Coördinatiemechanismen, organisatiedelen & de vijf configuraties
Dit document is een origineel geschreven samenvatting bedoeld als ondersteunend studiemateriaal bij het vak
Organisatiekunde / Organisatiewetenschappen (HBO/WO), gebaseerd op het boek 'Organisatiestructuren' van Henry
Mintzberg (1979/2013). Dit document is niet gebaseerd op één specifieke druk.
Inhoud: 1. Wat bepaalt een organisatiestructuur — 2. De vijf coördinatiemechanismen — 3. De vijf
organisatiedelen — 4. De eenvoudige structuur — 5. De machinebureaucratie — 6. De professionele
bureaucratie — 7. De divisiestructuur — 8. De adhocratie — 9. Situationele factoren — 10. Begrippenlijst — 11.
Oefenvragen
1. Wat bepaalt een organisatiestructuur?
Volgens Mintzberg is de structuur van een organisatie de manier waarop het werk in afzonderlijke
taken is verdeeld, en de wijze waarop deze taken vervolgens weer worden gecoördineerd.
Mintzberg stelt dat de elementen van een structuur zo moeten worden gekozen dat interne
consistentie (harmonie tussen de onderdelen) ontstaat, én consistentie met de situatie van de
organisatie. Op basis van coördinatiemechanismen, ontwerpparameters en situationele
(contingentie)factoren onderscheidt Mintzberg vijf veelvoorkomende organisatieconfiguraties.
, 2. De vijf coördinatiemechanismen
Coördinatiemechanismen zijn de basismanieren waarop organisaties het werk van verschillende
mensen op elkaar afstemmen.
Mechanisme Omschrijving
Onderlinge aanpassing Coördinatie via informele communicatie tussen medewerkers
Direct toezicht Eén persoon neemt verantwoordelijkheid voor het werk van anderen, geeft
instructies en houdt toezicht
Standaardisatie van De inhoud van het werk zelf wordt vooraf gespecificeerd
werkprocessen
Standaardisatie van output De resultaten van het werk worden vooraf gespecificeerd
Standaardisatie van De benodigde training en opleiding van de uitvoerder wordt vooraf gespecificeerd
vaardigheden
Naarmate het werk complexer wordt, verschuift het dominante coördinatiemechanisme doorgaans
van onderlinge aanpassing, via direct toezicht, naar vormen van standaardisatie, om bij zeer complex
werk uiteindelijk weer terug te keren naar onderlinge aanpassing tussen hoogopgeleide specialisten.