Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 8 páginas
Resumen

Samenvatting Biologie: Levende en niet-levende natuur | Odisee

Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 8 páginas

Studiemateriaal voor het eerste hoofdstuk 'Energie' uit de cursus Biologie: Levende en niet-levende natuur aan Odisee Hogeschool. Het document behandelt energiebronnen (zon, wind, fossiele brandstoffen, kernenergie), energievormen (potentieel, kinetisch, chemisch, thermisch, elektrisch), energieomzettingen en het concept van vermogen, aangevuld met uitgewerkte oefeningen. Ideaal voor examenvoorbereiding en het consolideren van basisconcepten over energie in biologische en natuurkundige context.

Vista previa del contenido

Biologie: Levende en niet-levende natuur
H1: Energie
=​ mogelijkheid om arbeid te leveren. Als een lichaam arbeid levert, verliest het energie. Eigenlijk is
arbeid energie die van het ene lichaam op een ander wordt overgedragen. Arbeid en energie zijn dus
zeer nauw verwant met elkaar

Energie E heeft ook de joule J als eenheid

Energiebronnen
Op Aarde is de zon de voornaamste energiebron
-​ zonnepanelen (fotovoltaïsche cellen) die zonlicht omzetten in elektrische energie
-​ windmolens (zon warmt evenaar meer op dan de polen → temp. ≠ ontstaan → ontstaat wind
-​ fossiele brandstoffen (aardgas, olie, steenkool) zijn vormen van opgeslagen zonne-energie (van
miljoenen jaren geleden)
-​ kernenergie (radioactief materiaal (bijv. uranium of plutonium) op een gecontroleerde manier aangezet
tot radioactief verval waarbij energie vrijkomt

Duurzame energie = energie waar je heel lang gebruik van kunt maken zonder de energiebron uit te putten
(bv. rechtstreekse zonne-energie en windenergie)

Fossiele brandstoffen en kernenergie zijn niet duurzaam

Kernfusie = twee waterstofatomen gecombineerd tot een heliumatoom


Energievormen
Potentiële energie = energie die een voorwerp bezit op een bepaalde hoogte of als het onder spanning staat

Twee voorbeelden van potentiële energie zijn:
-​ Gravitationele energie, de energie die geleverd wordt door de zwaartekracht.



-​ Elastische energie, de energie die elastische voorwerpen bezitten.

Kernenergie ​ ​ ​ = E die vrijkomt bij de splijting van atoomkernen

Elektrische energie ​ ​ = E van bewegende geladen deeltjes

Chemische energie ​ ​ = E die vervat zit in chemische stoffen zoals suikers, batterijen en brandstoffen

Thermische energie​ ​ = E die vervat zit in warmte

Stralingsenergie ​ ​ = E die afkomstig is van een stralingsbron

Kinetische energie ​ ​ = E die in een bewegend voorwerp zit

, Energieomzettingen
Wet van behoud van energie: er kan geen energie verloren gaan en geen energie gemaakt worden

Energieomzettingen in dagelijks leven
-​ strijkijzer: elektrische energie → warmte energie
-​ mixer: elektrische energie → bewegingsenergie
-​ knijpkat zaklantaarn met LED's: bewegingsenergie → elektrische energie → lichtenergie


Organismen functioneren door energie en stoffen om te zetten en te
transporteren
Voeding is nodig om te kunnen werken, groeien, lichaamstemperatuur op peil te houden ...
-​ Energierijke voedingswaren: gebruik van energiedranken, energiebars ...
-​ Waarnemingen afgeleid uit etiketten (vgl van voedingswaren op gebied van energetische waarde).
-​ Tijdens het composteren van keukenafval komt warmte vrij.

Vanuit eenvoudige waarnemingen voeding als energiebron aantonen
In ons lichaam wordt de chemische energie opgeslagen in het voedsel omgezet. Alle levende
organismen bevatten energie, dit hebben ze nodig om te groeien, zich voort te bewegen en het
organisme in stand te houden. Energie zit opgeslagen in organische moleculen zoals suikers, vetten,
eiwitten die de energie vrijmaken als ze reageren met zuurstof tijdens de verbranding.

De calorie en andere eenheden van energie
De calorie is een verouderde eenheid voor energie. De calorie is officieel vervangen door de joule,
maar vooral in de voedingsindustrie is de calorie een nog veel gebruikte maat voor een hoeveelheid
warmte-energie.

1 calorie = hoeveelheid warmte die nodig is om één gram zuiver water één graad Celsius te verwarmen
1,00 calorie = 4,18 joule (1 kcal = 4,18 kJ)


Vermogen
Het vermogen P is de geleverde arbeid W gedeeld door de daartoe nodige tijdsduur ∆t.

P staat voor het Engelse “power” en is het symbool voor vermogen.
[P] = W = J / s (W: watt)
1 W = 1 J/s 1 W.s = 1 J

Información del documento

Estudio
Subido en
6 de julio de 2026
Número de páginas
8
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen
$9.21

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
16
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes