• Uitleggen wat co morbiditeit is en voorbeelden hiervan geven
• Uitleggen waarom jongens vaker gedragsproblemen hebben dan
meisjes
• Uitleggen wat verschillen zijn tussen gedragsproblemen en
gedragsstoornissen
• Uitleggen wat de DSM-5 is en hoe dit binnen kinder- en
jeugdpsychiatrie ingezet wordt
• Beschrijven wat de huidige discussie is rondom stoornissen en hierin
een standpunt innemen
Uitleggen wat comorbiditeit is en voorbeelden hiervan geven
Comorbiditeit
• Betekenis: het tegelijk voorkomen van meerdere stoornissen of
problemen bij één persoon.
• Voorbeelden: een kind kan bijvoorbeeld ADHD hebben én een
angststoornis, of een gedragsstoornis gecombineerd met depressieve
klachten.
Uitleggen waarom jongens vaker gedragsproblemen hebben dan
meisjes
• Jongens vertonen vaker externaliserende problemen
o opvallend naar buiten gericht gedrag zoals druk, agressief of
opstandig.
• Meisjes hebben vaker internaliserende problemen
o naar binnen gericht, zoals angst en somberheid, die minder
zichtbaar zijn.
• Hierdoor vallen de gedragsproblemen bij jongens sneller op en
worden ze vaker gediagnosticeerd.
Welke oorzaken worden genoemd/aangestipt?
1. Biologische/rijpingsverschillen
o Verschillen in neurobiologische rijping (o.a. executieve
functies/zelfregulatie) maken dat jongens gemiddeld wat later
“schoolrijp” zijn, waardoor druk/opstandig gedrag sneller
zichtbaar wordt.
2. Socialisatie & rolverwachtingen
o Omgevingen (thuis/school) verwachten en tolereren ander
gedrag: druk/doen bij jongens wordt vaker “storend” gelabeld,
, teruggetrokken/bezorgd gedrag bij meisjes sneller
“stil/keurig”—en blijft daardoor onder de radar.
3. Schoolcontext & taakfit
o De klas vraagt langdurig stilzitten, plannen, concentreren;
precies de domeinen waar (gemiddeld) meer jongens mee
worstelen, waardoor hun gedrag sneller probleemstatus krijgt.
4. Meet- en verwijzingsbias
o Leerkracht/ouders signaleren eerder opvallend, storend gedrag
(meer bij jongens). Meisjes met vooral interne klachten worden
later of minder vaak verwezen/gediagnosticeerd.
5. Presentatiestijl van problemen
o Meisjes uiten agressie vaker relationeel/indirect (bijv.
buitensluiten), wat minder snel als “gedragsprobleem” wordt
herkend
o Jongens uiten agressie vaker openlijk (verbaal/fysiek), wat
sneller als stoornis wordt gezien.
Wat betekent dit voor jouw praktijk (kort handelingsgericht)?
• Screen ook “stille” signalen (piekeren, terugtrekken) — zeker bij
meisjes.
• Gebruik meerdere informanten (ouders, leerling, IB’er) om bias te
verkleinen.
• Kijk naar functie van gedrag (niet alleen vorm): wat probeert de
leerling op te lossen?
• Leg de lat op vaardigheden (executieve functies, emotieregulatie)
i.p.v. alleen op label.
,Uitleggen wat verschillen zijn tussen gedragsproblemen en
gedragsstoornissen
• Gedragsproblemen: ongewenst gedrag dat tijdelijk kan zijn en vaak
beïnvloed wordt door opvoeding, omgeving of leeftijdsfase.
• Gedragsstoornissen: structureel, hardnekkig en voldoen aan
officiële diagnostische criteria (zoals ODD of CD in de DSM-5).
Gedragsprobleem:
• oorsprong in de omgeving, staat meer buiten de persoon
• mogelijkheid van beïnvloeding van buitenaf groter
• voldoet niet aan criteria van DSM-5
• wel sprake van ongewenst en/of storend gedrag
• minder afh. van biologische factoren, sterker situatie gebonden
• vooral door belemmeringen in omgeving (bijv opstandig gedrag door
scheiding ouders)
• kunnen samengaan met psychische stoornis
Gedragsproblemen: Vaak geen kenmerk van een persoon, maar uiting van
iets anders
• Roept afstand op, oplossing ligt juist in nabijheid
• Levensverhaal kennen => meer begrip en compassie
• Relatie aangaan
• Kijken naar eigen rol als docent
GEDRAGSSTOORNIS
, Gedragsstoornis:
• Oorsprong in aanleg en rijping van het CZS => direct invloed op
ontwikkelingsfuncties
• Probleem is niet te verhelpen en persoon moet er mee leren omgaan
• Gedragskenmerken voldoen aan criteria DSM-5
Gedragskenmerken bij gedragsstoornis
• De problemen moeten aan vaste criteria voldoen, bijv. zoals
omschreven in Diagnostic and Statistic Manual of Mental Disorder
(DSM-5)
• DSM 5 = Classificatiesysteem: systematische rangschikking van
stoornissen (zegt niks over de ernst van de overlast)
• Een diagnose is alleen een beschrijving van het gedrag (zegt niks over
oorzaak!)
DUS: gedrag dan NIET voldoet aan DSM-5 is géén stoornis, maar probleem!