2026
Statistiek voor
pedagogen deel 1
[ONDERTITEL VAN DOCUMENT]
STERRE ROBBERECHTS
,Statistiek voor pedagogen deel 1 | Sterre Robberechts
1
, Statistiek voor pedagogen deel 1 | Sterre Robberechts
Statistiek voor pedagogen deel 1 – Inleiding
1. Gegevensroosters of data matrix
In deze cursus gaan we ervan uit dat er gegevens zijn verzameld en dat deze gegevens in een
gegevensrooster zijn georganiseerd
• De onderzoekselementen vormen de rijhoofden v/h rooster
o Onderzoekselementen in pedagogisch onderzoek zijn vaak “onderzoeksdeelnemers”
• De kenmerken waarop de onderzoekselementen moeten worden beoordeeld = de kolomhoofden
o De kenmerken = variabelen
• Het gegevensrooster “de examenresultaten in een klas van 30 leerlingen”
De kinderen in de klas = de onderzoekselementen
De onderzoekskenmerken = naam, voornaam, geslacht, leeftijd, woonplaats, examenpunten
Nederlands, examenpunten Frans, examenpunten Wiskunde en
een beoordeling van het gedrag door de leerkracht
In hoofdstuk 1 focussen we ons op één kolom, op één onderzoekskenmerk van het gegevensrooster
2
, Statistiek voor pedagogen deel 1 | Sterre Robberechts
Statistiek voor pedagogen deel 1 - Beschrijving van één kenmerk
1. Tabellen
1.1 Frequentietabellen
1.1.1 Frequenties
Een frequentietabel geeft een frequentieverdeling weer = de verdeling van de scores over het betreffende
kenmerk. Bij het opstellen van een frequentietabel maakt het weinig uit of de hoogste waarden bovenaan
of onderaan worden geplaats.
Voorbeeld “Frequentieverdeling van de Punten op het Examen Nederlands voor 30 studenten”
Je noteert alle mogelijke scores van de hoogste naar de laagste en je
telt (= je turft) het aantal keer (= de frequentie) dat een bepaalde score
voorkomt.
Door het relatief kleine aantal observaties en het grote bereik (van 40 tot
96) komen er veel nulfrequenties voor.
Door deze toch op te nemen krijg je een beter overzicht v/d
spreiding v/d punten
Het voordeel bij deze frequentietabel is dat elke student kan aflezen
hoeveel studenten evenveel punten behaalde en ook hoeveel
studenten meer of minder punten behaalde.
Het nadeel bij deze frequentietabel is dat met de numerieke
volgorde van alle informatie over de namen van de studenten
verloren gaat
Een algemeen principe bij beschrijvende statistiek
• Een bepaald aspect van de gegevens wordt benadrukt, terwijl andere aspecten in de schaduw
blijven
1.1.2 Relatieve, cumulatieve en relatieve cumulatieve frequenties
1.1.2.1 Relatieve frequenties
Voor de relatieve frequentietabel komen in de plaats van de frequenties de relatieve frequenties = de
frequenties gedeeld door het totaal aantal observaties, weergegeven in een breuk of procent
Voorbeeld “Frequentieverdeling van de Punten op het Examen Nederlands voor 30 studenten”
3
Aan de score van 77 punten beantwoordt een relatieve frequentie van 30 of 10% van de studenten
behaalde een score van 77 punten.
3