9.1 Phylum echinodermata (stekelhuidigen)
9.1.1 Lichaamsopbouw
Zeesterren, zeekomkommers, slangsterren, zee egels, zeelelies
Uitsluitend in zeewater, deels sessiel
Deuterostomia: blastoporus wordt anus, nieuwe mondopening
Endoskelet: harde kalkplaten onder epidermis, dikwijls met
stekels - versmelten soms tot aaneensluitend pantser
‘oude ’diergroep, geevolueerd uit bilateraal symmetrische
voorouders (12.000 species)
Vrijzwemmende larve: bilateraal symmetrisch, adult: (penta)radiaal
symmetrisch
Geen kop of staart - mond als referentiepunt
Longitudinale en circulaire spieren onder huid
Ambulacraal systeem: watervatenstelsel: ringkanaal met 5
radiale kanalen - zijkanalen met ambulacraalvoetjes
Madrepoorplaat - steenkanaal: brengt water naar ringkanaal
Zijkanalen eindigen in ambulacraalvoetjes met ampulla
(=voetblaasje)
Groot coeloom met complex tubussysteem: rol in circulatie en
respiratie via papulae (kieuwblaasjes)
Open bloedsomloop: circulair kanaal met 5 radiale vertakkingen
Zenuwstelsel: dezelfde symmetrie - geen hersenen
Spijsvertering: thv maag en spijsverteringsklieren
Ambulacraal stelsel = watervatenstelsel
9.1.2 Lichaamsfuncties
Ademhaling via ambulacraalvoetjes en papulae
Excretie via papulae
Collageenweefsel onder huid - sterk regeneratievermogen -
autonomie
Voortplanting:
Soms aseksueel via splitsing
Meestal seksueel: gescheiden geslacht - externe bevruchting en
ontwikkeling – larve ondergaat metamorfose
Opmerkelijk regeneratievermogen bij zeesterren
9.1.3 Classificatie
, Vijf klassen:
Zeesterren (Asteroidea) → zie foto’s slides
Slangsterren = brokkelsterren (Ophiuroidea) → zie foto’s slides
Zee-egels & zanddollars (Echinoidea) → zie foto’s slides
Zeekomkommers (Holothuroidea) → zie foto’s slides, voetjes rond
mond voor voeding
Zeelelies en veersterren (Crinoidea) → calyx op lange, flexibele
steel, verankerd in substraat → enkel steel tijdens larvale stadia,
verankeren aan substraat/verankeren zich met cirri
Slangsterren:
Geen anus
Voetjes geen locomotie-functie, gebruikt voor voeding (armen voor
‘rollen’)
Nachtdieren
9.1.3 Toepassingen
Voedselbron (zeekomkommers & zee-egels)
Principe zuignap
Autonomie en regeneratievermogen
Zee-egel is belangrijk diermodel in ontwikkelingsbiologie
9.2 Phylum chordata
Chordaten of chordadieren zijn deuterostome coelomaten met een
endoskelet
Kenmerken en indeling Chordata
Kenmerken en indeling Vertebrata
Overzicht van de verschillende klassen van Vertebrata
9.2.1 Kenmerken Chordata
1. Dorsale zenuwstreng vormt hersenen en ruggenmerg
2. Notochord verleent steun, maakt beweging mogelijk
soms enkel in larvaal stadium
wordt vervangen door wervelkolom
3. Kieuwzakjes of -spleten: instulpingen van ectoderm maken
contact met instulpingen van endoderm, soms enkel in larvaal
stadium
4. Postanale staart
5. Myomeren: spieren gerangschikt in gesegmenteerde banden,
somieten
9.2.2 Classificatie Chordata