Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 30 páginas
Resumen

Samenvatting Jeugdcriminologie 2026/27

Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 30 páginas

Samenvatting voor het vak Jeugdcriminologie, alle ppt's met hoorcollegeaantekeningen inbegrepen. (zelf vak geslaagd)

Vista previa del contenido

Jeugdcriminologie
1. Wat is jeugdcriminaliteit
Jeugdcriminaliteit: verwijst naar gedrag van jongeren van 12-18j waarbij bepaalde- in wetboeken
vastgelegde - normen worden overtreden en waarop een straf staat.
Bv. vooral diefstal en inbraak

→ Juridisch kader:
-​ Strafrechtelijke onbekwaamheid: kinderen jonger dan 12j kunnen iet strafrechtelijk vervolgd
worden, sinds ze niet strafrechtelijk aansprakelijk zijn.
-​ Jeugdrechter: Kinderen onder 18j worden door jeugdrechter behandeld i.p.v strafrechter. De jr kan
geen straffen opleggen, maar wel maatregelen die gericht zijn op heropvoeding/beperking v
vrijheid.

1.2 Verschillende facetten v jeugdcriminaliteit
Jc bestaat uit vele facetten
●​ Begrip criminaliteit (crimineel gedrag) is een categorie van delinquentie → omvat ernstige
wetsovertredingen zoals geweldsdelicten, zedendelicten, inbraken en brandstichtingen.
●​ Dit onderscheiden we van kleine delicten → eenvoudige diefstallen en verkeersongevallen waarbij
geen andere mensen niet in gevaar komen.
●​ Ook onderscheiden we statusdelicten → wetsovertredingen die enkel gelden voor MiJa zoals
weglopen, spijbelen, drugs- of alcoholgebruik en discobezoek onder bepaalde leeftijd.

1.3 Aard en omvang: belangrijkste ontwikkelingen en trends
Delicten worden gewelddadiger en dader relatief jonger. Ook blijkt dat recidive groot is. De stijging wijst
op een dieperliggende problemen en noodzaak voor uitgebreider preventiebeleid.
→ Een groot deel van de overlast en criminele activiteiten concentreert zich onder bepaalde hardnekkige
delictplegers (jeugdige veelplegers en hardekernjongere) en op bepaalde locaties. Jongeren plegen hun
delicten meestal samen met anderen.

1.4 MOF (Misdaad omschreven feit)
MOF (Als Misdrijf Omschreven Feit)
●​ Wat het is: Een minderjarige pleegt een strafbaar feit, dat wil zeggen, een daad die als misdrijf
wordt beschouwd.
●​ Vb: Diefstal, drugsdeals of andere criminele activiteiten.
●​ Instelling: De jeugdparketten openen dossiers voor deze feiten om de situatie te onderzoeken
●​ Opmerking: MiJa die een MOF plegen, worden niet door de strafrechter, maar door de
jeugdrechter berecht, behalve bij zeer ernstige misdrijven vanaf 16j (uithandengeving) of
verkeersovertredingen vanaf 16j.

1.5 VOS (verontrustende opvoedingssituatie)
VOS (Verontrustende OpvoedingsSituatie)
●​ Wat het is: Een situatie waarin een jongere in een verontrustende omgeving leeft, die zijn of haar
welzijn en ontwikkeling bedreigt.
●​ Bv: Verwaarlozing, mishandeling, misbruik, ernstig spijbelen of weglopen.
●​ Instelling: Het jeugdparket opent hier een dossier om hulp te bieden aan de jongere en/of het gezin,
aangezien er op zich geen misdrijf is gepleegd.

Beide MOF en VOS vallen onder jeugdbeschermingszaken, die door het jeugdparket worden behandeld.
De jr zal een rol spelen en beslissingen nemen over de hv die nodig is, afhankelijk v/d situatie.
Niet alle aangemelde zaken betreffen een misdrijf, de rest bevat een problematische opvoedingssituaties.



1

,1.6 Trends

1.7 Blik op de geschiedenis
!B! historische scharnierpunten:
→ Er is altijd al een discussie geweest over moraal en afwijking van adolescenten is geweest:
-​ 1914: In de kamer lag er al een klacht op tafel over de “stijging en tuchteloosheid van de jeugd”.
-​ Jaren 20’-30’: Minder aandacht naar bezorgdheid over de jeugd, dit door het idealisme rond de
jeugdbeweging. De boerenjongeren hoorden er niet bij sinds ze het moeilijk hadden met de idealen
van de jeugdbeweging.
-​ Jaren 40’-50’: er heerste er bij autoriteiten (zoals politici, wetenschappers en de kerk) bezorgdheid over
jongeren, vooral over de ongeschoolde arbeidersjeugd. Ze werden gezien als moreel verwilderd en
vatbaar voor crimineel gedrag.
-​ Jaren 50’-80’: subculturen zoals nozems, rockers, provo’s en later krakers en voetbalvandalen
worden gezien als bedreigend. Ze roepen morele paniek en verontwaardiging op bij de
samenleving.
⇒ Spreken over jeugddelinquentie en ons zorgen maken over de jongeren is van alle tijden, hebben we
altijd al gedaan. Er is altijd kritiek geweest op jongeren.

Lees artikel sv van man op ppt
2. Meervoudig risicomodel Van Der Ploeg




In het model worden protectieve en bedreigende invloeden weergegeven die het ontstaan van
probleemgedrag beïnvloeden:
-​ Gezin, school, vrije tijd,..
-​ Traumatische gebeurtenissen & gebrek aan sociale steun.
Naast omgevingsinvloeden hebben ook kindfactoren invloed op probleemgedrag, hier gaat het over de
persoonlijkheid vh kind.
De pijlen in het model geven aan dat alle invloeden en het gedrag met elkaar in verbinding staan, het gedrag
beïnvloed de omgevingsfactoren en omgekeerd. Het is een interactiemodel:
Het model heeft een multivariate karakter: tss de onderscheiden concepten is sprake van interactie, die
gezamenlijk een verklaringskarakter hebben voor het ontstaan van probleemgedrag.
→ Hebt meerdere/opeenstapeling/interactie tussen factoren nodig!



2

, 2.1 Risicomodel heeft direct link met mogelijkheid tot effectieve behandeling
De in dit risicomodel genoemde factoren hebben in onderzoek al zoveel en zo vaak systematische
verbanden te zien gegeven met probleemgedrag dat voor een effectieve behandeling de vermelde concepten
in aanmerking komen. Maar er moet nog verder onderzoek naar gedaan worden.

2.2 Onderbelichting cognitieve factoren bij ontstaan & behandeling van probleemgedrag
bij jongeren
Het cognitieve is onderhevig aan interpretatie en betekenis die ontstaan bij jongeren in zijn leefwereld.
Daarin kunnen ook hyper persoonlijke verschillen in optreden, dat maatwerk vragen.
→ Daarom worden cognitieve factoren bijzondere waarde toegekend.

Zelfs als jongeren opgroeien in vergelijkbare, ongunstige omstandigheden (zoals armoede, geweld,
verwaarlozing), reageren ze daar heel verschillend op:
●​ De ene jongere gebruikt drugs.
●​ Een ander loopt weg van huis.
●​ Nog een ander pleegt suïcide.
●​ En sommigen vertonen helemaal geen probleemgedrag.
Dat komt door cognitieve factoren: hoe jongeren denken, interpreteren, betekenis geven aan hun ervaringen,
en hoe ze die verwerken in hun hoofd. Dit is sterk afhankelijk van:
●​ Persoonlijke schema’s: mentale patronen die bepalen hoe iemand situaties begrijpt.
●​ Zelfbeeld en copingstrategieën: Bv. sommige kunnen copen met muziek,..
●​ Hyperpersoonlijke verschillen: unieke, individuele manieren van betekenis geven aan de wereld.

→ Veerkracht van persoon, was er liefde aanwezig,.. Kunnen allemaal verschil maken cognitief waardoor
het wel/niet leidt tot deviant gedrag.

Er zijn verschillende manieren om om te gaan met problemen:
-​ Internaliseren van problemen kan leiden tot automutilatie (=zelfverwonding)
-​ externaliserende vorm van agressie = anderen pijn doen/snijden
→ Meisjes gaan meer internaliseren, jongens externaliseren meer.

2.3 Verklaringsgrond delinquent gedrag
Risicofactoren kunnen dus invloed hebben op delinquent gedrag, zolang er niet 1 enkele oorzaak aan te
wijzen voor delinquent gedrag is, het gaat altijd over een samensmelting van meerdere factoren.
→ Beide protectieve, als risicofactoren kunnen op verschillende levensgebieden voordoen.

Bv. Slechte/goede vrienden, goede jeugdbeweging, goede leerkracht,.. Kunnen invloed hebben waarom er wel/niet delinquentie
gaat voorkomen.

2.4 Belangrijkste risicofactoren voor later crimineel gedrag
●​ Risicofactoren op kindniveau: storend, onrustig kindgedrag dat gepaard gaat met veel oppositie,
agressie en hyperactiviteit, een lage intelligentie, aandachtsproblemen en slechte schoolprestaties,
politiecontacten.
●​ Risicofactoren op gezinsniveau: afwijkend en afwijzend oudergedrag, ouderlijke ruzies, criminele
ouders, ineffectieve discipline en weinig toezicht, armoede, werkeloosheid.
●​ Risicofactoren op omgevingsniveau: achterstandsbuurten, hoge buurtcriminaliteit, slechte
onderwijsomstandigheden, vrienden die zich schuldig maken aan criminaliteit.

Probleemgedrag is altijd mix van nature en nurture, als iemand op 1 vlak een probleem heeft kan dit
gecompenseerd worden door het andere.




3

Información del documento

Estudio
Subido en
2 de agosto de 2026
Número de páginas
30
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$9.22

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
5
Seguidores
0
Artículos
11
Última venta
2 meses hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes