Inhoudsopgave
Week 1. Introductie........................................................................................1
Week 2. Benadering van beleid.......................................................................6
Week 3. Analyse en typering maatschappelijk probleem................................13
Week 4. Actorenanalyse...............................................................................17
Week 5. Ontwerpstrategie en beleidsinstrumenten........................................20
Week 6. organisatie van de beleidsuitvoering................................................30
WEEK 1. INTRODUCTIE
,BELEIDSMANAGEMENT – Literatuur
1. Politiek
Politiek
- Overheden worden voortdurend geconfronteerd met complexe maatschappelijke
vraagstukken die verschillende belangen en waarden raken
- Om deze problemen op te lossen, moet beleid worden ontwikkeld
- In Nederland gebeurt dat vaak binnen de poldercultuur: een traditie van overleg,
samenwerking en compromis, waarbij gezocht wordt naar oplossingen die op draagvlak
kunnen rekenen
- Dit proces vereist dat betrokken partijen, met respect voor hun taken,
verantwoordelijkheden en bevoegdheden, kunnen samenwerken in een gezamenlijke
beleidspraktijk
- Politiek draait in essentie om de vraag hoe een samenleving omgaat met haar problemen
en hoe keuzes worden gemaakt over wat als belangrijk wordt gezien. Daarbij botsen
waarden als vrijheid, solidariteit, veiligheid, efficiëntie en gelijkheid met elkaar
- Politiek is niet alleen het oplossen van praktische kwesties, maar ook het voortdurend
afwegen van fundamentele waarden
- David Easton: ‘politiek is de gezaghebbende toebedeling van waarden voor de
samenleving als geheel’
- Harold Lasswell: ‘politiek gaat over de vraag wie wat krijgt, wanneer en hoe?’ Politiek
draait om verdeling van schaarse middelen (geld, macht, kennis) en om de legitimiteit van
die verdeling
- Politieke besluitvorming verloopt volgens bepaalde spelregels binnen specifieke
instituties:
Representatieve democratie:
o Burgers kiezen vertegenwoordigers (Tweede Kamer)
o Die volgens vastgestelde regels besluiten nemen
o Deze besluiten komen democratisch tot stand, waardoor ze als
gezaghebbend worden beschouwd
Rechtsstaat:
o De overheid moet handelen binnen de wet en zonder willekeur
o Alle burgers worden gelijk behandeld en overheidsoptreden moet altijd
een wettelijke basis hebben
o Dit waarborgt dat macht niet willekeurig wordt gebruikt
Historisch gegroeide gewoonten (poldercultuur):
o Nederland kent een overlegcultuur waarin belangen zorgvuldig worden
afgewogen om draagvlak te creëren
o Ondanks kritiek op deze consensusgerichte aanpak is het nog steeds een
belangrijk kenmerk van het Nederlandse politieke systeem
Allocatiemechanismen (Lindblom, 1997)
- De verdeling van waarden in een samenleving gebeurt niet alleen via de overheid
- Charles Lindblom onderscheidde drie zogenoemde allocatiemechanismen:
1. Staat
De overheid bepaalt via wet- en regelgeving wie wat krijgt en met welk doel
Overheidsingrijpen kan worden gerechtvaardigd door verschillende motieven:
o Marktimperfecties
De overheid grijpt in bij monopolie- of kartelvorming om
machtsmisbruik te voorkomen
Bijv. vroegere staatscontrole over energievoorziening
o Productie van collectieve goederen en diensten
,BELEIDSMANAGEMENT – Literatuur
Sommige goederen kunnen niet goed via de markt worden
geleverd
Bijv. defensie, dijken of schone lucht
o Productie van bemoeigoederen
Goederen waarvan de overheid vindt dat ze voor iedereen
toegankelijk zouden moeten zijn
Bijv. onderwijs of de publieke omroep
o Tegengaan of voorkomen van de negatieve effecten van marktwerking
Bescherming van milieu of leefomgeving via vergunningen of
regels
o Realiseren van bepaalde gewenste externe effecten
Stimuleren van innovatie door middel van subsidies
Kan ertoe leiden tot bedrijven en consumenten eerder op zoek
gaan naar alternatieve energiebronnen (wind-, zonne- en
waterenergie)
2. De markt
Waar vraag en aanbod bepalen welke soort goederen worden aangeboden
Liberalisering en marktwerking hebben ertoe geleid dat steeds meer collectieve
goederen (sociale zekerheid) via de markt worden aangeboden
3. Gemeenschap
Historisch gezien waren dit de ‘zuilen’ (protestants, katholiek, liberaal en
socialistisch) die op basis van gedeelde overtuigingen zelf voorzieningen
organiseerden
Na de ontzuiling verdween dit grotendeels, maar tegenwoordig zien we een
herwaardering van gemeenschap en zelforganisatie
Binnen gemeenschappen spelen vertrouwen en sociaal kapitaal een belangrijke
rol
Burgers nemen steeds vaker zelf initiatief zorgcoörpreraties, buurtprojecten
Alternatief voor overheidsingrijpen
2. Beleid en sturing
Beleid
- Politiek leidt tot beleid: de concrete uitwerking van politieke keuzes
- Beleid kan worden gezien als de ‘stolling van waarden’ het resultaat van politieke
afwegingen die vertaald worden in plannen en maatregelen
- Beleid geeft aan:
Welke keuzes waarom zijn gemaakt
Hoe deze (afweging van) waarden worden gerealiseerd en voor welke groepen
van burgers in de samenleving bepaalde afwegingen gelden
Welke soort maatregelen moet worden genomen om een doel te bereiken
Welke soort instrumenten worden ingezet
- Hoogerwerf (1987) definieert de klassieke kijk op beleid: ‘het realiseren van bepaalde
doelstellingen met behulp van bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde’
- Bovens e.a. (1996) voegen daaraan toe dat beleid bestaat uit voornemens, keuzes en
acties van bestuurlijke instanties gericht op het beïnvloeden van maatschappelijke
ontwikkelingen
, BELEIDSMANAGEMENT – Literatuur
Sturing
- Sturing: ‘(doel)gerichte beïnvloeding van de samenleving in een bepaalde context’ (In ‘t
Veld, 1989)
- Beleidsinstrumenten, zoals subsidies of regels, worden ingezet om maatschappelijke
ontwikkelingen te sturen in lijn met politieke doelstelling
- Belangrijk om te onthouden is dat beleid nooit waardevrij is: achter elk beleidsprogramma
zitten overtuigingen over hoe de overheid mag en moet sturen
3. Wat is beleidsmanagement?
Beleidsmanagement
- Beleidsmanagement houdt zich bezig met het analyseren en verbeteren van het
beleidsproces
- Gaat om leren kijken naar een politiek probleem, analyseren of de gekozen oplossingen
passend zijn en nagaan hoe beleid beter kan worden vormgegeven
- Beleidsmanagement richt zich vaak op controversiële issues:
Ze gaan over kwesties met maatschappelijke betekenis
Er zijn meerdere partijen met uiteenlopende belangen betrokken
Partijen zijn tot samenwerking veroordeeld
Er zijn geen makkelijke/eenvoudige oplossingen
De beleidscyclus
- Het maken van beleid verloopt in een aantal opeenvolgende
fasen, samen de beleidscyclus benoemd:
Agendavorming: vertaling van een maatschappelijk
probleem in een politiek probleem
Beleidsontwikkeling: opstellen en uitwerken van
allerlei plannen die gericht zijn op het oplossen van
die problemen
Beleidsbepaling: hierover vindt vervolgens
besluitvorming plaats
Beleidsuitvoering: deze plannen worden
uitgevoerd
Beleidsevaluatie: men bekijkt of het beleid effectief
was, wat leidt tot aanpassing of nieuw beleid
- Beleidscyclus is een voortdurend leerproces: beleid wordt
steeds opnieuw bijgesteld op basis van ervaring en evaluatie
Soorten beleid
- Complexiteit van veel beleidsprocessen kan inzichtelijk worden gemaakt door
onderscheid te maken in verschillende soorten beleid (Snellen, 1975):
Institutioneel beleid
o Richt zich op de formele inrichting van stelsels, organisaties en
bevoegdheden
o Bijv. herziening zorgstelsel
Strategisch beleid
o Gericht op het voortbestaan van een organisatie in relatie tot haar
omgeving
o Het gaat om vragen als “wat doen we en waarom?”