2025–2026
Begrippenlijst
Objectief Recht
Bronnen en beginselen van het recht
Een volledig overzicht van alle begrippen, definities en Latijnse adagia
per hoofdstuk · Deel I – Het Objectieve Recht
,Inhoudstafel
H1 Objectief en subjectief recht 1
H2 Het objectieve recht 2
H3 De relativiteit van recht in tijd en ruimte 3
H4 Recht en andere gedragsregels 4
H5 De rechtsdogmatiek 5
H6 Het begrip rechtsbron 6
H7 De wet 7
H8 De Rechtspraak 8
H9 De Rechtsleer 9
H10 De Gewoonte 10
H11 De Algemene Rechtsbeginselen 11
H12 De Billijkheid 12
2
, H1 Objectief en subjectief recht
Alle begrippen uit 1.1 Recht en rechten, 1.2 Het objectief recht en 1.3 De subjectieve rechten.
1.1 – 1.2 OBJECTIEF RECHT & BASISONDERSCHEID
Objectief recht
Het geheel van rechtsregels die in de samenleving gelden op een bepaald ogenblik; een momentopname
(statisch), gebonden aan staten (nationaal recht) of tussen staten (internationaal recht).
Subjectief recht
Een aanspraak die een persoon, op grond van het objectief recht, kan laten gelden tegenover een andere
persoon of zaak.
Kernelementen van het objectief recht
• Recht is gericht op de normatieve ordening in en van de samenleving
• Recht is een geheel van regels en voorschriften
• Recht is uitgevaardigd door of krachtens het maatschappelijk gezag
• Recht is afdwingbaar door of krachtens het maatschappelijk gezag
Rechtsdogmatiek
De studie van het objectief recht, ook de regelgeoriënteerde of doctrinaire benadering genoemd; legt de
nadruk op de rechtsregels en hun onderlinge samenhang (law in books).
Law in action
Benadering waarbij de nadruk ligt op de mate waarin het objectief recht in de praktijk wordt nageleefd; de
gedragsgeoriënteerde benadering, bestudeerd door de rechtssociologie.
Meta-juridische studie van het recht
Bestudeert het recht als maatschappelijk fenomeen: de totstandkoming, uitwerking en naleving van het
objectief recht.
Materieel recht
De inhoud van rechtsregels: rechten, plichten, rechtsfeiten en rechtsgevolgen.
Formeel recht
De procedures die gevolgd moeten worden om het materiële recht af te dwingen of te handhaven.
3
, 1.3 DE SUBJECTIEVE RECHTEN
Grondrecht / fundamenteel recht
Een subjectief recht dat vermeld wordt in de Grondwet of in een internationaal mensenrechtenverdrag.
Belang
Een juridisch beschermd gegeven dat geen subjectief recht is; schending kan wel aanleiding geven tot een
maatregel of schadevergoeding (bv. het belang van het kind om op te groeien in een veilige omgeving).
Wesley Hohfeld – 4 soorten subjectieve rechten
• Aanspraak: verhouding tussen een recht van de ene en de verplichting van de andere
• Vrijheid: de vrijheid om iets te doen zonder daartoe verplicht te zijn
• Macht/bevoegdheid (Gestaltungsrecht): de bevoegdheid om eenzijdig een rechtsverhouding te creëren,
wijzigen of beëindigen
• Immuniteit: bescherming tegen de macht van anderen om een aanspraak of vrijheid te wijzigen
Immuniteit
Beschermt tegen de macht van anderen om een aanspraak of vrijheid eenzijdig te wijzigen (bv. bescherming
tegen wetgeving die fundamentele rechten schendt).
Hypothetische vorm (rechtsregel)
Rechtsregels die aan de basis liggen van subjectieve rechten hebben vaak een “als…dan”-vorm: aan een
bepaalde handeling wordt een rechtsgevolg gekoppeld.
Rechtssubject (un sujet de droit)
Degene voor wie een rechtsnorm gevolgen teweegbrengt, of aan wie het objectief recht rechten toekent en
verplichtingen oplegt. Twee soorten: de natuurlijke persoon en de rechtspersoon.
Natuurlijke of fysieke persoon (une personne physique)
Elk mens, zonder uitzondering; het volledige verlies van alle rechten van een natuurlijk persoon is vandaag
onmogelijk (vroeger bv. bij slavernij of de burgerlijke dood).
Rechtsbekwaamheid
De geschiktheid om houder te zijn van subjectieve rechten.
Handelingsbekwaamheid
De geschiktheid om rechtshandelingen te stellen.
4