2013-‐2014
Universiteit
Hasselt
Maarten
Toelen,
Arnout
Roosen
&
Nathan
Rahier
Samenvatting
Nationaal
Arbeidsrecht
, Samenvatting
van
het
boek:
Deel I. Inleiding
I. Arbeid en recht
Algemeen
Het aanbieden van arbeid op de vrije markt resulteert hetzij in zelfstandige arbeid, hetzij in
arbeid verricht in ondergeschikt verband
Zelfstandige arbeid = de koop en verkoop van diensten (= ‘economisch recht’).
Arbeid verricht in ondergeschikt verband = de arbeid die wordt gepresteerd onder het
gezag van een ander persoon.
A. Statutair: administratief recht è ambtenarenrecht
B. Contractueel: arbeidsrecht
Beknopt historisch overzicht
e
19 eeuw: Gedurende de industriële revolutie hadden de arbeidsverhoudingen een
repressief karakter. Collectieve actie was onmogelijk.
→ Werkgever en werknemer hadden een volledige contractsvrijheid, hetgeen
resulteerde in vaak onmenselijke werkomstandigheden.
1886: Verschillende opstanden betekenden het begin van sociale wetgeving.
→ Bv. inzake nachtarbeid, gezondheid, veiligheid en inperking contractsvrijheid.
Naoorlogse periode: Streven naar meer bestaanszekerheid en grotere vastheid van
betrekking.
→ Bv. Institutionalisering collectief overleg, inperking recht, gewaarborgd loon,
sectorale sociale zekerheid.
Jaren ’70: Zoeken naar methodes die het behoud van de werkgelegenheid en de
versoepeling van het arbeidsrecht nastreven. Toename belang grondrechten, EU-recht en
HvJ.
II. Arbeidsrecht: toepassingsgebied
Het arbeidsrecht is van toepassing op volgende personen ratione personae
1. De werknemers uit particuliere sector
2. Sommige werknemers uit de publieke sector, zoals bv. de personen verbonden met
de overheid d.m.v. een arbeidsovereenkomst (= contractanten).
, § Uitzondering: bepaalde delen zijn van toepassing op alle werknemers en dus
ook op de statutairen (bv. arbeidsreglementenwet).
Ratione materiae kan het arbeidsrecht worden onderverdeeld in:
1. Collectief arbeidsrecht = Rechtsregels die de collectieve verhoudingen tussen de
georganiseerde werknemerscollectiveit en één of meer werkgevers regelen.
(bv. Vakbondsvrijheid, cao’s, paritaire comites)
2. Individueel arbeidsrecht = Rechtsregels die betrekking hebben op de individuele
arbeidsrelatie (bv. arbeidsovereenkomstenrecht).
3. Arbeidsreglementering = Geheel van maatregelen door de overheid genomen om
de werknemer te beschermen. (bv. Twerkstelling, loon, sociale promoties,..)
4. Sociaal handhavingsrecht = Rechtsregels m.b.t. de organisatie van het toezicht, de
publiekrechtelijke afdwingbaarheid en de sanctionering van het materieel
arbeidsrecht.
Inzake het toepassingsgebied ratione loci geldt dat het arbeidsrecht in beginsel toepassing
vindt binnen het nationaal territorium, ongeacht de nationaliteit van de werknemer.
III. Eigenheid van de rechtstak
Het is niet steeds vereist dat het arbeidsrecht expliciet afwijkt van het gemeen recht, om
de gemeenrechtelijke regel uit te schakelen. Het burgerlijk recht wordt dus niet als
gemeenrecht aangezien.
Andersom is het wel zo dat men op het gemeen recht kan terugvallen waar het
arbeidsrecht zwijgt.
IV. Arbeidsrecht: publiek recht of privaatrecht?
Het arbeidsrecht bevat zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijk elementen (bv.
Ingrijpen overheid) en maakt veeleer een derde categorie uit, namelijk professioneel recht.
Universiteit
Hasselt
Maarten
Toelen,
Arnout
Roosen
&
Nathan
Rahier
Samenvatting
Nationaal
Arbeidsrecht
, Samenvatting
van
het
boek:
Deel I. Inleiding
I. Arbeid en recht
Algemeen
Het aanbieden van arbeid op de vrije markt resulteert hetzij in zelfstandige arbeid, hetzij in
arbeid verricht in ondergeschikt verband
Zelfstandige arbeid = de koop en verkoop van diensten (= ‘economisch recht’).
Arbeid verricht in ondergeschikt verband = de arbeid die wordt gepresteerd onder het
gezag van een ander persoon.
A. Statutair: administratief recht è ambtenarenrecht
B. Contractueel: arbeidsrecht
Beknopt historisch overzicht
e
19 eeuw: Gedurende de industriële revolutie hadden de arbeidsverhoudingen een
repressief karakter. Collectieve actie was onmogelijk.
→ Werkgever en werknemer hadden een volledige contractsvrijheid, hetgeen
resulteerde in vaak onmenselijke werkomstandigheden.
1886: Verschillende opstanden betekenden het begin van sociale wetgeving.
→ Bv. inzake nachtarbeid, gezondheid, veiligheid en inperking contractsvrijheid.
Naoorlogse periode: Streven naar meer bestaanszekerheid en grotere vastheid van
betrekking.
→ Bv. Institutionalisering collectief overleg, inperking recht, gewaarborgd loon,
sectorale sociale zekerheid.
Jaren ’70: Zoeken naar methodes die het behoud van de werkgelegenheid en de
versoepeling van het arbeidsrecht nastreven. Toename belang grondrechten, EU-recht en
HvJ.
II. Arbeidsrecht: toepassingsgebied
Het arbeidsrecht is van toepassing op volgende personen ratione personae
1. De werknemers uit particuliere sector
2. Sommige werknemers uit de publieke sector, zoals bv. de personen verbonden met
de overheid d.m.v. een arbeidsovereenkomst (= contractanten).
, § Uitzondering: bepaalde delen zijn van toepassing op alle werknemers en dus
ook op de statutairen (bv. arbeidsreglementenwet).
Ratione materiae kan het arbeidsrecht worden onderverdeeld in:
1. Collectief arbeidsrecht = Rechtsregels die de collectieve verhoudingen tussen de
georganiseerde werknemerscollectiveit en één of meer werkgevers regelen.
(bv. Vakbondsvrijheid, cao’s, paritaire comites)
2. Individueel arbeidsrecht = Rechtsregels die betrekking hebben op de individuele
arbeidsrelatie (bv. arbeidsovereenkomstenrecht).
3. Arbeidsreglementering = Geheel van maatregelen door de overheid genomen om
de werknemer te beschermen. (bv. Twerkstelling, loon, sociale promoties,..)
4. Sociaal handhavingsrecht = Rechtsregels m.b.t. de organisatie van het toezicht, de
publiekrechtelijke afdwingbaarheid en de sanctionering van het materieel
arbeidsrecht.
Inzake het toepassingsgebied ratione loci geldt dat het arbeidsrecht in beginsel toepassing
vindt binnen het nationaal territorium, ongeacht de nationaliteit van de werknemer.
III. Eigenheid van de rechtstak
Het is niet steeds vereist dat het arbeidsrecht expliciet afwijkt van het gemeen recht, om
de gemeenrechtelijke regel uit te schakelen. Het burgerlijk recht wordt dus niet als
gemeenrecht aangezien.
Andersom is het wel zo dat men op het gemeen recht kan terugvallen waar het
arbeidsrecht zwijgt.
IV. Arbeidsrecht: publiek recht of privaatrecht?
Het arbeidsrecht bevat zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijk elementen (bv.
Ingrijpen overheid) en maakt veeleer een derde categorie uit, namelijk professioneel recht.