Literatuur bijeenkomst H..........................................................................2
Literatuur bijeenkomst I...........................................................................6
Bijeenkomst J – Private eigendom..........................................................10
Bijeenkomst K – oorzaken van onze ecologische crisis...........................19
Bijeenkomst L – Mensbeeld in het strafrecht..........................................23
Bijeenkomst M - De rechtspraak en zijn bronnen vanuit historisch
perspectief.............................................................................................26
,Literatuur bijeenkomst H
Jean-Jacques Rousseau, Vertoog over de ongelijkheid Download Vertoog
over de ongelijkheid,
Jean-Jacques Rousseau onderzoekt in dit werk (1755) hoe ongelijkheid tussen mensen in onstaan en
in stand wordt gehouden. Hij onderscheidt twee soorten ongelijkheid;
- Natuurlijke/fysieke ongelijkheid = verschillen in kracht, leeftijd, gezondheid, verstand.
- Morele/politieke ongelijkheid = verschillen in rijkdom, macht, eer en gezag, die alleen in de
maatschappij staan.
De natuurtoestand;
In de oorspronkelijke natuurstaat leeft de mens geïsoleerd, vrij en eenvoudig.
- Hij volgt zijn instincten en heeft weinig behoeften.
- Hij kent geen eigendom, geen taal, geen wetten, geen zeden.
- Hij is noch goed noch slecht – morele begrippen bestaan nog niet.
- Zijn gedrag wordt geleid door zelfbehoud en medelijden (natuurlijk mededogen).
In deze toestand is de mens gelukkig, onafhankelijk en vredig.
Rousseau verwerpt hiermee het beeld van Hobbes, die stelde dat; de natuurtoestand een oorlog van
allen tegen allen zou zijn. Voor rousseau is de mens van naturen vreedzaam en goedhartig, en
ontstaan slechtheid en geweld pas door maatschappelijke ontwikkeling.
Het ontstaan van samenleving en taal;
Langzaam beginnen mensen samen te leven:
- Door noodzaak (klimaat, voedsel, gevaren) ontwikkelen ze taal en hulpmiddelen.
- De eerste gezinnen ontstaan; daarmee ook gevoelens van liefde en gehechtheid.
- De mensen worden afhankelijker van elkaar en verliezen hun oorspronkelijke onafhankelijkheid.
Toch blijft dit stadium betrekkelijk gelukkig; een evenwicht tussen vrijheid en samenwerking
Het onstaan van eigendom en ongelijkheid;
De echte breuk komt met de uitvinding van landbouw en metallurgie:
- Mensen bewerken de grond, bouwen huizen en claimen bezit.
- De eerste die zei ‘dit is van mij’ en geloofd werd, legde de basis voor maatschappelijke ongelijkheid.
- Wie meer bezit heeft, wordt machtiger; wie niets heeft, moet werken voor de ander.
- Uit eigendom vloeien afhankelijkheid, arbeid, jaloezie en onrecht voort.
Rousseau ziet dit als het moment waarop de mens van vrij wezen tot slaag van anderen werd.
Vorming van de maatschappij en de wetten;
De rijken, bang om hun bezit te verliezen, stellen voor om een maatschappelijk contract te sluiten:
- Laten we wetten maken om bezit te beschermen, zeggen zij.
- In werkelijkheid doen ze dit om hun macht wettelijk vast te leggen.
- Zo ontstaat de staat; een systeem dat ongelijkheid legaliseert en bestendigt.
De wet beschermt niet de vrijheid van allen, maar het eigendom van enkelen.
De gevolgen;
De maatschappelijke ontwikkeling leidt tot;
- Afhankelijkheid tussen mensen.
, - Eerzucht, rivaliteit, hypocrisie en onechtheid.
- Corruptie van de natuurlijke goedheid van de mens.
- Uiteindelijk ontstaan tirannie en slavernij.
De vooruitgang in verstand en kunst brengt dus geen morele vooruitgang; integendeel, ze maakt de
mens ongelukkiger en minder vrij.
Kernboodschap;
Rousseau besluit dat:
- De mens van nature goed en vrij is, maar door maatschappelijke instellingen verdorven en
onderworpen is geraakt.
- Ongelijkheid is niet natuurlijk, maar door mensen gemaakt.
- Echte vrijheid en gelijkheid kunnen alleen herwonnen worden door een nieuw sociaal contract
gebaseerd op het algemeen belang (dit werkt hij later uit in Du Contrat Social).
De mens wordt vrij geboren, maar overal ligt hij in ketenen – en die ketenen zijn gesmeed door
eigendom, wetten en maatschappelijke ongelijkheid.
Edward A. Hoebel, The Law of Primitive Man. A Study in Comparative
Legal Dynamics
Hoofdstuk over de Eskimo’s.
In dit werk onderzoekt E. Adamson Hoebel hoe recht functioneert in samenlevingen zonder formele
staatstructuren. Aan de hand van het voorbeeld van de Eskimo’s (Inuit) laat hij zien dat ook zonder
wetten, rechtbanken, of overheid er toch sprake kan zijn van een systeem van gedragsregels, normen
en sancties.
Basisprincipes van Eskimo-cultuur;
Hoebel leidt uit etnografische observaties 9 fundamentele ‘juridische postulaten (onbewezen maar
als grondslag aanvaarde bewering)’ af, waaronder:
- Alle wezens (ook dieren) hebben een ziel en emoties. Gedrag moet rekening houden met de wil van
geesten en dierenzielen.
- Het leven is zwaar en de veiligheidsmarge klein. Alleen productieve leden kunnen blijven leven.
- Natuurlijke hulpbronnen zijn gemeenschappelijk bezit. Land kan niet worden geclaimd, alleen
gebruik telt.
- Het individu is autonoom. Persoonlijke vrijheid en actie zijn essentieel.
- Gedrag moet voorspelbaar zijn. Agressie en conflicten moeten binnen grenzen blijven.
Deze beweringen vormen de morele en quasi-juridische basis van het Eskimo-leven.
Sociale organisatie en gezag;
Er bestaat geen staat, geen overheid en geen formele rechtspraak. Het gezag berust bij de angakok
(sjamaan) en bij de bekwame jagers of leiders (headman), die invloed hebben door persoonlijke
kwaliteiten, niet door een ambt. Besluiten worden vaak genomen op basis van consensus
(gezamenlijke overeenstemming binnen een groep). De familie is de basis-eenheid; ieder gezin is
economisch en sociaal autonoom.
Overtreding, schuld en sancties;
Veel gedrag wordt geregeld door taboes en religieuze overtuigingen; overtreding van taboes