Inleiding: beleidsthema’s in de jeugdhulp
Actuele beleidstendensen binnen de jeugdhulp
1. Vermaatschappelijking
2. Vraaggestuurde zorg/ jeugdhulp
3. Vermarkting van de zorg
4. Preventie
5. Continuïteit in de jeugdhulp
6. Integraal werken
7. Digitalisering
• Je kan een voorbeeld krijgen: moet kunnen zeggen bij welk beleidstendens het hoort.
Definitie ‘beleid’ algemeen
• Om bepaalde doelstellingen te bereiken (wat?).
o Bv: corona-pandemie indijken, aantal mensen dat in de kinderopvang wil
werken doen stijgen…
• Beslissen over de manier waarop je zaken wil aanpakken (hoe)/ hoe kom je tot die
doelstelling. Keuzes maken.
• Bij keuze maken: rekening houden met de (on)gewenste gevolgen
• Beleid: wat → hoe → consequenties (gewenst en ongewenst)
Toepassing ‘jeugdhulpbeleid’
“Integrale jeugdhulp biedt aan minderjarigen, hun ouders en, in voorkomend geval, hun
opvoedingsverantwoordelijken en de betrokken personen uit hun leefomgeving die daar behoefte
aan hebben, hulp en zorg op maat die met een grote mate aan flexibiliteit aan de hulpvraag proberen
te beantwoorden. Ze doet dat door een gemeenschappelijke analyse van de hulpvraag en in een
sectoroverschrijdende samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders en intersectorale afstemming van
het jeugdhulpaanbod. (…)
Ze omvat zowel de RTJ als de NRTJ, waarmee de personen tot wie ze zich richt, instemmen, als
gerechtelijke jeugdhulp. (…)
Er worden voorzieningen en projecten georganiseerd, erkend of gesubsidieerd voor de
jeugdhulpverlening aan minderjarigen die zich in een verontrustende situatie bevinden of die een
jeugddelict hebben gepleegd, en eventueel van hun ouders, hun opvoedingsverantwoordelijken of
personen uit hun leefomgeving.
De integrale jeugdhulp respecteert op elk moment de bepalingen van het Verdrag inzake de Rechten
van het Kind, aangenomen in New York op 20 november 1989 en geëxpliciteerd in het decreet van 7
mei 2004 betreffende de rechtspositie van minderjarigen in de integrale jeugdhulp.”
1
, • Doelstellingen
o Hulp en zorg bieden op maat die met een grote mate aan flexibiliteit aan de
hulpvraag proberen te beantwoorden.
• Hoe
o Door een gemeenschappelijke analyse van de hulpvraag in een
sectoroverschrijdende samenwerking.
o RTJ en NRTJ als gerechtelijke jeugdhulp.
o Voorzieningen en projecten organiseren, erkend of gesubsidieerd.
o Respecteert op elk moment de bepalingen van het Verdrag inzake de Rechten
van het Kind.
Jeugdhulpbeleid op 3 niveau’s: m -m-m
• Macrobeleid: wat de overheid beslist bepaald het beleid in de organisaties waardoor
je individueel handelen beïnvloedt wordt.
• Beleid op macroniveau bepalen hoe jij later met kinderen aan de slag zal gaan.
• Het ene niveau beïnvloedt het andere.
2
, Samenvatting 2: vermaatschappelijking
1.Inleidend: in de beleidsnota’s
o Getrapte zorg is een belangrijk element binnen de vermaatschappelijking.
1. Subsidiariteitsprincipe
2. Zelfzorg → mantelzorg/ omgevingszorg → professionele niet-gespecialiseerde
zorg → gespecialiseerde professionele zorg
o Krachtgericht werken = zelfzorg en omgevingszorg.
o De doelstellingen van de IJH
1. Vermaatschappelijking van de jeugdhulp
2. Gepast omgaan met verontrusting
3. Hulpcontinuïteit
4. Tijdige toegang tot de jeugdhulp (RTJ en NRTJ)
5. Crisishulp (aanbod versterken)
6. Maximale participatie van de minderjarige en zijn context
2.Wat is vermaatschappelijking?
o Vermaatschappelijking = zorg in de samenleving (inclusie) en door de samenleving
(informele zorg)
1. In de samenleving = integreren in de samenleving en niet een gebouw op een
afgelegen plek ver buiten de samenleving
2. Door de samenleving = zelfzorg en mantelzorg
o Getrapte zorg: subsidiariteitsprincipe (residentiële hulp als het moet, mobiele en
ambulante hulp als het kan)
1. Ook voorgesteld in concentrische cirkels (WHO)
2. Maximaal respecteren en versterken van de krachten van de cliënt en zijn
omgeving = krachtgericht werken.
o Visie op zorg die we in de jaren 60-70 hadden: ontstaan
1. Burgers protesteerden meer en meer tegen de manier van hulpverlening
(grote instellingen ver weg van de samenleving)
2. Exclusief van de samenleving
3. Komt protest rond (gestart in Amerika)
Organisatie en inhoud van zorg is veranderd
o Vermaatschappelijking wijst op verandering in de manier waarop de zorg
georganiseerd wordt en verandering in de inhoud van de zorg.
o Wijzigingen in de organisatie van de zorg: extramuralisering/ deïnstitutionalisering
1. Einde van de totale instituties: niet meer onderbrengen in gebouwen buiten
de samenleving, wel binnen de samenleving in zo klein mogelijke gebouwen.
2. Residentiële bedden afbouwen, ten voordele van ambulante/ mobiele/ semi-
residentiële hulp.
3
, 3. Balanced care: zo weinig mogelijk residentiële hulp aanspreken, tenzij het niet
anders kan.
o Vermaatschappelijking = residentiële hulp in kleinschalige initiatieven en focus op
zelfzorg en mantelzorg.
Evolutie van totale instituties naar balanced care
Totale instituties (1880-1950) Afbouw instellingen vanaf Balanced care vanaf 2000
1950
Oprichting asielen (instelling Afbouw asielen Kleinschalige voorzieningen
residentiële hulpverlening)
Stijging residentiële bedden Daling residentiële bedden Daling van residentiële bedden
zwakt af
Beperkte rol familie Familie heeft kleine inbreng Versterking rol familie &
mantelzorg
Alleen medisch personeel (para)medisch personeel + Multidisciplinaire teamwerking
humane wetenschappers in thuiszorg
Vooral controle, weinig Focus op sociale rehabilitatie Evenwicht tussen controle en
behandeling zelfbeschikking
o Paramedisch personeel = kinesisten, orthopedisten…
o Rehabilitatie = terug opgenomen worden in de maatschappij
o Belanced care:
1. Vooral inzetten op mobiele en ambulante hulpverlening, maar er is nog
residentieel voor als het nodig is, wel kleinschaliger.
2. Familie krijgt een steeds grotere rol
3. Meer multidisciplinair werken
4. Evenwicht tussen controleren van bepaalde problematiek en autonomie
o Wijzigingen in de inhoud van de zorg
1. Ideale zorg = autonomie van zorgvrager (door individualisering)
2. Burgerschapsparadigma
▪ Feit dat mensen die een zorgnood hebben in eerste instantie burger
zijn (we moeten ze zoals iedereen inclusies in de samenleving
opnemen en moeten helpen met hun specifieke zorgvraag)
3. Evolutie van medisch model naar cliëntgericht ondersteuningsmodel
▪ Medisch model = model waarbij we uitgaan dat de hulpverlener of
dokter weet wat het probleem is en gaat hiervoor een oplossing
geven.
▪ Cliëntgericht = autonomie ligt bij de cliënt en de cliënt wordt
ondersteund door de professional.
4
Actuele beleidstendensen binnen de jeugdhulp
1. Vermaatschappelijking
2. Vraaggestuurde zorg/ jeugdhulp
3. Vermarkting van de zorg
4. Preventie
5. Continuïteit in de jeugdhulp
6. Integraal werken
7. Digitalisering
• Je kan een voorbeeld krijgen: moet kunnen zeggen bij welk beleidstendens het hoort.
Definitie ‘beleid’ algemeen
• Om bepaalde doelstellingen te bereiken (wat?).
o Bv: corona-pandemie indijken, aantal mensen dat in de kinderopvang wil
werken doen stijgen…
• Beslissen over de manier waarop je zaken wil aanpakken (hoe)/ hoe kom je tot die
doelstelling. Keuzes maken.
• Bij keuze maken: rekening houden met de (on)gewenste gevolgen
• Beleid: wat → hoe → consequenties (gewenst en ongewenst)
Toepassing ‘jeugdhulpbeleid’
“Integrale jeugdhulp biedt aan minderjarigen, hun ouders en, in voorkomend geval, hun
opvoedingsverantwoordelijken en de betrokken personen uit hun leefomgeving die daar behoefte
aan hebben, hulp en zorg op maat die met een grote mate aan flexibiliteit aan de hulpvraag proberen
te beantwoorden. Ze doet dat door een gemeenschappelijke analyse van de hulpvraag en in een
sectoroverschrijdende samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders en intersectorale afstemming van
het jeugdhulpaanbod. (…)
Ze omvat zowel de RTJ als de NRTJ, waarmee de personen tot wie ze zich richt, instemmen, als
gerechtelijke jeugdhulp. (…)
Er worden voorzieningen en projecten georganiseerd, erkend of gesubsidieerd voor de
jeugdhulpverlening aan minderjarigen die zich in een verontrustende situatie bevinden of die een
jeugddelict hebben gepleegd, en eventueel van hun ouders, hun opvoedingsverantwoordelijken of
personen uit hun leefomgeving.
De integrale jeugdhulp respecteert op elk moment de bepalingen van het Verdrag inzake de Rechten
van het Kind, aangenomen in New York op 20 november 1989 en geëxpliciteerd in het decreet van 7
mei 2004 betreffende de rechtspositie van minderjarigen in de integrale jeugdhulp.”
1
, • Doelstellingen
o Hulp en zorg bieden op maat die met een grote mate aan flexibiliteit aan de
hulpvraag proberen te beantwoorden.
• Hoe
o Door een gemeenschappelijke analyse van de hulpvraag in een
sectoroverschrijdende samenwerking.
o RTJ en NRTJ als gerechtelijke jeugdhulp.
o Voorzieningen en projecten organiseren, erkend of gesubsidieerd.
o Respecteert op elk moment de bepalingen van het Verdrag inzake de Rechten
van het Kind.
Jeugdhulpbeleid op 3 niveau’s: m -m-m
• Macrobeleid: wat de overheid beslist bepaald het beleid in de organisaties waardoor
je individueel handelen beïnvloedt wordt.
• Beleid op macroniveau bepalen hoe jij later met kinderen aan de slag zal gaan.
• Het ene niveau beïnvloedt het andere.
2
, Samenvatting 2: vermaatschappelijking
1.Inleidend: in de beleidsnota’s
o Getrapte zorg is een belangrijk element binnen de vermaatschappelijking.
1. Subsidiariteitsprincipe
2. Zelfzorg → mantelzorg/ omgevingszorg → professionele niet-gespecialiseerde
zorg → gespecialiseerde professionele zorg
o Krachtgericht werken = zelfzorg en omgevingszorg.
o De doelstellingen van de IJH
1. Vermaatschappelijking van de jeugdhulp
2. Gepast omgaan met verontrusting
3. Hulpcontinuïteit
4. Tijdige toegang tot de jeugdhulp (RTJ en NRTJ)
5. Crisishulp (aanbod versterken)
6. Maximale participatie van de minderjarige en zijn context
2.Wat is vermaatschappelijking?
o Vermaatschappelijking = zorg in de samenleving (inclusie) en door de samenleving
(informele zorg)
1. In de samenleving = integreren in de samenleving en niet een gebouw op een
afgelegen plek ver buiten de samenleving
2. Door de samenleving = zelfzorg en mantelzorg
o Getrapte zorg: subsidiariteitsprincipe (residentiële hulp als het moet, mobiele en
ambulante hulp als het kan)
1. Ook voorgesteld in concentrische cirkels (WHO)
2. Maximaal respecteren en versterken van de krachten van de cliënt en zijn
omgeving = krachtgericht werken.
o Visie op zorg die we in de jaren 60-70 hadden: ontstaan
1. Burgers protesteerden meer en meer tegen de manier van hulpverlening
(grote instellingen ver weg van de samenleving)
2. Exclusief van de samenleving
3. Komt protest rond (gestart in Amerika)
Organisatie en inhoud van zorg is veranderd
o Vermaatschappelijking wijst op verandering in de manier waarop de zorg
georganiseerd wordt en verandering in de inhoud van de zorg.
o Wijzigingen in de organisatie van de zorg: extramuralisering/ deïnstitutionalisering
1. Einde van de totale instituties: niet meer onderbrengen in gebouwen buiten
de samenleving, wel binnen de samenleving in zo klein mogelijke gebouwen.
2. Residentiële bedden afbouwen, ten voordele van ambulante/ mobiele/ semi-
residentiële hulp.
3
, 3. Balanced care: zo weinig mogelijk residentiële hulp aanspreken, tenzij het niet
anders kan.
o Vermaatschappelijking = residentiële hulp in kleinschalige initiatieven en focus op
zelfzorg en mantelzorg.
Evolutie van totale instituties naar balanced care
Totale instituties (1880-1950) Afbouw instellingen vanaf Balanced care vanaf 2000
1950
Oprichting asielen (instelling Afbouw asielen Kleinschalige voorzieningen
residentiële hulpverlening)
Stijging residentiële bedden Daling residentiële bedden Daling van residentiële bedden
zwakt af
Beperkte rol familie Familie heeft kleine inbreng Versterking rol familie &
mantelzorg
Alleen medisch personeel (para)medisch personeel + Multidisciplinaire teamwerking
humane wetenschappers in thuiszorg
Vooral controle, weinig Focus op sociale rehabilitatie Evenwicht tussen controle en
behandeling zelfbeschikking
o Paramedisch personeel = kinesisten, orthopedisten…
o Rehabilitatie = terug opgenomen worden in de maatschappij
o Belanced care:
1. Vooral inzetten op mobiele en ambulante hulpverlening, maar er is nog
residentieel voor als het nodig is, wel kleinschaliger.
2. Familie krijgt een steeds grotere rol
3. Meer multidisciplinair werken
4. Evenwicht tussen controleren van bepaalde problematiek en autonomie
o Wijzigingen in de inhoud van de zorg
1. Ideale zorg = autonomie van zorgvrager (door individualisering)
2. Burgerschapsparadigma
▪ Feit dat mensen die een zorgnood hebben in eerste instantie burger
zijn (we moeten ze zoals iedereen inclusies in de samenleving
opnemen en moeten helpen met hun specifieke zorgvraag)
3. Evolutie van medisch model naar cliëntgericht ondersteuningsmodel
▪ Medisch model = model waarbij we uitgaan dat de hulpverlener of
dokter weet wat het probleem is en gaat hiervoor een oplossing
geven.
▪ Cliëntgericht = autonomie ligt bij de cliënt en de cliënt wordt
ondersteund door de professional.
4