H1: DIAGNOSTISCHE CYCLUS EN HANDELINGSPLANNING
Sterktegericht perspectief ➢ Sterktegericht perspectief Hoe vertaalt in dit vak?
(macht in de mensen) en • Focus op mogelijkheden → hoop en verandering → herschrijven persoonlijk verhaal (LT oplossingen) ✓ Focus op handelen, omgaan met,
diagnostiek - Zoals Paulo Freire in Pedagogy of Hope (1996) stelt: hoop is geen luxe, maar een voorwaarde voor samen(werken), …
menselijkheid en verandering. ✓ Aandacht voor mogelijkheden en
• Mobiliseren van krachten van een persoon (talenten, kennis, capaciteiten, …) perspectieven door praktijken te
- Richt zich op het ontdekken, versterken en benutten van de kwaliteiten, hulpbronnen en talenten leren kennen
van mensen. ✓ Verschuiven van focus van
• Grenzen van hokjes overstijgen probleem naar mogelijkheden
• Lived experiences zijn van belang: stem van de mensen, luisteren naar hun verhaal (MET mensen), ✓ Pleiten voor een herstel van
samenwerken evenwicht tussen erkenning van
lijden en aandacht voor menselijke
In onze cultuur: kracht.
- Vaak focus op zaken die minder goed lopen: hokjesdenken, definiëren van zaken die
abnormaal zijn, met de vinger wijzen (veroordelen, stigmatiseren, …) Rol van cliënt en hulpverlener
- Grote systemen (geneeskunde, farmacie, verzekeringen, media) profiteren van het ✓ Samenwerking en gelijkwaardigheid
pathologie-denken. staan centraal
- De maatschappij bevindt zich in een “meedogenloze mars” om elk aspect van menselijk ✓ Vertrouwen op de wijsheid, moed
gedrag als aandoening te labelen. en creativiteit van cliënt
o Voorbeelden: in de media, medisch vs. Psychologisch, in de jeugdhulp, … ✓ Leren van anders kijken naar
Probleemgericht denken situaties
• Focust op tekortkomingen en pathologie
• Pathologie-denken: cyclus van progressieve zwakte, een zelfversterkend proces waarin cliënten steeds
meer worden gedefinieerd door hun problemen, waardoor ze zelf het geloof in eigen kracht verliezen. →
gevolg = context-strippen, het losmaken v mensen uit hun sociaal-culturele, economische en spirituele
context.
• Deze manier van kijken maakt echte samenwerking moeilijk, omdat ze de cliënt herleidt tot een object van
hulp in plaats van een partner in verandering.
Orthopedagogische ➢ Diagnostiek (postmoderne orthopedagogiek)
diagnostiek • Problematische of verontrustende opvoedingssituatie (POS – VOS) → Ter Horst
• Vastgelopen, complexe en maatschappelijk kwetsbare opvoedings- en leefsituaties
= Relatief → verhaal persoon centraal → Gefundeerd oordeel + voorstel van aanpak
= Handelingsgericht
= In relatie treden met (QoL, normen en waarden van persoon, …)
= Geen strikt onderscheid tussen diagnose en behandeling
➢ Ondersteuningsdenken
• Wat zijn iemand zijn mogelijkheden
• Wat heeft die persoon (daarvoor) nodig
• Wat bereiken we met de ondersteuning die wordt geboden?
• Nadenken over QoL van mensen → Onafhankelijkheid, sociale participatie en welbevinden
Diagnostische cyclus ➢ Wetenschap versus praktijk Bewust zijn van:
• Werkwijze → 2 perspectieven: ✓ Foutenbronnen in oordelen en
1. Empirische cyclus (De groot) = wetenschappelijk onderzoek beslissingen
- Observatie → inductie → deductie → toetsen → evaluatie → Subjectiviteit als diagnosticus
▪ Algemene theorievorming (theoretische oriëntatie
▪ Om diagnoses te onderbouwen beïnvloed het proces)
▪ Leidt tot nieuwe vragen en inzichten
, Vuistregels en heuristieken die
2. Regulatieve cyclus (Van Strien) = praktijk onderzoek mensen geneigd zijn te volgen
- Probleemstelling → diagnose → plan → ingreep → evaluatie → (p. 9)
▪ Interventiegericht handelen Kwaliteit van professionele
▪ Kennis benutten om plan uit te werken diagnostiek
▪ In de praktijk
▪ Klinische cyclus sluit aan bij regulatieve cyclus: normatief gericht op verandering, maar Diagnostisch scenario: combinatie
interventie is niet automatisch verplicht. van: (p. 10) (p. 13)
✓ Type diagnostische hulpvraag, type
➢ Diagnostische cyclus
vraagstelling, en type onderzoek
• Diagnostische cyclus doorlopen om passende type interventie te bepalen (het is een middel)
Voor het opstellen van een
• Het advies: scharnierpunt met (tussen) interventie- of behandelingscyclus
onderzoeksplan
• Wordt beïnvloed door je theoretische oriëntatie
Klinische cyclus: diagnostische cyclus
+ behandelcyclus (hierop gebeurd de
=> cyclisch gegeven evaluatie!)
Het diagnostisch proces ➢ Aanmelding
• Startpunt = eerste contact met cliënt / aanmelding cliënt
• 4 stappen
1. Verloop aanmeldingstraject
2. Vaststellen formele posities van betrokkenen
3. Beslissen of traject voortgezet kan worden
4. Vervolgtraject bepalen
➢ Diagnostische cyclus (= cyclisch proces) (p.11-14 + casus: p.14-22)
1. Klachtenanalyse
- Verhelderen van klacht met het oog op het formuleren van expliciete hulpvragen (interne consistentie!)
- Uitkomst: verhelderende diagnose (die een aanknopingspunt vormen voor verder onderzoek)
- Persoonsgerichte benadering (verzamelen van informatie van de klachten en ervaringen van cliënt en omgeving)
- Werkwijze:
▪ Gesprek (voorbeeld van vraagstellingen: circulaire-, uitzondering-, hypothetische- of procesvragen)
2. Probleemanalyse
- Onderkennende vraagstelling → probleemgedrag en verloop ervan in kaart brengen
- Koppelen aan wetenschappelijk onderzoek over soortgelijke problemen
- Uitkomst: onderkennende diagnose
- Werkwijze:
▪ Beschrijving en inventarisatie van het probleemgedrag
▪ Ordening en benoeming (classificatie)
▪ Taxatie van de ernst
3. Verklaringsanalyse
- Opstap naar het uitwerken van een behandeling door het formuleren en toetsen van diagnostische verklaringen → hypothesen
- Uitkomst: verklarende diagnose (diagnostisch denkschema, nood aan alternatieve diagnostische verklaringen, integratief beeld)
- Werkwijze:
▪ Formuleren van diagnostische verklaringen
▪ Toetsen van diagnostische verklaringen (verwerking tot integratief beeld)
4. Indicatieanalyse
- Integratief beeld is de input voor de indicatieanalyse
- Doel: komen tot een verantwoorde – wetenschappelijk gefundeerde – aanbeveling voor de best passende aanpak van het probleem →
toekomstgericht + dialoog met cliënt!
- Uitkomst: een lijst van één of meer aanbevelingen die het uitgangspunt zijn voor advisering
- Vormt het scharnierpunt tussen diagnostische cyclus en therapeutische cyclus
, - Werkwijze:
▪ Nagaan of een interventie ingezet kan worden
▪ Formuleren en prioriteren van doelen
▪ Selecteren van de in aanmerking komende types interventies
▪ Bepalen van het nut en de kans van slagen per geselecteerde aanpak
▪ Controle op de uitvoerbaarheid van een type interventie = advisering
➢ Eindpunt = Advies (voorwaardelijke voorspelling)
• Lijst met aanbevelingen = input
• Uitkomst: diagnostisch verslag
Methoden voor ➢ Systemische vragen
visualisatie van • Circulaire vragen
problemen - Verschillen en relaties verkennen tussen personen, tijden, situaties of perspectieven.
/gebeurtenissen - Verschillende categorieën van circulaire vragen:
▪ Actievragen: gaan over wat iemand deed of hoe iemand reageerde in een situatie.
▪ Classificatievragen: vragen wie wat doet of denkt binnen een groep
▪ Diachronische vragen: vergelijken situaties voor en na een gebeurtenis.
▪ Vragen naar verklaringen: peilen naar iemands verklaring of betekenisgeving.
▪ Hypothetische vragen: onderzoeken mogelijke reacties of gevolgen van een denkbeeldige situatie.
▪ Gedachten-leesvragen: peilen naar wat iemand denkt dat een ander denkt of voelt.
▪ Toekomstgerichte vragen: laten cliënten nadenken over toekomstige situaties of relaties.
• Uitzonderingsvragen
- Vragen naar momenten waarop het probleem afwezig was of de cliënt zich beter voelde.
- Doel: ontdekken wat toen anders was en hoe die omstandigheden herhaald of versterkt kunnen worden.
• Hypothetische vragen
- Vb. De wondervraag: “Stel dat…”
- Dienen als visualisatie: helpen cliënten de gewenste toekomst voor zich te zien.
• Procesvragen
- Gericht op wat er tussen mensen gebeurt en wat ze daarbij innerlijk ervaren.
➢ Focussen, uitvergroten en verstoren
• Focussen: de therapeut moet selecteren en een focus kiezen (vb. inhoud, non-verbale aspecten, interacties, …)
• Uitvergroten: de aandacht bewust vestigen op een kleine, betekenisvolle gebeurtenis of interactie.
• Verstoren: vertragen = langzaam en precies exploreren van wat er is gebeurd in interacties. (vb. vragen naar details)
➢ Heretiketteren
• Dat wat er tussen familieleden gebeurt, op een andere (vaak positievere) manier wordt benoemd.
• Doel: nieuwe betekenissen geven aan gedrag of interacties, ruimte scheppen voor verandering
• De nieuwe betekenis moet passen bij de context en aanslaan bij de betrokkenen.
➢ Externaliseren
• Gebrek aan introspectie — iemand legt de oorzaak van problemen buiten zichzelf
• In narratieve therapie: precies het tegenovergestelde — het probleem wordt buiten de persoon geplaatst. → persoon losmaken van het probleem
➢ Genogram
• Visueel schema van familieleden en hun relaties
➢ Gezinskaart
• In kaart brengen van gezinsrelaties
➢ Systemogram
• In kaart brengen van hulpverleningsrelaties die bij een gezin betrokken zijn
➢ Tijdlijn of levenslijn
• Belangrijke gebeurtenissen worden aangeduid
Sterktegericht perspectief ➢ Sterktegericht perspectief Hoe vertaalt in dit vak?
(macht in de mensen) en • Focus op mogelijkheden → hoop en verandering → herschrijven persoonlijk verhaal (LT oplossingen) ✓ Focus op handelen, omgaan met,
diagnostiek - Zoals Paulo Freire in Pedagogy of Hope (1996) stelt: hoop is geen luxe, maar een voorwaarde voor samen(werken), …
menselijkheid en verandering. ✓ Aandacht voor mogelijkheden en
• Mobiliseren van krachten van een persoon (talenten, kennis, capaciteiten, …) perspectieven door praktijken te
- Richt zich op het ontdekken, versterken en benutten van de kwaliteiten, hulpbronnen en talenten leren kennen
van mensen. ✓ Verschuiven van focus van
• Grenzen van hokjes overstijgen probleem naar mogelijkheden
• Lived experiences zijn van belang: stem van de mensen, luisteren naar hun verhaal (MET mensen), ✓ Pleiten voor een herstel van
samenwerken evenwicht tussen erkenning van
lijden en aandacht voor menselijke
In onze cultuur: kracht.
- Vaak focus op zaken die minder goed lopen: hokjesdenken, definiëren van zaken die
abnormaal zijn, met de vinger wijzen (veroordelen, stigmatiseren, …) Rol van cliënt en hulpverlener
- Grote systemen (geneeskunde, farmacie, verzekeringen, media) profiteren van het ✓ Samenwerking en gelijkwaardigheid
pathologie-denken. staan centraal
- De maatschappij bevindt zich in een “meedogenloze mars” om elk aspect van menselijk ✓ Vertrouwen op de wijsheid, moed
gedrag als aandoening te labelen. en creativiteit van cliënt
o Voorbeelden: in de media, medisch vs. Psychologisch, in de jeugdhulp, … ✓ Leren van anders kijken naar
Probleemgericht denken situaties
• Focust op tekortkomingen en pathologie
• Pathologie-denken: cyclus van progressieve zwakte, een zelfversterkend proces waarin cliënten steeds
meer worden gedefinieerd door hun problemen, waardoor ze zelf het geloof in eigen kracht verliezen. →
gevolg = context-strippen, het losmaken v mensen uit hun sociaal-culturele, economische en spirituele
context.
• Deze manier van kijken maakt echte samenwerking moeilijk, omdat ze de cliënt herleidt tot een object van
hulp in plaats van een partner in verandering.
Orthopedagogische ➢ Diagnostiek (postmoderne orthopedagogiek)
diagnostiek • Problematische of verontrustende opvoedingssituatie (POS – VOS) → Ter Horst
• Vastgelopen, complexe en maatschappelijk kwetsbare opvoedings- en leefsituaties
= Relatief → verhaal persoon centraal → Gefundeerd oordeel + voorstel van aanpak
= Handelingsgericht
= In relatie treden met (QoL, normen en waarden van persoon, …)
= Geen strikt onderscheid tussen diagnose en behandeling
➢ Ondersteuningsdenken
• Wat zijn iemand zijn mogelijkheden
• Wat heeft die persoon (daarvoor) nodig
• Wat bereiken we met de ondersteuning die wordt geboden?
• Nadenken over QoL van mensen → Onafhankelijkheid, sociale participatie en welbevinden
Diagnostische cyclus ➢ Wetenschap versus praktijk Bewust zijn van:
• Werkwijze → 2 perspectieven: ✓ Foutenbronnen in oordelen en
1. Empirische cyclus (De groot) = wetenschappelijk onderzoek beslissingen
- Observatie → inductie → deductie → toetsen → evaluatie → Subjectiviteit als diagnosticus
▪ Algemene theorievorming (theoretische oriëntatie
▪ Om diagnoses te onderbouwen beïnvloed het proces)
▪ Leidt tot nieuwe vragen en inzichten
, Vuistregels en heuristieken die
2. Regulatieve cyclus (Van Strien) = praktijk onderzoek mensen geneigd zijn te volgen
- Probleemstelling → diagnose → plan → ingreep → evaluatie → (p. 9)
▪ Interventiegericht handelen Kwaliteit van professionele
▪ Kennis benutten om plan uit te werken diagnostiek
▪ In de praktijk
▪ Klinische cyclus sluit aan bij regulatieve cyclus: normatief gericht op verandering, maar Diagnostisch scenario: combinatie
interventie is niet automatisch verplicht. van: (p. 10) (p. 13)
✓ Type diagnostische hulpvraag, type
➢ Diagnostische cyclus
vraagstelling, en type onderzoek
• Diagnostische cyclus doorlopen om passende type interventie te bepalen (het is een middel)
Voor het opstellen van een
• Het advies: scharnierpunt met (tussen) interventie- of behandelingscyclus
onderzoeksplan
• Wordt beïnvloed door je theoretische oriëntatie
Klinische cyclus: diagnostische cyclus
+ behandelcyclus (hierop gebeurd de
=> cyclisch gegeven evaluatie!)
Het diagnostisch proces ➢ Aanmelding
• Startpunt = eerste contact met cliënt / aanmelding cliënt
• 4 stappen
1. Verloop aanmeldingstraject
2. Vaststellen formele posities van betrokkenen
3. Beslissen of traject voortgezet kan worden
4. Vervolgtraject bepalen
➢ Diagnostische cyclus (= cyclisch proces) (p.11-14 + casus: p.14-22)
1. Klachtenanalyse
- Verhelderen van klacht met het oog op het formuleren van expliciete hulpvragen (interne consistentie!)
- Uitkomst: verhelderende diagnose (die een aanknopingspunt vormen voor verder onderzoek)
- Persoonsgerichte benadering (verzamelen van informatie van de klachten en ervaringen van cliënt en omgeving)
- Werkwijze:
▪ Gesprek (voorbeeld van vraagstellingen: circulaire-, uitzondering-, hypothetische- of procesvragen)
2. Probleemanalyse
- Onderkennende vraagstelling → probleemgedrag en verloop ervan in kaart brengen
- Koppelen aan wetenschappelijk onderzoek over soortgelijke problemen
- Uitkomst: onderkennende diagnose
- Werkwijze:
▪ Beschrijving en inventarisatie van het probleemgedrag
▪ Ordening en benoeming (classificatie)
▪ Taxatie van de ernst
3. Verklaringsanalyse
- Opstap naar het uitwerken van een behandeling door het formuleren en toetsen van diagnostische verklaringen → hypothesen
- Uitkomst: verklarende diagnose (diagnostisch denkschema, nood aan alternatieve diagnostische verklaringen, integratief beeld)
- Werkwijze:
▪ Formuleren van diagnostische verklaringen
▪ Toetsen van diagnostische verklaringen (verwerking tot integratief beeld)
4. Indicatieanalyse
- Integratief beeld is de input voor de indicatieanalyse
- Doel: komen tot een verantwoorde – wetenschappelijk gefundeerde – aanbeveling voor de best passende aanpak van het probleem →
toekomstgericht + dialoog met cliënt!
- Uitkomst: een lijst van één of meer aanbevelingen die het uitgangspunt zijn voor advisering
- Vormt het scharnierpunt tussen diagnostische cyclus en therapeutische cyclus
, - Werkwijze:
▪ Nagaan of een interventie ingezet kan worden
▪ Formuleren en prioriteren van doelen
▪ Selecteren van de in aanmerking komende types interventies
▪ Bepalen van het nut en de kans van slagen per geselecteerde aanpak
▪ Controle op de uitvoerbaarheid van een type interventie = advisering
➢ Eindpunt = Advies (voorwaardelijke voorspelling)
• Lijst met aanbevelingen = input
• Uitkomst: diagnostisch verslag
Methoden voor ➢ Systemische vragen
visualisatie van • Circulaire vragen
problemen - Verschillen en relaties verkennen tussen personen, tijden, situaties of perspectieven.
/gebeurtenissen - Verschillende categorieën van circulaire vragen:
▪ Actievragen: gaan over wat iemand deed of hoe iemand reageerde in een situatie.
▪ Classificatievragen: vragen wie wat doet of denkt binnen een groep
▪ Diachronische vragen: vergelijken situaties voor en na een gebeurtenis.
▪ Vragen naar verklaringen: peilen naar iemands verklaring of betekenisgeving.
▪ Hypothetische vragen: onderzoeken mogelijke reacties of gevolgen van een denkbeeldige situatie.
▪ Gedachten-leesvragen: peilen naar wat iemand denkt dat een ander denkt of voelt.
▪ Toekomstgerichte vragen: laten cliënten nadenken over toekomstige situaties of relaties.
• Uitzonderingsvragen
- Vragen naar momenten waarop het probleem afwezig was of de cliënt zich beter voelde.
- Doel: ontdekken wat toen anders was en hoe die omstandigheden herhaald of versterkt kunnen worden.
• Hypothetische vragen
- Vb. De wondervraag: “Stel dat…”
- Dienen als visualisatie: helpen cliënten de gewenste toekomst voor zich te zien.
• Procesvragen
- Gericht op wat er tussen mensen gebeurt en wat ze daarbij innerlijk ervaren.
➢ Focussen, uitvergroten en verstoren
• Focussen: de therapeut moet selecteren en een focus kiezen (vb. inhoud, non-verbale aspecten, interacties, …)
• Uitvergroten: de aandacht bewust vestigen op een kleine, betekenisvolle gebeurtenis of interactie.
• Verstoren: vertragen = langzaam en precies exploreren van wat er is gebeurd in interacties. (vb. vragen naar details)
➢ Heretiketteren
• Dat wat er tussen familieleden gebeurt, op een andere (vaak positievere) manier wordt benoemd.
• Doel: nieuwe betekenissen geven aan gedrag of interacties, ruimte scheppen voor verandering
• De nieuwe betekenis moet passen bij de context en aanslaan bij de betrokkenen.
➢ Externaliseren
• Gebrek aan introspectie — iemand legt de oorzaak van problemen buiten zichzelf
• In narratieve therapie: precies het tegenovergestelde — het probleem wordt buiten de persoon geplaatst. → persoon losmaken van het probleem
➢ Genogram
• Visueel schema van familieleden en hun relaties
➢ Gezinskaart
• In kaart brengen van gezinsrelaties
➢ Systemogram
• In kaart brengen van hulpverleningsrelaties die bij een gezin betrokken zijn
➢ Tijdlijn of levenslijn
• Belangrijke gebeurtenissen worden aangeduid