Hoofdstuk 1: geest, gedrag en de wetenschap
- Psychologie-> interne geestelijke processen, indirect waarnemen (denken, voelen en
begeren) en externe geestelijke processen, direct waarnemen (praten, glimlachen en lopen).
De wetenschap van psychologie is gebaseerd op objectieve, verifieerbare gebeurtenissen.
- Je hebt 3 vormen van psychologen:
Experimenteel psychologen-> voeren het meeste onderzoek uit dat nieuwe
psychologische kennis creëert (kleinste groep)
Docenten psychologie-> geven les aan studenten.
Toegepast psychologen-> gebruiken kennis die door experimenteel psychologen is
vergaard om problemen van mensen op te lossen d.m.v. trainingen, inzetten van speciale
diagnostische testen of andere psychologische interventies. Soorten: arbeids- en
organisatiepsychologen, sportpsychologen, schoolpsychologen,
gezondheidspsychologen, klinisch psychologen en counselors, forensisch psychologen,
omgevingspsychologen en gerontopsychologen.
- Psychiatrie-> geen psychologie. Dit heeft een medische invalshoek.
- 6 belangrijke perspectieven domineren het snel veranderde veld van de moderne
psychologie-> het biologische, cognitieve en behavioristische perspectief, het perspectief op
de mens als geheel, het ontwikkelings- en socioculturele perspectief. Deze perspectieven zijn
voortgekomen uit radicaal nieuwe ideeën over geest en gedrag.
Perspectief Idee Wie bepaalt gedrag? Wie? Wanneer?
Biologisch perspectief Het lichaam kan De hersenen, René Descartes (eerste
(neurowetenschappen apart van de zenuwstelsel, helft 17e eeuw)
en geest worden endocriene stelsel neurowetenschappers en
evolutiepsychologie) bestudeert (hormoonstelsel) en evolutiepsychologen
genen (vanaf eind 20e eeuw)
Cognitief perspectief De Iemands unieke patroon Wilhelm Wundt en
(structuralisme, wetenschappelij van waarnemingen, William James (eind 19e
functionalisme, ke methode kan interpretaties, eeuw)
gestaltpsychologie, worden gebruikt verwachtingen, Gestaltpsychologen
cognitivisme) om de geest te overtuigingen en (begin 20e eeuw)
bestuderen herinneringen cognitivisten (vanaf jaren
60)
Behavioristisch Psychologie De prikkels in onze John Watson en B.F
perspectief moet de omgeving, en de Skinner (begin 20e eeuw)
wetenschap van consequenties van ons
observeerbaar gedrag
gedrag zijn, niet
van mentale
processen
Perspectief van de Psychodynamisc Processen in onze Sigmund Freud en zijn
gehele persoon he psychologie: onbewuste geest volgelingen vanaf 1900
persoonlijkheid
en psychische
stoornissen
komen voort uit
processen in het
, onbewuste
Humanistische Onze aangeboren Carl Rogers en Abraham
psychologie: behoefte om te groeien Maslow (vanaf jaren 50)
psychologie en ons potentieel zo
moet de nadruk goed mogelijk te
leggen op verwezenlijken
menselijke groei
en potentieel Onze innerlijke Seligman en
i.p.v. op processen zijn minstens Csikszentmihalyi (vanaf
psychische even belangrijk als 2000)
stoornissen. prikkels uit de omgeving
Positieve
psychologe:
psychologie
moet bijdragen
tot geluk en
welzijn van
individuen
Psychologie van Unieke De oude Grieken (5e eeuw
karakter en persoonlijkheidskenmer voor C) en moderne
temperament: ken die in de tijd en in persoonlijkheidspsycholo
individuen alle situaties consistent gen (vanaf eind 20e eeuw)
kunnen worden zijn
begrepen in
termen van hun
temperament en
blijvende
karaktertrekken
Ontwikkelingsperspec Mensen De interactie tussen Jean Piaget en vele
tief veranderen als erfelijkheid en anderen (vanaf begin 20e
gevolg van een omgeving, die zich het eeuw)
interactie tussen hele leven land uit in
erfelijke voorspelbare patronen
eigenschappen
en de omgeving
Sociocultureel Sociale en De kracht van de situatie Stanley Milgram, Philip
perspectief culturele Zimbardo en vele andere
invloeden (eind 20e eeuw)
kunnen de
invloed
overstemmen
van alle andere
factoren die
gedrag
beïnvloeden
- Het toetsen van een wetenschappelijke theorie bestaat uit 4 stappen, die we kunnen
illustreren met ons experiment over de gedragsmatige effecten van gewelddadige games. Dit
zijn: 1. Een hypothese ontwikkelen 2. Objectieve data verzamelen 3. De resultaten
analyseren 4. De resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren.
, - Er bestaan diverse soorten psychologisch onderzoek, die allemaal op wetenschappelijke
methode geënt zijn, waaronder experimenten, correlatieonderzoek, surveys, natuurlijke
observatie en gevalstudie.
Hoofdstuk 3: leren
- Leren-> een proces waardoor ervaringen een blijvende verandering veroorzaken in het
gedrag of in de mentale processen. Leren leidt tot blijvende veranderingen in gedrag of
mentale processen, wat niet het geval is bij reflexen en instincten. Sommige vormen van
leren zoals-> habituatie zijn eenvoudig, terwijl andere zoals klassieke conditionering,
operante conditionering en cognitief leren complexer zijn.
- Het eerste onderzoek naar leren concentreerde zich op-> klassieke conditionering en begon
met Ivan Pavolvs ontdekking dat geconditioneerde stimuli (nadat ze waren gecombineerd
met ongeconditioneerde stimuli) reflexieve responsen oproepen.
- In Pavolv zijn experimenten met honden liet hij zien hoe geconditioneerde responsen konden
worden aangeleerd, uitgedoofd en spontaan hersteld.
- Het demonstreerde ook de stimulusgeneralisatie en stimulusdiscriminatie.
- Klassieke conditionering is een elementaire vorm van leren waarbij een stimulus die een
aangeboren reflex oproept, wordt geassocieerd met een voorheen neutrale stimulus, die
daarop het vermogen verwerft om dezelfde respons op te roepen.
- Neutrale stimulus-> een stimulus die van nature geen reactie oproept, zoals een geluid of
licht.
- Ongeconditioneerde stimulus-> een stimulus die automatisch een reflexieve respons
oproept.
- Verwervingsfase-> het eerste leerstadium in de klassieke conditionering.
- Operante conditionering-> een vorm van leren waarbij de consequenties van gedrag kunnen
aanzetten tot een gedragsverandering. Bij operante conditionering volgen op gedrag
consequenties in de vorm van beloningen en straffen die de kans op herhaling van dat
gedrag beïnvloeden. De grondlegger is B.F. Skinner.
- Trial-and-error-> het uitproberen en leren van fouten.
- Wet van effect-> gedrag van een dier leidt tot plezierige of onplezierige resultaten en
beïnvloeden die resultaten op hun beurt de kans dat het dier het gedrag nogmaals zal
vertonen.
- Continue bekrachtiging-> een trainingsprogramma beginnen door elke respons te belonen.
- Shaping-> de lat voortdurend hoger leggen.
- Intermitterende bekrachtiging-> een minder frequent beloningsschema aanhouden. Er zijn 2
soorten:
Een ratioschema-> beloont een proefpersoon na een bepaald aantal responsen. Je hebt 2
soorten: vaste ratioschema-> de hoeveelheid werk voor een beloning blijft constant. En
je hebt een variabele ratioschema-> minder voorspelbaar.
Een intervalschema-> geeft een beloning na een bepaald tijdsinterval. Je hebt 2 soorten:
vaste intervalschema’s-> de periode tussen de beloningen blijft constant. En je hebt
variabele intervalschema’s-> de tijd tussen de beloningen varieert.
- Stimulus geven (positief):
Positieve bekrachtiging-> een werknemer krijgt een bonus voor goed werk, en blijft hard
werken.
Positieve straf-> een hardrijder krijgt een bekeuring en gaat langzamer rijden
- Stimulus wegnemen (negatief):