College 1 & 2 - Belastingplichtige en winstbegrip in de Vpb
art. 2 wet Vpb In de wet Vpb wordt gaat het over binnenlands belastingplichtige: een in Nederland gevestigde rechtspersoon.
- Feitelijke vestigingsplaats: daar waar de bestuursleden leiden geven aan het lichaam.
art. 2 lid 5 wet Vpb - Fictieve vestigingsplaats: Nederland voor naar Nederlands recht opgerichte lichamen.
Naast dat het lichaam in Nederland is gevestigd, dient het te worden benoemd in artikel 2 lid 1 wet Vpb.
- Voorbeelden: BV, NV, coöperaties, verenigingen, stichtingen, kerkgenootschappen.
- Verengingen, stichtingen, kerkgenootschappen en Nederlands publiekrechtelijke rechtspersonen, niet
zijnde de Staat, zijn alleen belastingplichtig zover zij een onderneming drijven (alle werkzaamheden
art. 2 lid 8 wet Vpb
die worden gezien als onderneming, worden gezien als één onderneming).
o Een onderneming drijven houdt in dat er werkzaamheden worden verricht waarmee in
art. 4 sub a, b wet Vpb
concurrentie wordt getreden met ondernemers of pensioenen worden verzorgd.
- Overheidslichamen zoals een gemeente kunnen op twee manieren een onderneming drijven:
o Direct overheidslichaam: overheidslichamen die een bedrijf runnen.
o Indirect overheidslichaam: bedrijven die in handen zijn van overheidslichamen.
Vrijstellingen voor overheidstaken, interne activiteiten (ICT, administratie), quasi-inbesteding
art. 8e wet Vpb
art. 8f wet Vpb (diensten onderling zonder concurrentie met de markt) en samenwerkingsverbanden tussen
overheden onderling.
Als een vereniging, stichting of kerkgenootschap een winst behaald van € 15.000 en de winst van de afgelopen
art. 6 lid 1 wet Vpb
5 jaar (inclusief dit jaar) maximaal € 75.000 betreft, is dit lichaam vrijgesteld van de vennootschapsbelasting.
- Stichtingen en verenigingen die een maatschappelijk belang of sociaal belang nastreven mogen de
art. 9 lid 1 sub h wet Vpb winst verminderen met de minimumloonkosten van de vrijwilligers.
art. 6 lid 3 wet Vpb - Het is ook mogelijk om te kiezen voor een belastingplicht als vereniging of stichting zijnde.
art. 1a lid 1 wet Vpb Daarnaast zijn buitenlandse lichamen die een vergelijkbare rechtsvorm (AG, GmbH, SA, enz.) hebben als in
Nederland en in Nederland gevestigd zijn, ook binnenlands belastingplichtig.
art. 2 lid 6 wet Vpb Alle lichamen genoemd in onderdelen a, b, c, d en h van artikel 2 lid 1 wet Vpb worden geacht met het gehele
vermogen een onderneming te drijven. Alles wat het lichaam bezit is verplicht ondernemingsvermogen.
Naast de vrijstelling voor de stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen zijn er ook subjectieve
art. 5 wet Vpb vrijstellingen voor onder andere: pensioenlichamen (niet zijnde de pensioen BV van een DGA), ziekenhuizen,
landbouwbedrijven, (uitvaart)verzekeraar en openbare leeszalen en bibliotheken.
art. 4 sub b wet Vpb - Een pensioenbedrijf wordt wel aangemerkt bij fictie als het drijven van een onderneming.
art. 6a wet Vpb Dan zijn er ook nog vrijgestelde beleggingsvrijstellingen (VBI), dit is anders dan fiscale beleggingsinstellingen.
art. 6b wet Vpb Lichamen die volledig zijn vrijgesteld van belastingplicht: academische ziekenhuizen en bekostigd onderwijs.
Daarnaast wordt er gesproken van een buitenlands belastingplichtige: het lichaam is niet in Nederland
gevestigd maar heeft wel een Nederlands inkomen.
- Bijvoorbeeld een vaste inrichting of filiaal in Nederland. Vaste inrichting: plaats van uitvoering van een
bouwwerk of constructie- of montagewerkzaamheden waarvan de duur de 12 maanden overschrijdt.
art. 2 lid 11 wet Vpb Omgekeerd hybride lichamen: een samenwerkingsverband waarbij de achterliggende participanten in
Nederland worden aangemerkt als belastingplichtig, terwijl het land waar de participanten gevestigd zijn, het
samenwerkingsverband als zelfstandig belastingplichtig beschouwd.
art. 2 lid 3 wet Vpb - Gevolg: het samenwerkingsverband is zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
art. 2 lid 6 wet Vpb - Worden geacht met hun gehele vermogen een onderneming te drijven.
- Wanneer minstens 50% van de stemrechten/kapitaalbelangen/winstrechten in het
samenwerkingsverband (in)direct worden gehouden door één of meer gelieerde lichamen.
o Gelieerd op grond van artikel 12ac lid 2 wet Vpb.
art. 2 lid 12 wet Vpb o Belastingplicht omgekeerd hybride lichaam geldt niet voor collectieve beleggingsinstellingen.
à Die gelieerde lichamen zijn gevestigd in een staat die samenwerkingsverband als belastingplichtige
voor naar winst geheven belasting beschouwt (niet transparant in het buitenland).
à Winst van samenwerkingsverband is voor Nederlandse doeleinden (zonder omgekeerd hybride
lichaam maatregel) toerekenbaar aan houders van stemrechten (transparant in Nederland).
, College 1 & 2 - Belastingplichtige en winstbegrip in de Vpb
Informeel kapitaal: de aandeelhouder bevoordeelt de vennootschap zonder dat er in formele zin sprake is van
kapitaal. Dit kan zowel in de kostensfeer (huur) als in de vermogenssfeer (verkoop MVA) plaatsvinden.
- Onzakelijke bevoordelingen in kostensfeer van dochtermaatschappij door moedermaatschappij:
o Correctieboeking bij moeder: Deelneming dochter aan/ Opbrengst
o Correctieboeking bij dochter: Kosten aan/ Informeel kapitaal
- Onzakelijke bevoordelingen van moedermaatschappij door dochtermaatschappij in de kostensfeer:
o Correctieboeking bij moeder: Kosten aan/ Ontvangen dividend
o Correctieboeking bij dochter: Winstreserve aan/ Opbrengst
- Onzakelijke bevoordeling van zustermaatschappij in de kostensfeer:
o Correctieboeking bij moeder: Deelneming voordeel ontvangende dochter aan/
Resultaat deelneming voordeel gevende dochter
o Correctieboeking bij gevende dochter: Winstreserve aan/ Opbrengst
o Correctieboeking bij ontvangende dochter: Kosten aan/ Informeel kapitaal
- Bij een bevoordeling in de vermogenssfeer veranderen de correctieboekingen van kosten naar activa.
De hoofdregel bij verliesverrekening is het eerst verrekenen met de belastbare winst van voorgaand jaar (carry
back voor 1 jaar) en dan onbeperkte verliesverrekening met volgende jaren (carry forward).
- Verrekenbaar verlies per jaar (carry back en forward) = € 1 mln. + (belastbare winst – € 1 mln.) x 50%.
Doel van artikel 20a wet Vpb: het tegengaan van handel in verliesvennootschappen (verlies-bv's).
Hoofdregel bij handel in verlies-bv’s: verliezen zijn niet verrekenbaar wanneer minimaal 30% van de aandelen
art. 20a lid 1 wet Vpb
in een vennootschap van eigenaar wisselt (belangenwijziging in belangrijke mate).
Uitzonderingen wanneer verliesverrekening wel is toegestaan:
art. 20a lid 2 wet Vpb - Wijziging vloeit voort uit een overlijden of aangaan/beëindiging van een huwelijk.
art. 20a lid 3 wet Vpb - De verkrijger van de aandelen had al ten minste ⅓ van de aandelen had voor verkrijging.
- De belastingplichtige niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat het uiteindelijke belang in
art. 20a lid 3 wet Vpb
belangrijke mate is gewijzigd en de wijziging niet verder gaat dan gebruikelijk.
art. 20a lid 4 wet Vpb Uitzondering op de hoofdregel, verliesverrekening toegestaan wanneer wordt voldaan aan drie voorwaarden:
- Beleggingstoets: de bezittingen bestaan minstens 9 maanden niet grotendeels uit beleggingen.
- Activiteitentoets: de activiteiten zijn op moment van wijziging niet verminderd tot minder dan 30%.
- Voornemenstoets: er is geen voornemen om hier bovenstaande binnen 3 jaar te doen (activiteiten).
Wanneer er sprake is van verliesverrekening op grond van artikel 20a lid 4 wet Vpb is het verlies alleen te
art. 20a lid 6 wet Vpb
verrekenen met winsten van een jaar waarin de bezittingen gedurende tenminste 9 maanden niet grotendeels
bestaan uit beleggingen.
Indien niet wordt voldaan aan de activiteitentoets en voornemenstoets, maar wel wordt voldaan aan de
art. 20a lid 11 wet Vpb beleggingstoets, kunnen oude verliezen worden verrekend met latere winsten uit dezelfde activiteiten.
art. 20a lid 9 wet Vpb Voor carry back gelden de leden 1, 2 en 3, tenzij er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- In tussenliggende periode zijn de werkzaamheden niet (nagenoeg) geheel gestaakt.
- In het jaar waarin het verlies is geleden en waarin het verlies wordt verrekend bestaan de bezittingen
minstens 9 maanden niet grotendeels uit beleggingen.
Wanneer er geen verliesverrekening mogelijk is op grond van artikel 20a leden 1 tot en met 11 wet Vpb, dan:
- Herinvesteringsreserve in winst opnemen.
art. 20a lid 12 wet Vpb - Herwaardering van nog resterende activa (tot maximaal waarde economisch verkeer).
- Vervolgens het resterend verlies verrekenen voor zover mogelijk.
art. 15c wet Vpb Einde van de belastingplicht wanneer het inwonerschap is geëindigd of wanneer is opgehouden belastbare
art. 15d wet Vpb winst te genieten à eindafrekening over de stille reserves, goodwill en fiscale reserves.
- Zetelverplaatsing en het overbrengen van een bedrijf naar het buitenland betekent het einde van de
art. 15c lid 1 wet Vpb
belastingplicht zonder staking, maar wel afrekening over de stille reserves (eventueel exitheffing).
art. 2 wet Vpb In de wet Vpb wordt gaat het over binnenlands belastingplichtige: een in Nederland gevestigde rechtspersoon.
- Feitelijke vestigingsplaats: daar waar de bestuursleden leiden geven aan het lichaam.
art. 2 lid 5 wet Vpb - Fictieve vestigingsplaats: Nederland voor naar Nederlands recht opgerichte lichamen.
Naast dat het lichaam in Nederland is gevestigd, dient het te worden benoemd in artikel 2 lid 1 wet Vpb.
- Voorbeelden: BV, NV, coöperaties, verenigingen, stichtingen, kerkgenootschappen.
- Verengingen, stichtingen, kerkgenootschappen en Nederlands publiekrechtelijke rechtspersonen, niet
zijnde de Staat, zijn alleen belastingplichtig zover zij een onderneming drijven (alle werkzaamheden
art. 2 lid 8 wet Vpb
die worden gezien als onderneming, worden gezien als één onderneming).
o Een onderneming drijven houdt in dat er werkzaamheden worden verricht waarmee in
art. 4 sub a, b wet Vpb
concurrentie wordt getreden met ondernemers of pensioenen worden verzorgd.
- Overheidslichamen zoals een gemeente kunnen op twee manieren een onderneming drijven:
o Direct overheidslichaam: overheidslichamen die een bedrijf runnen.
o Indirect overheidslichaam: bedrijven die in handen zijn van overheidslichamen.
Vrijstellingen voor overheidstaken, interne activiteiten (ICT, administratie), quasi-inbesteding
art. 8e wet Vpb
art. 8f wet Vpb (diensten onderling zonder concurrentie met de markt) en samenwerkingsverbanden tussen
overheden onderling.
Als een vereniging, stichting of kerkgenootschap een winst behaald van € 15.000 en de winst van de afgelopen
art. 6 lid 1 wet Vpb
5 jaar (inclusief dit jaar) maximaal € 75.000 betreft, is dit lichaam vrijgesteld van de vennootschapsbelasting.
- Stichtingen en verenigingen die een maatschappelijk belang of sociaal belang nastreven mogen de
art. 9 lid 1 sub h wet Vpb winst verminderen met de minimumloonkosten van de vrijwilligers.
art. 6 lid 3 wet Vpb - Het is ook mogelijk om te kiezen voor een belastingplicht als vereniging of stichting zijnde.
art. 1a lid 1 wet Vpb Daarnaast zijn buitenlandse lichamen die een vergelijkbare rechtsvorm (AG, GmbH, SA, enz.) hebben als in
Nederland en in Nederland gevestigd zijn, ook binnenlands belastingplichtig.
art. 2 lid 6 wet Vpb Alle lichamen genoemd in onderdelen a, b, c, d en h van artikel 2 lid 1 wet Vpb worden geacht met het gehele
vermogen een onderneming te drijven. Alles wat het lichaam bezit is verplicht ondernemingsvermogen.
Naast de vrijstelling voor de stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen zijn er ook subjectieve
art. 5 wet Vpb vrijstellingen voor onder andere: pensioenlichamen (niet zijnde de pensioen BV van een DGA), ziekenhuizen,
landbouwbedrijven, (uitvaart)verzekeraar en openbare leeszalen en bibliotheken.
art. 4 sub b wet Vpb - Een pensioenbedrijf wordt wel aangemerkt bij fictie als het drijven van een onderneming.
art. 6a wet Vpb Dan zijn er ook nog vrijgestelde beleggingsvrijstellingen (VBI), dit is anders dan fiscale beleggingsinstellingen.
art. 6b wet Vpb Lichamen die volledig zijn vrijgesteld van belastingplicht: academische ziekenhuizen en bekostigd onderwijs.
Daarnaast wordt er gesproken van een buitenlands belastingplichtige: het lichaam is niet in Nederland
gevestigd maar heeft wel een Nederlands inkomen.
- Bijvoorbeeld een vaste inrichting of filiaal in Nederland. Vaste inrichting: plaats van uitvoering van een
bouwwerk of constructie- of montagewerkzaamheden waarvan de duur de 12 maanden overschrijdt.
art. 2 lid 11 wet Vpb Omgekeerd hybride lichamen: een samenwerkingsverband waarbij de achterliggende participanten in
Nederland worden aangemerkt als belastingplichtig, terwijl het land waar de participanten gevestigd zijn, het
samenwerkingsverband als zelfstandig belastingplichtig beschouwd.
art. 2 lid 3 wet Vpb - Gevolg: het samenwerkingsverband is zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
art. 2 lid 6 wet Vpb - Worden geacht met hun gehele vermogen een onderneming te drijven.
- Wanneer minstens 50% van de stemrechten/kapitaalbelangen/winstrechten in het
samenwerkingsverband (in)direct worden gehouden door één of meer gelieerde lichamen.
o Gelieerd op grond van artikel 12ac lid 2 wet Vpb.
art. 2 lid 12 wet Vpb o Belastingplicht omgekeerd hybride lichaam geldt niet voor collectieve beleggingsinstellingen.
à Die gelieerde lichamen zijn gevestigd in een staat die samenwerkingsverband als belastingplichtige
voor naar winst geheven belasting beschouwt (niet transparant in het buitenland).
à Winst van samenwerkingsverband is voor Nederlandse doeleinden (zonder omgekeerd hybride
lichaam maatregel) toerekenbaar aan houders van stemrechten (transparant in Nederland).
, College 1 & 2 - Belastingplichtige en winstbegrip in de Vpb
Informeel kapitaal: de aandeelhouder bevoordeelt de vennootschap zonder dat er in formele zin sprake is van
kapitaal. Dit kan zowel in de kostensfeer (huur) als in de vermogenssfeer (verkoop MVA) plaatsvinden.
- Onzakelijke bevoordelingen in kostensfeer van dochtermaatschappij door moedermaatschappij:
o Correctieboeking bij moeder: Deelneming dochter aan/ Opbrengst
o Correctieboeking bij dochter: Kosten aan/ Informeel kapitaal
- Onzakelijke bevoordelingen van moedermaatschappij door dochtermaatschappij in de kostensfeer:
o Correctieboeking bij moeder: Kosten aan/ Ontvangen dividend
o Correctieboeking bij dochter: Winstreserve aan/ Opbrengst
- Onzakelijke bevoordeling van zustermaatschappij in de kostensfeer:
o Correctieboeking bij moeder: Deelneming voordeel ontvangende dochter aan/
Resultaat deelneming voordeel gevende dochter
o Correctieboeking bij gevende dochter: Winstreserve aan/ Opbrengst
o Correctieboeking bij ontvangende dochter: Kosten aan/ Informeel kapitaal
- Bij een bevoordeling in de vermogenssfeer veranderen de correctieboekingen van kosten naar activa.
De hoofdregel bij verliesverrekening is het eerst verrekenen met de belastbare winst van voorgaand jaar (carry
back voor 1 jaar) en dan onbeperkte verliesverrekening met volgende jaren (carry forward).
- Verrekenbaar verlies per jaar (carry back en forward) = € 1 mln. + (belastbare winst – € 1 mln.) x 50%.
Doel van artikel 20a wet Vpb: het tegengaan van handel in verliesvennootschappen (verlies-bv's).
Hoofdregel bij handel in verlies-bv’s: verliezen zijn niet verrekenbaar wanneer minimaal 30% van de aandelen
art. 20a lid 1 wet Vpb
in een vennootschap van eigenaar wisselt (belangenwijziging in belangrijke mate).
Uitzonderingen wanneer verliesverrekening wel is toegestaan:
art. 20a lid 2 wet Vpb - Wijziging vloeit voort uit een overlijden of aangaan/beëindiging van een huwelijk.
art. 20a lid 3 wet Vpb - De verkrijger van de aandelen had al ten minste ⅓ van de aandelen had voor verkrijging.
- De belastingplichtige niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat het uiteindelijke belang in
art. 20a lid 3 wet Vpb
belangrijke mate is gewijzigd en de wijziging niet verder gaat dan gebruikelijk.
art. 20a lid 4 wet Vpb Uitzondering op de hoofdregel, verliesverrekening toegestaan wanneer wordt voldaan aan drie voorwaarden:
- Beleggingstoets: de bezittingen bestaan minstens 9 maanden niet grotendeels uit beleggingen.
- Activiteitentoets: de activiteiten zijn op moment van wijziging niet verminderd tot minder dan 30%.
- Voornemenstoets: er is geen voornemen om hier bovenstaande binnen 3 jaar te doen (activiteiten).
Wanneer er sprake is van verliesverrekening op grond van artikel 20a lid 4 wet Vpb is het verlies alleen te
art. 20a lid 6 wet Vpb
verrekenen met winsten van een jaar waarin de bezittingen gedurende tenminste 9 maanden niet grotendeels
bestaan uit beleggingen.
Indien niet wordt voldaan aan de activiteitentoets en voornemenstoets, maar wel wordt voldaan aan de
art. 20a lid 11 wet Vpb beleggingstoets, kunnen oude verliezen worden verrekend met latere winsten uit dezelfde activiteiten.
art. 20a lid 9 wet Vpb Voor carry back gelden de leden 1, 2 en 3, tenzij er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- In tussenliggende periode zijn de werkzaamheden niet (nagenoeg) geheel gestaakt.
- In het jaar waarin het verlies is geleden en waarin het verlies wordt verrekend bestaan de bezittingen
minstens 9 maanden niet grotendeels uit beleggingen.
Wanneer er geen verliesverrekening mogelijk is op grond van artikel 20a leden 1 tot en met 11 wet Vpb, dan:
- Herinvesteringsreserve in winst opnemen.
art. 20a lid 12 wet Vpb - Herwaardering van nog resterende activa (tot maximaal waarde economisch verkeer).
- Vervolgens het resterend verlies verrekenen voor zover mogelijk.
art. 15c wet Vpb Einde van de belastingplicht wanneer het inwonerschap is geëindigd of wanneer is opgehouden belastbare
art. 15d wet Vpb winst te genieten à eindafrekening over de stille reserves, goodwill en fiscale reserves.
- Zetelverplaatsing en het overbrengen van een bedrijf naar het buitenland betekent het einde van de
art. 15c lid 1 wet Vpb
belastingplicht zonder staking, maar wel afrekening over de stille reserves (eventueel exitheffing).