KNSB Schaatsinstructeur Niveau 2 - Basiskennis 2026
Deze samenvatting behandelt de basiskennis voor de opleiding Instructeur Niveau 2 van de
KNSB (Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond). Dit document behandelt de
toelatingseisen, opbouw van de opleiding, lesgeefvaardigheden op het ijs en de
eindbeoordeling, aangevuld met praktijkcasussen en oefenvragen.
Overzicht KNSB Instructeur Niveau 2 2026
De opleiding bestaat uit een programma van 10 weken en een praktijkperiode,
afgesloten met een examenmoment
De bijeenkomsten vinden plaats op het ijs, op een doordeweekse avond of in het
weekend
Deelnemers moeten 16 jaar of ouder zijn en in het bezit zijn van het certificaat 'Een
beetje opvoeder'
Tijdens de opleiding is een geschikte praktijkbegeleider vereist die minimaal een niveau
2 trainers- of instructeursdiploma heeft
De eindbeoordeling bestaat uit praktijkopdrachten: het geven van lessen aan een groep
sporters, het begeleiden van sporters tijdens een activiteit, en het assisteren bij de
organisatie van een activiteit
Geplande opleidingen worden gepubliceerd op mijn.knsb.nl/agenda; belangstellenden
kunnen zich via Mijn KNSB aanmelden voor een melding zodra inschrijving opent
1. Toelatingseisen
Eis Toelichting
Minimumleeftijd 16 jaar of ouder
Certificaat 'Een beetje opvoeder'
Praktijkbegeleider Minimaal niveau 2 trainers- of instructeursdiploma
Inschrijving Via Mijn KNSB, agenda op mijn.knsb.nl/agenda
2. Opbouw van de opleiding
• De opleiding bestaat uit een programma van 10 weken, gevolgd door een
praktijkperiode
• De bijeenkomsten vinden plaats op het ijs, op een doordeweekse avond of in het
weekend, afhankelijk van de locatie
• Na afloop van het programma en de praktijkperiode volgt een examenmoment
waarin de opgedane vaardigheden worden getoetst
Pagina 1 van 6
, KNSB Schaatsinstructeur Niveau 2 - Basiskennis 2026 Stuvia
3. Lesgeefvaardigheden op het ijs
• Een instructeur moet basistechnieken van het schaatsen kunnen aanleren aan
sporters van verschillende niveaus
• Veiligheid op het ijs, zoals het voorkomen van botsingen en het begeleiden van
beginnende schaatsers, is een kernonderdeel
• De instructeur moet oefeningen kunnen aanpassen aan de leeftijd en het niveau van
de groep
4. De rol van de praktijkbegeleider
• Tijdens de praktijkperiode wordt de cursist begeleid door een ervaren trainer of
instructeur met minimaal niveau 2
• De praktijkbegeleider geeft feedback op lesgeefvaardigheden en helpt de cursist zich
te ontwikkelen
• Een goede samenwerking tussen cursist en praktijkbegeleider is essentieel voor een
succesvolle afronding van de opleiding
5. De eindbeoordeling
• De eindbeoordeling bestaat uit meerdere praktijkopdrachten die de vaardigheden
van de cursist toetsen
• Onderdeel is het geven van lessen aan een groep sporters, waarbij lesopbouw en
didactiek worden beoordeeld
• Ook het begeleiden van sporters tijdens een activiteit en het assisteren bij de
organisatie van een activiteit maken deel uit van de beoordeling
Examenstrategie
• Ken de toelatingseisen goed: minimumleeftijd, het certificaat 'Een beetje opvoeder'
en de eisen aan de praktijkbegeleider
• Bestudeer de opbouw van de opleiding: het 10-weken programma, de praktijkperiode
en het examenmoment
• Zorg dat je kernvaardigheden van lesgeven op het ijs kunt uitleggen, waaronder
veiligheid en differentiatie naar niveau
• Oefen met het uitleggen van de drie onderdelen van de eindbeoordeling: lesgeven,
begeleiden en assisteren bij organisatie
• Wees bekend met hoe en waar geplande opleidingen worden gepubliceerd, zoals via
Mijn KNSB
Uitgewerkte Praktijkcasussen
Casus 1: Les geven aan beginnende schaatsers
Een cursist moet een les geven aan een groep kinderen die voor het eerst op de schaats
staan.
Pagina 2 van 6