Hoofdstuk 1: Economisch handelen & instituties
Afbeelding: tijdens de jaren 90 worden fotograven aangeworven om projecten te
fotograferen in amerikaans leven, je ziet een kruidenier als verkooppunt maar ook als
iets cultureels.
Economisch handelen is meer dan marktruil:
Economisch handelen =
- Actie: wat we doen, hebbende een intentie alle gedrag behalve geen zonder
bewuste mentale ingreep vereist (ademen, reflexen,…). Wat we doorgaans
‘economisch’ gedrag noemen,’ is intentioneel.
o een handeling of een actie, in echte samenleving is economie een
handeling gecoordineerd met andere mensen.
- Institutie: “duurzame, sociaal georganiseerde elementen van de sociale structuur
die sociale en individuele noden vervult en omgekeerd de sociale orde en de
continuïteit van het sociaal leven stutten”
o die elementen van de samenleving die een structuur in ons leven zijn (vb:
wetten of sociale normen of …) vloeien voort uit systematisch handelen.
- De sprong van handelingen naar instituties is een sprong naar bovenindividueels
(vb: een wet of hoe we contracten kunnen afsluiten)
Economie: productie en distributie van beschikkingsmiddelen
In economische analyses: doorgaans een dubbele reductie
Economisch handelen wordt dan beperkt tot…
instrumenteel-rationeel handelen (Schaarse goederen worden geproduceerd en
gedistribueerd )
handelen in een markteconomische omgeving (het volstaat om markten te bestuderen
(plekken waar gekocht en verkocht ordt op een representatieve manier)
Kritiek: er zijn vele andere vormen van handelen die hier niet onder vallen, maar die wel
‘economisch’ zijn (heel veel distributie niet als marktomgeving wordt gebruikt (vb
godsdienstige markt) begrip markt ziet er dan anders uit.
Voorbeelden van ‘andere’ economische instituties: Huiselijke eetcultuur, De Sint,
Vrijwilligerswerk, Giften aan goede doelen, Uitnodigingen op feestjes of dinertjes (logica
is eig ieder om de beurt organiseert etentje) maar de logica is niet markteconomisch
Al deze voorbeelden illustreren hoe distributie en productie (gedeeltelijk) gedreven
kunnen worden door andere coördinatiemechanismen dan de markt
1
,Meest consistent uitgewerkte kritiek komt van Karl Polanyi in zijn tegenstelling tussen
formele en sub- stantieve benaderingen van de economie -> tegenstelling tussen
formele (doen alsof er alleen een markt is) en substnatieve.
Formele versus substantieve economie:
- Volgens Polanyi generaliseert de economische
- benadering te veel vanuit hun ‘hier en nu’ (myopie)
- Assumptie van maximalisatie in een markteconomie
- Polanyi noemt dit de formele benadering -> Markteconomische samenleving is
de manier waarop mensen hun leven vorm geven (=formeel)
- Vanuit een ruimer perspectief is de dominantie van markteconomische
coördinatie van productie en distributie een recente vinding.
- Markteconomische transacties bestonden steeds naast, zelfs ondergeschikt aan
andere economische instituties = substantieve benadering
o Ideaaltypisch: drie vormen van coördinatie: ruil, reciprociteit en
redistributie
Ruil: transacties op een markt
- Eenvoudige transacties op een markt om basisprincipes te vinden
- Vb: ego en alter die wilsovereenstemming (bouwsteen van elke contract = het
eens geraken van ik wissel dit voor dat) bereiken
- Er komt een uitwisseling op hetzelfde moment
- Theorie: beide partijen zijn beter af
Reciprociteit: wederzijdse verplichtingen
- Gaat veel verder dan instituties rond geschenken in de enge zin (verjaardagen,
Kerst)
o Geschenken uitwisselen: vb verjaardagscadeau geven en dan verwacht
je later op jou verjaardag iets terug. Lijkt alsof ego naar alter maar
eigenlijk in cyclus gestap waarop dit opnieuw blijft gebeuren. Wederzijds
schenken blijft voortduren zolang vriendschap blijft.
- Bij uitstek: het coördinatiemechanisme van primaire relaties, ook en vooral in
economische zin
- In de eerste plaats: gezin en haar gesloten relaties
o Reciprociteit werkt ook heel sterk om economische transacties te regelen
in primaire relaties (vb: je broer) vb: eeten bij je ouders je vraagt geen
rekening maar doet wel andere dingen
- Impliceert dat het in de werkelijkheid voortdurend interfereert met
markteconomische ruilrelaties
- Toepassing: huishoudelijke arbeidsverdeling
- Is natuurlijk ook in relatie met markteconomische transacties: je koopt een
geschenk
2
, Redistributie: verplaatsing van hulpbronnen naar centrum en terug naar buiten
- Het idee dat er soort van centrum bestaat
- Kan een symbolische plek zijn of bestaand zijn
- Bestaat uit 2 bewegingen ene naar het centrum en ene naar buiten
- Indianen jagen op wild:
o Je hebt een groep nodig om die olifant te kunnen doden dus veel mensen
helpen en geven schaarse goederen op.
o Als dier dood is moet het verdeeld worden en zullen veel mensen
genieten ook mensen die niet bijgedragen hebben
- Samenleving van vandaag belasting heffing:
o Overheid wordt gefinancieerd door belasting, mensen zijn verplicht dit te
betalen
o Mensen dragen bij aan de staatskas en deze middelen worden gebruikt
om andere dingen te fixen.
- Hoeft geen dwang te impliceren (Vb: giften aan goede doel (geld geven aan een
organisatie)
- Redistributie kan in belangrijke mate voorkomen samen met reciprociteit, soms
ook met ruil
- Voorbeelden: Genesis 41, 56 (hongersnood in Egypte na zeven vette jaren)
o Vb: in oude testament jozef in egypte wacht op farao en farao had rare
droom jozef gebruikt die droom om te zeggen zeven goede en slechte
jaren. Obv raadt jozef aan te bewaren en dan graanvoorraaden verkopen
- Belangrijkste hedendaagse vorm is staatse redistributie, i.h.b. belastingen:
gedwongen en algemeen
- Opmerkingen:
o kan ook horizontale redistributie zijn (verzekeringsbeginsel)
o verticaal kan het in beide richtingen gaan (regressieve versus
progressieve belastingen)
toepassing: de envlave economie:
- De enclave-economie is een bijzondere toepassing van de etnische economie
- Definitie: geografische concentratie van etnische ondernemingen in een enclave.
- Denk aan: de Bra- bantstraat in Schaar- beek en Sint-Joost
- Één etnische groep die verbonden is
- Etnische minderheden wonen vaak samen groot deel van aanbod en groot deel
van vraag op elkaar aanleeft
- Niet alleen markteconomisch opvallend maar ook vanwille de sterke sociale
integratie en isoleerd mensen niet alleen markteconomische transacties doen
maar ook reciprutie en redistributie zoals diensten of gunsten verlenen of voor
goede doelen
- Meest zichtbare deel bestaat kleinhandel, doorgaans gerund door
familiebedrijfjes (in onze casus: groentewinkels, theehuizen, kappers,...)
3