Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 172 páginas
Resumen

Samenvatting Lichaam en Mond Deel 1| fase 1|

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 172 páginas

Samenvatting Lichaam & Mond – gebaseerd op de cursus van Liesbet Cauwenberg Deze overzichtelijke en gestructureerde samenvatting is gebaseerd op de cursus Lichaam & Mond, geschreven door Liesbet Cauwenberg. De leerstof is op een duidelijke en logische manier samengevat, waardoor ze geschikt is voor zowel het instuderen van de leerstof als een efficiënte herhaling tijdens de examenperiode. Inbegrepen: * Volledige en overzichtelijke samenvatting van de cursus * Duidelijke structuur voor een vlotte studieaanpak * Uitgebreide woordenlijst met belangrijke begrippen Opmerking: het onderdeel immunologie is niet opgenomen in deze samenvatting. Deze samenvatting is bedoeld als aanvullend studiemateriaal en volgt de inhoud van de cursus van Liesbet Cauwenberg nauwkeurig.

Vista previa del contenido

LICHAAM EN MOND




HOOFDSTUK 1 : STRUCTUUR VAN DE BIOMOLECULEN




chemische samenstelling van de cel

Cellen zijn compartimenten die door een membraan omsloten zijn. Ze zijn gevuld een sterk
geconcentreerde waterige oplossing van chemische stoffen.

De membranen voorkomen vet- of olieachtige zones.

Samenstelling van de cel:

-Water 70%
-Anorganische ionen 1%
-Kleine moleculen 6%
- Suikers en precursoren 3%
- Aminozuren en precursoren 0,4%
- Nucleotiden en precursoren 0,4%
- Lipiden en precursoren 2%
- Andere kleine moleculen 0,2%
-Macromoleculen (eiwitten, nucleïnezuren, polysachariden) 23%


Organische verbindingen (=koolstofverbindingen)

zijn het grootste deel van chemische stoffen die in de cel voorkomen. 90% van de
koolstofverbindingen zijn grote moleculen met duizenden koolstofatomen. Dit zijn de
macromoleculen (=biomoleculen) van de cel : suikers , lipiden , eiwitten en nucleïnezuren. De overige
10% zijn kleine moleculen/ bouwstenen die tussenproducten of regulatoren zijn bij reacties van de
stofwisseling.



Anorganische moleculen

Kleine moleculen in de cel :

NH4+, Mg2+, Ca2+, K+ en Fe3+ , fosfaat , zuurstof , water.

,inleiding tot de koolstofchemie

Organische chemie : de chemie van verbindingen die koolstofatomen (C) bevatten.

Element C is speciaal door zijn vermogen om grote en zeer gevarieerde moleculen te
vormen. Het kan 4 covalente bindingen vormen met C ,O,P,N,S en H atomen.

C- atomen kunnen ook ringstructuren ,dubbele of drievoudige bindingen vormen .

functionele groepen :

organische verbindingen worden ingedeeld in verschillende klassen. De moleculen
binnen dezelfde klasse hebben allemaal dezelfde functionele groep.

Een functionele groep is een specifieke groep atomen binnen een molecuul.

Deze groep :

➢ Heeft een vaste structuur.
➢ Bepaalt de chemische eigenschappen van het molecuul.
➢ Zorgt ervoor dat moleculen uit dezelfde klasse vergelijkbare eigenschappen
hebben.

Deze functionele groepen bepalen onder andere :

➢ Hoe een molecuul reageert
➢ Welke bindingen het kan vormen
➢ Welke functie het molecuul heeft in de cel



In veel biochemische verbindingen komen meerdere functionele groepen
voor. Dit kan op 2 manieren:

1. dezelfde functionele groep komt meerdere keren voor in 1 molecuul.

2. verschillende functionele groepen komen samen voor in 1 molecuul.

,onderscheid tussen polaire en apolaire stoffen

Het verschil tussen polaire en apolaire stoffen is zeer belangrijk in de celbiologie.

Waarom? Water is een dipoolmolecuul:

➢ De zuurstofkant (O) is licht negatief.
➢ De waterstofkant (H) is licht positief.

Daardoor kan water : waterstofbruggen vormen , interageren met ionen en andere polaire
moleculen.

Polaire stoffen (hydrofiel)

Lossen gemakkelijk op in water omdat ze sterke interacties kunnen aangaan met watermoleculen.

Voorbeelden :

➢ ionen (Na⁺, Cl⁻)
➢ alcoholgroep (-OH)
➢ aminogroep (-NH₂ of -NH₃⁺)
➢ carboxylaatgroep (-COO⁻)


bijvoorbeeld : keukenzout (NaCL)
dit lost goed op in water. Dit gebeurt als volgt :
1. Het zout valt uiteen in Na⁺ en Cl⁻.
2. Watermoleculen gaan rond deze ionen liggen.
3. Er ontstaat een hydratatiemantel.

Een hydratatiemantel is een laag watermoleculen die een ion omringt.
Deze watermoleculen :
➢ Schermen de elektrische lading af.
➢ Voorkomen dat de ionen elkaar opnieuw aantrekken.
➢ Houden de ionen opgelost in water.


Apolaire stoffen (hydrofoob)

Apolaire stoffen lossen slecht of helemaal niet op in water. Ze mengen liever met vetten of oliën.

Voorbeelden :
➢ Vetten
➢ Oliën
➢ Lange koolstofwaterketens.


Ketenlengte
Hoe langer de koolstofketen , hoe apolairder het molecuul wordt.
Langere keten → meer apolair

Wateroplosbaarheid
De wateroplosbaarheid van een organisch molecuul hangt af van de verhouding tussen :
Polaire groepen → verhogen de wateroplosbaarheid

, Apolaire groepen → verlangen de wateroplosbaarheid.


biochemische verbindingen in de cel.

De suikers
Suikers dienen als brandstof voor de cel (bv. glucose), als bouwstof (bv. cellulose in de celwand) en
zijn een bestanddeel van het erfelijke materiaal.

De enkelvoudige suikers :

De enkelvoudige suikers of monosachariden zijn organische moleculen die bestaan uit de
atomen C, H en O, met
1. minstens 2 alcoholgroepen (het zijn dus polyalcoholen)
2. een carbonylfunctie
De eenvoudigste monosachariden zijn glyceraldehyde en dihydroxyaceton

Naargelang het aantal C-atomen die ze bezitten, geeft men aan de monosachariden de
volgende namen:
3 C-atomen: triosen
4 C-atomen: tetrosen
5 C-atomen: pentosen
6 C-atomen: hexosen
7 C-atomen: heptosen

De monosachariden zijn typische voorbeelden van polaire stoffen. Het zijn immers
polyalcoholen, ze bezitten een hele reeks van hydroxylfuncties.

De monosacharide komen voor als ringstructuren.

Glucose (druivensuiker) is het belangrijkste monosacharide.
Bij afbraak wordt energie geleverd.


Ribose is een ander belangrijke ringvormend monosacharide. Het is een bouwsteen van
RNA en van de energierijke verbinding ATP.


De meervoudige suikers
Monosachariden kunnen aan elkaar gekoppeld worden om meervoudige suikers te vormen.
Afhankelijk van het aantal gekoppelde monosachariden krijgen ze een andere naam :

(1) monosacharide
(2)disacharide
(3)trisacharide
(4)tetrasacharide


Hoe meer monosachariden aan elkaar gekoppeld worden, hoe groter de suiker wordt. Bij een groot
aantal gekoppelde monosachariden spreekt men van een polysacharide (zoals zetmeel, glycogeen en
cellulose).

Información del documento

Estudio
Subido en
6 de julio de 2026
Número de páginas
172
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$12.34

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
3
Seguidores
0
Artículos
2
Última venta
1 semana hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes