Hoofdstuk 1
1.1 Oriëntatie
Onzelfstandige beroepsbevolking: werknemers die in dienst zijn van
een werkgever en dus afhankelijk zijn van die werkgever.
Door deze afhankelijkheid en ongelijkheid biedt het Nederlandse
arbeidsrecht extra bescherming aan werknemers.
Sectoren
Private sector: werknemers die bij bedrijven in de marktsector
werken (± 2/3 van de werknemers).
Publieke sector: werknemers die bij de overheid werken.
Semipublieke sector: werknemers bij organisaties die financieel
afhankelijk zijn van de overheid.
Zelfstandigen
Zelfstandige beroepsbevolking: mensen die niet ondergeschikt zijn
aan een werkgever.
ZZP’er (zelfstandige zonder personeel): werkt zelfstandig maar
heeft vaak minder bescherming (bijv. geen WW en geen
loondoorbetaling bij ziekte).
Belangrijke wet
Wnra (2020): zorgt ervoor dat voor de meeste ambtenaren het
gewone arbeidsrecht geldt, net als in de private sector.
WNT: stelt een maximum salaris voor topfunctionarissen in de
publieke en semipublieke sector.
1.2 Rechtsbronnen van het arbeidsrecht
Belangrijke bronnen van arbeidsrecht:
1. Arbeidsovereenkomstenrecht (Boek 7 titel 10 BW)
2. Vermogensrecht
3. Overige wetten voor de private sector
4. Jurisprudentie (rechtspraak)
5. CAO’s (collectieve arbeidsovereenkomsten)
6. Internationale verdragen
Belangrijke wetten
Wet flexibiliteit en zekerheid: meer flexibiliteit voor werkgevers én
bescherming voor werknemers.
WWZ (Wet werk en zekerheid): meer vaste contracten en
hervorming van het ontslagrecht.
WAB (Wet arbeidsmarkt in balans): verbetering positie
oproepkrachten en aanpassing ontslagrecht.
Arbeidsovereenkomst
Een obligatoire overeenkomst: er ontstaan rechten en plichten
tussen werkgever en werknemer.
1.3 Soorten recht
Omdat werknemers afhankelijk zijn van hun werkgever, bevat het
arbeidsrecht verschillende soorten regels:
1. Dwingend recht
, o Mag niet ten nadele van de werknemer worden veranderd.
2. Driekwartdwingend recht
o Alleen via een CAO mag worden afgeweken.
3. Semidwingend recht
o Afwijking alleen via een schriftelijke overeenkomst.
4. Aanvullend recht
o Partijen mogen vrij afwijken, ook mondeling.
1.4 Bevoegde rechter
Absolute competentie: welk soort rechter bevoegd is.
Relatieve competentie: welke rechter (plaats) de zaak behandelt.
Arbeidszaken
Arbeidsgeschillen worden behandeld door de kantonrechter.
Geschillen tussen een bestuurder en een NV/BV (boven €25.000)
gaan naar de gewone civiele rechter.
Plaats van de rechter
Een zaak kan worden gestart bij de kantonrechter:
van de woonplaats van de gedaagde, of
van de plaats waar het werk wordt uitgevoerd.
Kort geding
Snelle procedure voor spoedeisende zaken.
Wordt behandeld door de voorzieningenrechter.
Hoofdstuk 2
2.1 Indeling van overeenkomsten van werk
Er zijn drie belangrijke soorten overeenkomsten:
1. Arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW)
2. Aanneming van werk (art. 7:750 BW)
3. Overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW)
De regels in het BW zijn meestal aanvullend recht.
Om te bepalen welke overeenkomst het is, kijkt men naar:
o partijbedoeling
o feitelijke uitvoering van de overeenkomst.
2.2 Kenmerken van de overeenkomsten
Arbeidsovereenkomst
Kenmerken:
1. Arbeid: werknemer verricht werk.
2. Loon: werkgever betaalt loon.
3. Gezagsverhouding: werknemer staat onder gezag van werkgever.
Aanneming van werk
Kenmerken:
1. Aannemer maakt een werk van stoffelijke aard.
2. Opdrachtgever betaalt een prijs.
3. Geen arbeidsovereenkomst.
Voorbeeld: aannemer die een huis bouwt.
, Overeenkomst van opdracht
Kenmerken:
1. Opdrachtnemer verricht werkzaamheden.
2. Geen gezagsverhouding.
3. Werk is niet stoffelijk.
Voorbeeld: advocaat, accountant.
2.3 Gezagsverhouding
Een gezagsverhouding bestaat wanneer de werkgever eenzijdige
instructies kan geven tijdens het werk.
Om te bepalen of er een arbeidsovereenkomst is wordt gekeken naar:
1. Partijbedoeling
Wat wilden partijen bij het sluiten van de overeenkomst?
2. Feitelijke uitvoering
Hoe wordt er daadwerkelijk gewerkt?
Gezagscriteria
Formeel gezagscriterium
Vergelijking met echte werknemers in het bedrijf:
loon / arbeidsvoorwaarden
werktijden
vakanties
continuïteit
eindverantwoordelijkheid
Materieel gezagscriterium
werkgever kan instructies geven tijdens het werk.
2.4 Uitzendkracht
Wet: WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs).
Belangrijk:
Onderkruipersverbod: uitzendkrachten mogen niet worden ingezet
bij bedrijven waar wordt gestaakt.
Drie relaties
1️⃣ Opdrachtgever – uitzendbureau
→ overeenkomst van opdracht / leenovereenkomst
2️⃣ Inlener – uitzendkracht
→ geen arbeidsovereenkomst
3️⃣ Uitzendbureau – uitzendkracht
→ arbeidsovereenkomst
Fases van uitzendwerk (cao)
Fase A
eerste 52 weken
beide partijen kunnen direct stoppen
Fase B
maximaal 3 jaar
max 6 tijdelijke contracten
Fase C
vast contract bij het uitzendbureau