Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 34 páginas
Resumen

Samenvatting VU Goederenrecht stappenplan - 8,3 in één keer behaald met het leren van deze leerstukken.

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 34 páginas

Dit stappenplan biedt een gestructureerd overzicht van het cursus Goederenrecht (R_GoedR) aan de VU Amsterdam, verdeeld over zeven weken. De leerstof behandelt eigendom van roerende en onroerende zaken, zaaksvorming, natrekking, eigendomsvoorbehoud, burenrecht, verjaring, overdracht, zekerheidsrechten, pandrecht, hypotheekrecht en retentierecht. Het document is ideaal voor studieplannen en examenvoorbereiding, omdat het alle kernonderwerpen in logische volgorde ordent en helpt bij het structureren van je leerproces.

Vista previa del contenido

Stappenplan goederenrecht

Week 1

 Leerstuk 1: herhaling van de stof van Inleiding goederenrecht


Bij faillissement blijf je eigenaar, maar ben je niet meer beschikkingsbevoegd op grond van art. 23 Fw
Op grond van art. 35 Fw is levering niet meer mogelijk in faillissement  relevant bij c.p.-levering conform
art. 3:115 sub a BW

Revindicatie art. 5:2 BW
Overdracht art. 3:84 BW
 Levering
 Geldige titel
 Beschikkingsbevoegdheid

Derdenbescherming 3:86 roerende zaak, niet-register goed
 Beschikkingsonbevoegdheid
 Anders dan om niet
 Roerende zaak, niet-registergoed
 Levering conform art. 90, 91 of 93
 Verkrijger moet te goeder trouw zijn (3:11/3:118 lid 3 BW)

Derdenbescherming bij diefstal art. 3:86 lid 3, indien voldaan aan sub a of b rechtsgeldig eigenaar
geworden en is de revindicatie van de oorspronkelijke rechthebbende binnen drie jaar niet meer van
toepassing

Derdenbescherming 3:88
 Registergoed
 Beschikkingsonbevoegdheid
 Verkrijger moet te goeder trouw zijn (3:11/3:118 lid 3 BW)
 Die niet het gevolg was van onbevoegdheid van de toenmalige vervreemder

Recht van erfdienstbaarheid art. 5:70 BW
Vestigen beperkte rechten volgens schakelbepaling 3:98 jo. 3:84, levering = vestigingshandeling 3:89 BW

C.p.-levering: enkel de bezitter kan c.p.-leveren, niet de houder!

Levering als cessie conform art. 3:94 BW
 Lid 1: openbare cessie: akte + mededeling aan debiteur
 Lid 3: stille cessie: onderhands geregistreerde akte (geen mededeling vereist)

Beperkte rechten gaan van rechtswege mee teniet en van rechtswege mee over (3:7 jo. 3:82 BW)

, Week 2

 Leerstuk 1: eigendom van roerende zaken: vermenging


Stap 1: leerstuk & rechtsvraag
Leerstuk: eigendom van roerende zaken: eigenlijke vermenging
Rechtsvraag: wie is de eigenaar van een roerende zaak bij eigenlijke vermenging?

Stap 2: juridische maatstaf
Vermenging 5:15 BW
5:14 BW
HR Glencore/Nationale Borg-Maatschappij (Zelco)

Stap 3: toepassen
Eigenlijke vermenging = vermenging van meerdere roerende zaken die daarna niet meer uit elkaar te
halen zijn, zoals bij gassen en vloeistoffen

Wanneer er sprake is van vermenging in de zin van art. 5:15 BW, word je terugverwezen naar art. 5:14 BW
Kijken of er sprake is van een hoofdzaak: checken op grond van lid 3 jo. lid 1
Lid 3: er zijn twee criteria om te bepalen of er sprake is van een hoofdzaak:
 Waardecriterium  r.o. 3.7.5 HR Glencore/Nationale Borg aanmerkelijke overtreffing in waarde,
niet spoedig aangenomen
 Verkeersopvatting  r.o. 3.7.5 HR Glencore/Nationale Borg de verkeersopvatting is in geval van
eigenlijke vermenging geen bruikbaar criterium
Lid 1: indien er een hoofdzaak aan te wijzen valt, dan wordt de eigenaar van de hoofdzaak waarvan het
bestanddeel onderdeel wordt, de eigenaar daarmee ook eigenaar van het bestanddeel

Valt er geen hoofdzaak aan te wijzen?  lid 2
Als geen van de zaken als hoofdzaak valt aan te merken en zij toebehoren aan verschillende eigenaars,
worden deze mede-eigenaars van de nieuwe zaak, ieder voor een aandeel evenredig aan de waarde van
de zaak  mede-eigendom/gemeenschap in de zin van art. 3:166 BW

NB: Indien er een beperkt recht rust op een van de zaken die wordt vermengd, dan gaat dit beperkte recht
in beginsel teniet o.g.v. art. 3:81 lid 2 sub a BW. Uitzondering r.o. 3.7.4 HR Glencore: er ontstaat van
rechtswege een nieuw beperkt recht op een aandeel in de nieuwe zaak t.b.v. degene die het beperkte
recht op de door vermenging teniet gegane zaak had gevestigd  dit geldt ook bij faillissement (r.o. 3.7.5)


Stap 1: leerstuk & rechtsvraag
Leerstuk: eigendom van roerende zaken: oneigenlijke vermenging
Rechtsvraag: wie is de eigenaar van een roerende zaak bij oneigenlijke vermenging?

Stap 2: juridische maatstaf
3:109 jo. 3:119 BW
HR Texeira de Mattos

,Stap 3: toepassen
Oneigenlijke vermenging = de zaken zijn wel nog individualiseerbaar, maar het eigendom kan niet meer
worden bewezen

HR Texeira de Mattos: art. 3:109 jo. 3:119 BW: de houder wordt vermoed bezitter te zijn, en de bezitter
wordt vermoed eigenaar te zijn
Tegenbewijs is toegestaan, maar er is bewijsnood omdat het eigendom niet bewezen kan worden
Hierdoor kan er niet gerevindiceerd worden, ook al is er geleverd onder eigendomsvoorbehoud


 Leerstuk 2: eigendom van roerende zaken: zaaksvorming


Stap 1: leerstuk & rechtsvraag
Leerstuk: eigendom van roerende zaken: zaaksvorming
Rechtsvraag: wie is de eigenaar van een roerende zaak bij zaaksvorming?

Stap 2: juridische maatstaf
Zaaksvorming 5:16 BW
HR Breda/St. Antonius
HR Kuikenbroederij

Stap 3: toepassen
Zaaksvorming = uit één of meer zaken een nieuwe zaak vormen
Wanneer wordt er een nieuwe zaak gevormd?
 Een of meer roerende zaken
 Scheppende arbeid/productieproces  r.o. 3.5.1 HR Kuikenbroederij
 Nieuwe identiteit  r.o. 3.4.3 HR Kuikenbroederij & r.o. 3.2 HR Love Love

Hoofdregel: eigenaar(s) van de oorspronkelijke zaak/zaken worden eigenaar van de nieuwe zaak (lid 1)
Uitzondering: zaaksvorming voor zichzelf: iemand die voor zichzelf een zaak vormt of doet vormen, wordt
de eigenaar van de nieuwe zaak (lid 2)
Uitzondering op de uitzondering: tenzij-clausule uit lid 2: als de kosten de geringe omvang niet
rechtvaardigen, dan val je terug op lid 1

Wanneer is er sprake van doen-vormen?  r.o. 3.3 HR Breda/St. Antonius
Hangt af van hetgeen in het licht van de daarop betrekking hebbende verkeersopvattingen uit de
rechtsverhouding die tussen de partijen voortvloeit:
 Wie had beslissende invloed op de wijze van productie en de definitieve vorm van het product?
 Wie droeg in het kader van die rechtsverhouding het risico ter zake van het verliezen wegens
tegenvallende bruikbaarheid, verhandelbaarheid of winstgevendheid van het product?

,  Leerstuk 3: eigendom van roerende zaken: natrekking


Stap 1: leerstuk & rechtsvraag
Leerstuk: eigendom van roerende zaken: natrekking
Rechtsvraag: is iets een zelfstandige zaak of een bestanddeel?

Stap 2: juridische maatstaf
Zaaksvorming 5:14 BW
3:4 BW
HR Dépex/Bergel
HR Prorail/Stichting Rijswijk
HR UTB/Glencore
HR Glencore/Nationale Borg-Maatschappij (Zelco)

Stap 3: toepassen
Natrekking = voorheen individuele zaken worden één zaak
In beginsel geldt art. 5:14 BW: de eigendom van een roerende zaak die een bestanddeel wordt van een
andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken, gaat over aan de eigenaar van deze hoofdzaak

Is er sprake van een bestanddeel?  art. 3:4 BW
 Lid 1: volgens verkeersopvatting bestanddeel, zie r.o. 3.7 HR Dépex/Bergel & r.o. 3.5.2 HR
Prorail/Stichting Rijswijk
o Wanneer gebouw en apparatuur in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd
o Wanneer gebouw bij ontbreken van apparatuur als onvoltooid moet worden beschouwd
o Onvoltooidheidscriterium: tijdelijke hulpfunctie
 Lid 2: schadecriterium, zie r.o. 3.3.2 HR UTB/Glencore
o Afscheiding niet mogelijk zonder beschadiging van betekenis

Wat is de hoofdzaak en wat is het bestanddeel? 5:14 lid 3 BW
 Waardecriterium  r.o. 3.7.5 HR Glencore/Nationale Borg aanmerkelijke overtreffing in waarde,
niet spoedig aangenomen
 Verkeersopvatting  r.o. 3.7.5 HR Glencore/Nationale Borg de verkeersopvatting is in geval van
eigenlijke vermenging geen bruikbaar criterium

NB: HR Dépex/Bergel: de functie van de apparatuur in het productieproces is niet van belang


Stap 1: leerstuk en rechtsvraag
Leerstuk: eigendom van roerende zaken: natrekking
Rechtsvraag: wie is de eigenaar van een roerende zaak bij natrekking?

Stap 2: juridische maatstaf
5:3 BW
Natrekking 5:14 BW

Stap 3: toepassen

Información del documento

Estudio
Subido en
19 de septiembre de 2026
Número de páginas
34
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$12.94

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
15
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes