relatie tussen variabelen
ENKEL zinvol: significant verband (!!)
Cramers V (sterkte) Correlatiecoefficient (sterkte + richting)
Sterkte: sterk of zwak
Richting: positief of negatief
(3) Verschiltoetsen
= onderzoeken of er een verschil is tussen 2 of meer groepen
= onderzoeken of er een significant verschil is tussen de gemiddelde scores van 2 of meer groepen
Kenmerken van toetsen
1. ENKEL t-test ---> GEEN z-test
2. Eenzijdige & tweezijdige p-waarden
VOORBEELD: Is er een verschil in het gemiddelde vertrouwen in nationaal parlement tussen
Vlaamse & Waalse wetgeving?
• S + N --> nergens gezien
• Oplossing: verschiltoets
Vraag 1: onafhankelijke groepen OF afhankelijke groepen
Onafhankelijke steekproeven Afhankelijke steekproeven
1 variabele --> tevredenheid 2+ variabelen --> happy nu & happy vroeger
2+ groepen --> man & vrouw 1 groep --> studenten HW
Vraag 2: parametrische toets OF niet-parametrische toets
Parametrische test NIET-parametrische test
Schaal --> n > 30 Schaal --> n < 30
Ordinaal