NEVENBOUW
1. Inleidend
Het sociaal werk is een werk van velen, van zowel formele als informele actoren.
Het is vaak een wisselwerking.
In sommige domeinen komen er naast de overheid en het middenveld ook meer
en meer commerciële actoren op het terrein.
In het sociaal werk is het geheel dan ook meer dan de som van de delen.
2. Formele en informele actoren
Middenveld: alle sow organisaties, de kerk, onderwijs, gezondheidszorg,
vakbonden,.. Dit is sterk in Vlaanderen! Zij komen op vr de rechten v
mensen
Staat = overheid
Gemeenschap = burgers
Markt = uitwisseling v goederen en diensten
Formeel/informeel: informeel is de burgers zelf die iets doen (vrijwilliger,
mantelzorger,…). Hoe hoger de pijl, hoe formeler. Dit is vanuit de overheid: met
regelgeving, procedures, contract,…
Non-profit is niet nr winst gestreefd, profit is winst.
Middenveld kan bij de profit en de non-profit zitten, kan informeel zijn (bv
burgerbewegingen) maar ook formeel (OCMW, gevangenis = gebonden aan
procedures) en kan publiek zijn (overheid organiseert het zoals publieke ruimtes
bv OCMW), maar ook privaat.
We zien ook dat privaat en profit, informeel en non-profit samenhangen.
Alles v/h middenveld zit tss de twee, maar knn naar andere zaken neigen. Wij
zitten daar als sow’ers! Nooit helemaal 100% iets zijn.
, 2.1 Formele actoren
= beroepskrachten
Dit zijn professionele sociaal werkers in dienst van
- overheid (bv.: jeugddienst van de gemeente, OCMW, bibliotheken en
stedelijke musea, …)
- middenveld (bv.: mutualiteiten, vakbonden, centra geestelijke
gezondheidszorg, jeugdverenigingen,…)
- commerciële organisaties
- In eigen dienstverband (zelfstandigen)
- De beroepskrachten hebben een specifieke opleiding gehad ifv het beroep
- De beroepskracht wordt verloond voor zijn werk
door de gebruiker zelf
door overheid rechtstreeks of onrechtstreeks via subsidiering
2.2 Informele actoren
= burgers en gemeenschappen
- Mantelzorgers: Familie, vrienden, buren die zorg bieden aan naasten
- Vrijwilligers
- Gemeenschapsinitiatieven: lokale groepen en netwerken die informele
steun en activiteiten organiseren zoals buurtverenigingen en
zelfhulpgroepen
- Religieuze en culturele gemeenschappen die vanuit hun gedeelde
achtergrond ondersteuning bieden aan elkaar.
- helpen op vrijwillige basis
- werken meestal gratis of tegen een vrijwilligers- of onkostenvergoeding
- hebben geen specifieke vooropleiding gehad
voor voorbeelden, kijk ppt les 11 slide 7, 9 en 10