Inhoud
College 1 – Opportunity cost, organisatiestructuur, controllers ................................ 2
College 2 – Decentralisatie, verantwoordelijkheidscentra, maatstaven ..................... 7
College 3 - ............................................................................................................ 9
College 4 – strategisch plannen, budgetteren en motivatie ....................................... 9
College 5 - Management accounting .....................................................................13
College 6 – Absorption costing ..............................................................................15
College 7 – Strategie, planning en control, balanced scorecard ...............................16
Proeftentamen 202311 .........................................................................................23
Proeftentamen 202312 .........................................................................................27
Proeftentamen 202411 .........................................................................................29
Doel:
1. analyseren of een MAC-systeem past bij de implementatie en realisatie van de
bedrijfsstrategie
2. een PMS met financiële en niet-financiële accountingmaatstaven ten behoeve
van de besluitvorming door management opstellen en evalueren
3. een bestaande PMS evalueren gegeven de strategie en het bedrijfsmodel
4. bedrijfsprocessen in samenhang met MAC systemen analyseren om besluitvor-
ming te kunnen ondersteunen
5. kostenmodellen toe te passen op huidige en toekomstige activiteiten ten einde
beslissingen te nemen (kostprijs, kostentoerekening) en deze te evalueren in ter-
men van de economische en management prestaties.
,College 1 – Opportunity cost, organisatiestructuur, controllers
Opportunity cost: misgelopen opbrengsten van het alternatief die je niet hebt gekozen.
Dit wordt gebruikt voor besluitvorming. Opportunity cost kan ook negatief zijn wanneer
je te maken hebt met kosten die ontstaan door het wel of niet uitvoeren van een optie.
Voorbeeld: wanneer je bij optie 1 500 euro kosten hebt voor het afvoeren van materiaal.
Echter bij optie twee wordt al het materiaal gebruikt en heb je deze kosten niet. Bij optie
2 heb je negatieve opportuniteitskosten, omdat het alternatief (optie 1) je 500 euro kost.
Je keuze levert dus een voordeel op ten opzichte van het alternatief.
Als je opportunity costs vergelijkt met Accounting Cost zijn er daadwerkelijk verschillen.
Opportunity cost Bevat materiële en immateriële voordelen
Gemeten a.d.h.v. equivalenten
Schatting toekomst
Nuttig voor besluitvorming
Accounting cost Gemaakte kosten om opbrengt te regenereren
Op basis van history dat daadwerkelijk in administratie staat
Overzicht kosten tegenover opbrengsten
Nuttig voor control
Strategisch plannen: is een planning voor de gehele organisatie op lange termijn.
Management control zit in het midden en zorgt voor de vertaling naar beneden
(medewerkers) en van beneden naar boven voor beoordeling performers. Met als doel
behalen van doelcongruentie (iedereen de organisatiedoelstelling als doel heeft)
Als er sprake is van informatieasymmetrie betekend dat de informatie lager in de
organisatie niet gelijk aan de informatie en kennis dat het management heeft. Hierdoor
kan management geen goede targets opstellen. Oplossing: medewerker zelf mee mag
beslissen, alleen zit hier het risico dat er Budget Slack wordt ingebouwd.
Om iemand met de neus dezelfde kant op te krijgen moet je weten wat de drivers zijn van
het menselijk gedrag. Je hebt daarvoor verschillende modellen.
o Economische modellen; rationeel en weloverwogen keuzes en beslissingen maken
om er zelf zo goed mogelijk uit te komen (opportunisme)
theorie X en Y
X = Lui, moet je dwingen om te werken, geen verantwoordelijkheid. Vaak te zien
bij fysieke bedrijfstakken.
Y = Willen graag werken, doel realistisch, zelfcontrole.
, Bij de Agency theorie ga je er altijd vanuit dat er sprake is van tegengestelde
belangen en informatie asymmetrie. Er wordt gehandeld uit eigen belang
waardoor niet alle informatie doorgespeeld wordt naar management. De
bijbehorende gedragsaspecten:
- Bounded rationality = beslissingen nemen met maar beperkte informatie
- Oppertunist = motivatieproblemen
o Psychologische modellen; motivatie activeren en stimuleren
Goal setting theory de target niet te hoog inzetten
Self-effficacy je eigen motivatie en wil
Self-determination theory; houd ook rekening met intrinsieke motivatie. De
volgende drie dingen draagt hieraan bij
Autonomy -> meer vrijheid voor het uitvoeren van je werkzaamheden
Compentce -> complimenten
Relatedness -> verbonden voelen met de doelen van de organisatie
Distributive justice; eerlijk de salarissen per functie inschalen
Procedural justice; objective of subjective ergens naar kijken.
o Sociologische modellen gaat over individueel gedrag in een grote groepen.
Gaat het voornamelijk om collectief gedrag in plaats van individueel gedrag.
Informele sources of power
Wanneer de organisatie steeds groter wordt, wordt het steeds moeilijker om vanuit
management bepaalde beslissingen te nemen door de informatie asymmetrie. Je hebt
daarom verschillende rollen in management control.
Top-Down (goal-congruentie) en Bottom-up (preformance)
Bij beiden kijk je naar welke beslissingen moeten we nemen/ of zijn er genomen. Welke
doelen gaan we stellen of zijn er behaald.
Voorbeeld van een Agency probleem: Een manager van een bedrijf krijgt een bonus op
basis van omzetgroei. Hij besluit daarom om veel geld uit te geven aan
marketingcampagnes die snel omzet opleveren. Daardoor stijgt zijn bonus. Voor het
bedrijf als geheel pakt dit slecht uit, omdat de kosten van die campagnes hoger zijn dan
de extra winst. De eigenaar had liever gekozen voor minder groei maar meer winst.