!_, D rie cfsr e nel-s CtYaFl r
l, L. D i-,e {b:,en f\ f\ rr\ l-exenen + r:hlF)e,n ? Sl6
4 .4
t,o
I as<;.j- ur{}'i = \Jm r"\r1 i*P1
ot6 -'l2ool
fiase 2 uzih\ = i;1rr-sin { w'
o U3ttl = \)*:in [r^rr - 2qo"i
$ose, 3
-OrS
- lrO
S FqFor pr r die Fen
"'fi:ii;:'J
Op.erchre, vcf h €lho9,r
A2A. ve;rsclxoven jn
H l-ol-erende rnlJnree,ts "rnaiuc<=e..1- in cje
spoc,ten eer.l clcie,{c,senspcnnilg
=) €lelrt-rrci reir Sener c r-i€
Ampl,kuae u*: Fnoxrrncl\e ruJsqrde .ucrn de Spcnn,s
Perlocle, T 'T ;6,o2's
5d voor !" volle{ge, c'yclus E",'u:po :
Ft.?.r.n l-i e. t t-
T Eu"cpe ' | 'SOHz
FCse we rsi clrw,i vi ,12O' Fusse.n cie {crsen
Y 19
L .? Li'r x r\€h vecLor €!e. VCcr;\-€\ t\ l9 + beSr\pPen
,
Een \lisselspc,nnitg tooue op 3 rnqnie,ren voor-stser\eq
!,. ldsgro [ieK
2. fo.r^uie
3 " T-ovecencJe ve,ch(3r I [oso. )
- 3 ilecr< gerij'^e r'=:g'<
- A2,*
",; ::-;"'-
drcrcrien ryrets broeta-sne,lherd U.) .A
@
,Anrp\iFude = U rn . le1gl-e von cie vecFOr
FreJuenpl e = Sne\hc,id vsn sle
{
Perlocle = T = herlrcil ingsr3cl
Ci . x=l {reguen (^) ' 2r{
F! s =
Fcrseoersc\..r rul : T = hroeNvers ctri I
vr
?)
Vool ren . s5oqcrl \oopr ve:or
Nqyre n S rq nOc 'l \ oOO l- clc.hye r
\) l-
l3 SFe.- en c-irie,Yrc,e,N ci:n{ urrlh je
r
2C,26
Slrersctrci xe li?S
5F.+
- trlllrkelirgen verborxlcn'rn d. punr-
- ljj^*p*nn',flg
s',ire. clsn fosespontl,:i nul$n
uL = \[F. u+
U, = I5nspen,ril5 : t-u$sen 2 fasen
5n 3 ffi
Up = [o.*"tr-nni1g : nutfcrse
Drie troe, ljn {
K xel'i n<
sc'y\cl
- trr'rxxetilgen tn nr* .,-*ndeo
-J)€€ra nr..ripunr 5n2 ffi
U?- = Ug
4 {-{ \Ve'-N r n VC.rn ee(a Stsroc) fr€ rf,;$q)f
E en shroofr5enerc Fc)r leverF cor):5ks.n€
stsroonn onci{l-cnxely*N vd spcin.'il)
'Werx\19 :
eiet,rvr<>rnq3neris,ctre inclr.rcFie.
I>pael drso\r 'rn een mqgoeli-sch welcJ
- \r',e.rdoor ocrv-sl-qce\-
een =srnusoicic:le t^ri sscl s;5>crn,-\tg
bJ 3 S5poeten slr ref c sens ponr:,lg
@
, Ove rzicht toegepaste mecha n ica. Dee.\ 4-
Les 1; hoofdstukken 1, en 2: inleiding en driefasige netspanning
Hoe wordt een net opgebouwd, wat zijn de eigenschappen van netspanning, wat zijn de gevolgen van deze
eigenschappen. Hoe werkt een transformator.
Welke 2 hoofdschakelingen zijn er te onderscheiden, hoe worden deze opgebouwd, wat zijn de eigenschappen van
deze schakelingen.
Les 2; hoofdstuk 3 en 4: asynchrone motor en frequentieregelaar
Belangrijkste eigenschappen van de asynchrone motor kennen, formule voor toerental n kennen. Op basis van foto of
tekening de belangrijkste onderdelen kunnen aangeven van een asynchrone motor. Minimaal: stator, rotor,
statorwikkelingen, rotorwikkelingen, statorhuis, ventilator, aansluitklemmen, lagers.
Principi6le werking van de asynchrone motor in stapjes uit kunnen leggen, voldoende gedetailleerd en op basis van
gegeven fi gu ren/teken i ngen
.l Gegevens van een kenplaatvan een asynchrone motor kunnen lezen en interpreteren. O.a. spanning, vermogen, cos
phi, toerental, frequentie. Berekeningen en opdrachten kunnen maken met behulp van deze bekomen informatie.
foppel- en toerentalkarakteristiek kunnen lezen. Deze kunnen interpreteren in functie van een belasting (opstapje
naar pompen).
Berekeningen kunnen uitvoeren op basis van de gegevens van motorcatalogi. Dit om een geschikte asynchrone motor
te kunnen kiezen als functie van de last.
Het nut van een frequentieregelaar uit kunnen leggen, ook in combinatie met de asynchrone motor.
Verduidelijken op basis van de koppel- en toerentalkarakteristiek op welke manier een frequentieregelaar invloed
heeft op deze karakteristiek om de snelheid van de motor te regelen.
De werking van een frequentieregelaar verduidelijken op basis van een schema.
Les 3; hoofdstuk 5: inleiding pompen
ln eigen woorden omschrijven wat een pomp is. Hoe past deze in de chemische procesindustrie.
Uitleggen wat de belangrijkste eigenschappen van laminaire versus turbulente stroming.
Aangeven waarvoor het Reynoldsgetal wordt gebruikt.
Begrippen omschrijven zoals total static head' en de relatie kennen met 'elevation head' en 'friction head'
lmpact bespreken van veranderende parameters zoals drukverschil, opvoerhoogte en verliezen op de systeemcurve.
De 3 belangrijkste parameters van een pomp kennen en noteren in een formule die de relatie aangeeft tussen deze 3
parameters.
Aan kunnen geven hoe de wrijvingsverliezen beperkt gehouden kunnen worden, en verduidelijken waarom.
Cavitatie duiden bij pompen. De connectie met de term NPSH.
Berekeningen maken door Bernouilli toe te passen: dat is voor het andere deel van toegepaste mechanica. De
theoretische achtergrond begrijpen en ook echt doorgronden, dat moet de student wel kunnen. Op basis van deze
achtergrond ook de restricties kennen.
, Les 4; hoofdstuk 6: centrifugaalpompen
De belangrijkste onderdelen van een centrifugaalpomp kunnen aanduiden op een foto of tekening. Termen zoals:
rotor/waaier, stator/diffusor, as, huis, asdoorvoering, lager, smering, inlaat, uitlaat, pakking, koppeling, motor,
slakkenhuis, let wel: niet iedere tekening hoeft al deze termen te bevatten.
Op basis van een tekening of foto de werking van een centrifugaalpomp uitleggen.
Uitleg verschaffen over de omzetting van elektrische energie naar de drukenergie in het medium.
Functie van de diffusor uit kunnen leggen en toelichting geven bij het grafisch verloop van druk en snelheid doorheen
een.centrifugaalpomp. Dit uitleggen in termen van de vergelijking van Bernouilli.
Karakteristieken zoals leidingkarakteristiek en pompkarakteristiek kunnen bespreken. Zaken zoals rendement,
werkingspunt, toepassingsgebied, invloed van toerental n kunnen toelichten.
Smoorregeling kunnen uitleggen op basis van een leidingkarakteristiek in combinatie met een pompkarakteristiek.
3 methoden kunnen aangeven hoe een medium in een pomp kan blijven (stopbus, seal en canned motor pomp, en
grote verschillen tussen deze 3 kunnen duiden)
Les 5; hoofdstuk 7: verdringerpompen
Types pompen kunnen onderscheiden, hun belangrijkste onderdelen kunnen duiden en werking uitleggen. Dit voor
zuigerpompen, plunjerpompen, membraanpompen, dubbelwerkende zuigerpomp, tandwielpompen, lobbenpompen,
roterende plunjerpom pen
Grootste verschillen in werking, maar ook toepassingsgebied, kunnen duiden ten opzichte van een centrifugaalpomp.
Les 6; hoofdstuk B: compressoren, turbines en cycli
Waarvoor worden compressoren en turbines ingezet. Hoe passen deze binnen de chemische procesindustrie.
Thermodynamica: rankine cyclus kunnen uitleggen.
Turbines: 4 types kunnen opsommen.
Belangrijkste onderdelen van een stoomturbine aan kunnen duiden: rotor, stator, locatie met hoogste druk, locatie
met laagste druk, trap-afdichting (stage-seal of diaphragm seal), smering, as-afdichting (shaft-seal), 2 types
stoomturbine (reactie vs. lmpuls) kunnen uitleggen.
Verschil tussen condenserende en niet-condenserende turbine kunnen uitleggen.
Compressoren: 3 grote types kunnen opsommen. Connectie tussen compressoren en olie.
Koelsystemen: welke media worden gebruikt in koelsystemen en waarom worden CFKs en HFK's uitgefaseerd?
Wat is de connectie tussen koelsystemen en de chemische procesindustrie?
Een koelcyclus kunnen uitleggen op basis van een schema en een log-p-H-grafiek.