DE BELGISCHE WELVAARTSSTAAT
Minder welvaart = meer femicide, moord, ongeluk,…
Welvaartsstaat is goed! Geluk dat we hier in leven. M als sw’er hier naar
streven. Als de meesten het goed hbb, gaat het beter met iedereen. Bv je
voelt je veiliger als iedereen eten heeft, omdat ze dan niet knn stelen.
Streven sociale rechtvaardigheid en mensenrechten na! Moet van uit een
zorg voor iedereen, kan enkel uit idee dat grote ongelijkheid tss vermogens
en lonen niet kan! Welvaartsstaat herverdeelt.
Knn het hbb over de historiek, kenmerken, werking en ‘crisis’ & hervorming v/d
welvaartsstaat.
De welvaartsstaat valt niet uit de lucht…proces van sociale noden naar rechten.
Die noden worden omgezet tot rechten doorheen een proces waarbij ze duidelijk
worden geformuleerd en eisen worden ontwikkeld om die noden te lenigen.
Sociale rechten vallen dus niet uit de lucht of komen niet zomaar voort uit
wetten, maar zijn het voorwerp en het resultaat van strijd en onderhandeling.
- Allerlei sociale noden in onze samenleving
- Proces nr soc rechten
- Rechten en rechten zijn twee
‘op papier’ = formele rechten en w
top-down geformuleerd
‘i/d feiten’ = rechten als het lenigen
v noden i/d praktijk vanuit een
bottom-up eis over wat een
basisrecht zou m zijn.
Dat proces van nood naar recht is vaak een
langdurig proces om een nood te formuleren, in
het publieke debat te brengen, om te zetten naar instellingen en procedures in de
welvaartsstaat.
Bv nood aan dak boven hoofd: iedereen ziet daklozen als een ‘probleem’ die
recht hbb op huis, en dan gaat het v individuele nood nr soc nood, iedereen vind
dit! Soc nood heeft een antw nodig, en drm soc wetgeving. Veel situaties werden
eerst niet als een probleem gezien, maar dan werden het soc problemen, die
vanuit soc noden nr soc wetgeving gingen.
Niet omdat het op papier staat dat het effectief zo gehanteerd w!
Gevochten om het te knn
zien als sociaal probleem,
knn bv gaan stelen of kan
zorgen vr rebellie.
Werkloosheidsuitkering w
een recht MAAR niet altijd
gegarandeerd.
,1. Historiek v/d Belgische welvaartsstaat
Elke welvaartsstaat kende een eigen ontwikkeling, verbonden met de politieke,
maatschappelijke en economische context. We bekijken dit voor onze eigen
Belgische welvaartsstaat. Engeland = minst een welvaartsstaat, Scandinavische
landen het hoogst
1.1 KIJKEN NR INDUSTRIËLE REVOLUTIE: Van laissez-faire (minimale bemoeienis
overheid) naar eerste sociale bescherming: crisis 1885-1886 zorgt voor
kantelpunt.
Voor IR: veel handarbeid ‘op den buiten’, en plots kon het mechanisch gebeuren.
De mensen die dit deden moesten maar arbeiden, en werken, en ze kwamen dus
nr de stad waar niet genoeg plaats was, en gingen daar rond wijken bouwen.
De vlugge industrialisering, vooral in stedelijke centra, in het jonge België had
geleid tot sterke economische groei en nationale rijkdom, maar tegelijk voor de
vernietiging van de huisnijverheid en de uitbuiting van de arbeiders in de
fabrieken.
De overheid voert een laisser faire politiek. Industriële ontwikkeling en handel
moeten zorgen voor economische welvaart, de overheid legt zo weinig mogelijk
beperkingen en regels op. Enkel als eco in het gedrang komt, nemen ze actie.
De eerste verenigingen van onderlinge bijstand voor arbeiders worden opgericht
onder de vorm van spaarkassen die tussenkomen in geval van overlijden, ziekte
of werkloosheid. Dit zijn soc organisaties! Helpen en steunen elkaar. Gaan ook
vrije tijd gaan organiseren vr groep arbeiders. Veroveren dan pol macht door
strijd vr algemeen stemrecht. Christelijke, socialistische en communistische
partijen. Ontstaan omdat er burgers, zoals vrouwen zijn, die het zien en vinden
dat het niet kan! Was ellendig, koud, dicht op elkaar, zonder geld!
De crisis van 1885-86 brengt verandering in de situatie. 1 e grote
arbeidersopstand in België nav diepgaande crisis van overproductie en de
dreigende loonsverlagingen. Hoop werkeloosheid omdat machines heel veel
doen! Er komt een opstand, en mensen w vermoord, omdat ze opkomen vr
rechten vr eten te knn kopen. Dan was er een oprichting van de commissie van
de Arbeid en 1e sociale wetten die de arbeiders beter beschermen = keerpunt!
Want:
- In de volgende periode komt de eerste sociale wetgeving tot stand,
zoals de reglementering van vrouwen- en kinderarbeid (1889), de wet op
arbeidsovereenkomsten (1900), de wet op verzekering tegen
arbeidsongevallen (1903) en de invoering van de leerplicht tot 14 jaar
(1914).
- Verder is er de eerste ondersteuning van de volkswoningbouw (zie
Canon) >> verwijzen naar ondersteuning privaat woningbezit
- De sociale zekerheid blijft in ons land een stelsel van vrijwillige sociale
verzekering in handen van arbeidersorganisaties. Dit is anders dan de
Duitse verplichte sociale verzekeringen. Je MAG je aansluiten, maar gaat
niet bij weinig geld, maar nu verplicht!
, - In 1894 krijgen de maatschappijen van onderlinge bijstand een wettelijk
statuut en mogen ze diensten oprichten. Dit leidt tot de oprichting van
landelijke ziekenfondsen vanaf 1906, die vanaf 1912 ook worden
gesubsidieerd.
- Een regeringscommissie onderzoekt de sociale situatie en de koning zelf
belooft sociale verandering in een toespraak op 10 november 1886 in het
Parlement.
Dus 1ste vormen soc bescherming in 1886-1914!
1.2 Uitbouw soc bescherming na WOI (1918-1930). Onderlinge bijstand i/d
arbeidersbeweging
Tussen de twee wereldoorlogen wordt het sociaal recht (arbeidsrecht en sociaal
zekerheidsrecht) verder uitgebouwd.
Na WOI = enkelvoudig stemrecht vr mannen, elke Belgische man mag stemmen.
1948 = vrouwen mogen stemmen.
Het stelsel van de ‘sociale verzekeringen’ wordt wel nog opgevat als een
verzekering van risico’s zoals bij privéverzekeringen,. De toetreding tot die
sociale verzekeringen is vrijwillig behalve voor pensioenen (1924) en
kinderbijslagen (1930). Iedereen die werkt betaald al een beetje belasting, maar
niet verplicht!. Als je op pensioen gaat/kinderen krijgt, ga je beetje terug krijgen,
daarvoor is het wel verplicht om belastingen te betalen.
De vakbonden krijgen meer erkenning door de wet op de vrijheid van
vereniging (1921) en de eerste paritaire commissies waar ze met de werkgevers
over collectieve arbeidsovereenkomsten onderhandelen. De
arbeidersbewegingen worden stelselmatig uitgebouwd met vakbonden,
mutualiteiten, coöperatieven en vormingsorganisaties. Daarvoor werden dus
arbeiders die in opstand kwamen gestraft en opgesloten. M dwangarbeid
uitvoeren!
Pas vanaf 1919 wordt de sociale huisvesting aangepakt door de oprichting van
de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen. De uitbouw van sociale
woningen wordt uitgevoerd door sociale huisvestingsmaatschappijen die
aanleunen bij de christelijke of socialistische arbeidersbeweging. Sociale
huisvesting w betaald door ons loon, als je aan bepaalde criteria voldoet heb je
recht om in een gesubsidieerde woning te wonen en huur is afh v je loon. MAAR
afh v waar je huis is en in welke staat betaal je bepaalde prijs, en daarbovenop
het ‘extra’ is afh v loon.
Waren bang vr communisme (tijd vr Marx) en gaan dus hun rechten respecteren
(bv deftig loon, vakantie,…), en arbeiders gaan hun gezag respecteren