Rekenen-wiskunde inleiding vakdidactiek
Naam:
Klas:
Datum:
,Inhoudsopgave
Personalia ..................................................................................................................................................... 3
Inleiding ........................................................................................................................................................ 3
1. Analyse ................................................................................................................................................ 4
2. Reflectie ............................................................................................................................................... 7
3. Eigen ontwikkeling ............................................................................................................................... 9
Literatuurlijst .............................................................................................................................................. 10
Bijlage 1 Zelfstandige verwerking werkblad ................................................................................................. 11
Bijlage 2 Lesvoorbereidingsformulier........................................................................................................... 12
2
,Personalia
Mijn naam is …
Ik loop stage op.. in groep 1/2.
Inleiding
Ik geef een Directe instructie aan kinderen in groep 1/2. Ik oefenen met de kinderen
tellen tot 10 en dobbelsteenherkenning. De afwegingen die ik vooraf heb gemaakt, zijn
ik heb bewust gekozen om aan te sluiten bij het thema herfst. Dit thema staat centraal
in de klas en door het te hebben over een eekhoorn en kastanjes te gebruiken sluit dit
goed aan bij de belevingswereld van de kinderen. Daarnaast heb ik ervoor gekozen om
een werkblad te gebruiken met rondjes. Dit in de fase waarin de kinderen zelfstandig
aan het werk gaan. Dit stimuleert de kinderen om de kastanjes netjes in rijtjes te leggen,
zodat we ze goed kunnen tellen.
3
, 1. Analyse
Als ik kijk naar het handelingsmodel (Figuur 1), zie ik dat deze les vooral gericht is op
informeel handelen. Dit is het eerste niveau, waarbij leerlingen op informele wijze leren
door samen iets te doen (Van Groenestijn et al., 2012). Er wordt betekenis gegeven aan
getallen en rekentaal. In mijn les gebeurt dit doordat de kinderen leren tellen,
hoeveelheden verkennen en dobbelsteenpatronen leren herkennen. Door gebruik te
maken van echte kastanjes kunnen ze de hoeveelheden neerleggen, verplaatsen en
tellen. Zo koppelen ze hun handelingen aan de aantallen en ervaren ze de betekenis van
getallen. Er is ook een klein stukje van de fase voorstellen – concreet zichtbaar in het
werkblad (zie bijlage 1): de dobbelsteen is hier niet meer fysiek aanwezig, maar wordt
weergegeven als een afbeelding. De leerlingen kunnen nog steeds informeel handelen
met de kastanjes, doordat ze deze echt kunnen neerleggen en tellen.
De volgende fasen, voorstellen – abstract en formeel handelen komen in deze les niet
aan bod. Volgens Van Groenestijn et al. (2012) is een goede ontwikkeling op de
onderste twee niveaus de basis voor het handelen en functioneren op de bovenste
twee. In deze les wordt de basis gelegd, doordat kinderen leren tellen, hoeveelheden te
zien en dobbelsteenpatronen te herkennen.
Figuur 1: Handelingsmodel (Van Groenestijn et al., 2012).
Binnen het hoofdfasenmodel (Figuur 2) staat begripsvorming centraal. Volgens Van
Groenestijn et al. (2012) is dit de geleidelijke ontwikkeling van rekenconcepten
doormiddel van het uitvoeren van rekenhandelingen in combinatie met de ontwikkeling
van bijbehorende rekentaal. De kinderen leren tellen en ontdekken hoeveel stippen ze
zien op de dobbelsteen en leggen evenveel kastanjes neer. Ze leren tellen tot en met
tien en oefenen met begrippen als veel en weinig door één kastanje weg te halen of toe
te voegen.
4
, Daarnaast komt ook de fase van oplossingsprocedures aan bod. De leerling leert
bewerkingen uitvoeren om iets te kunnen uitrekenen (Van Groenestijn et al., 2012). De
leerlingen leren hoe ze moeten tellen, netjes in een vaste volgorde en systematisch
door de kastanjes op een rijtje te leggen en één voor één te tellen.
Om vlot te leren rekenen is regelmatig oefenen en gebruiken van deze kennis en
vaardigheden in veel verschillende situaties noodzakelijk Van Groenestijn et al., 2012).
De leerlingen oefenen in deze les met automatiseren. Het tellen gaat steeds sneller,
maar de kinderen herkennen de dobbelsteenpatronen nog niet direct. Ze tellen de
stippen nog één voor één en pakken nog niet meteen het juiste aantal kastanjes. Dit is
dus nog niet volledig geautomatiseerd. Het uiteindelijke doel is dat de leerlingen dit
flexibel kunnen toepassen (Van Groenestijn et al., 2012).
Figuur 2: Hoofdfasenmodel (Van Groenestijn et al., 2012).
In deze les komen een aantal onderwijsleerprincipes duidelijk naar voren (Oonk et al,
2019). Allereerst leren kinderen door zelf actief betekenis te geven aan wat ze doen. Ze
construeren hun kennis door te handelen met echte materialen (de kastanjes) binnen
een herkenbare context, namelijk de eekhoorn in de herfst. Deze context maakt het
leren betekenisvol en sluit goed aan bij hun belevingswereld. Door te tellen, te
vergelijken en te ontdekken hoeveel kastanjes ze nodig hebben, leren de kinderen het
begrip van getallen.
Ook zijn er verschillende niveaus en modellen binnen het handelen. De kinderen
bevinden zich vooral op het informele en concrete niveau (Van Groenestijn et al., 2012).
Ze tellen kastanjes, leggen ze neer en krijgen op die manier inzicht in hoeveelheden. Het
werkblad met de dobbelsteenafbeeldingen helpt bij de overgang naar schematisch
denken. Door de kastanjes in rijtjes te leggen, leren de leerlingen gestructureerd tellen,
wat bijdraagt aan een systematische aanpak.
Ook reflectie speelt een belangrijke rol in het leerproces. De kinderen denken na over
wat ze doen en leren dit zelf te verwoorden. Ik zie dat ik dit minder heb terug laten
komen in mijn les. Ik heb wel vragen gesteld zoals: “Hoeveel moet je er nog weghalen
om vijf te krijgen?”. Ik had ook nog vragen kunnen stellen als “Hoe weet je dat dit er zes
5