Klinische Neuropsychologie: een expertise veld binnen de klinische psychologie,
toegewijd aan het begrijpen van relaties tussen de hersenen en het gedrag, specifiek
hoe deze relaties toegepast kunnen worden bij diagnostiek van hersenaandoeningen,
assessment van cognitieve en gedragsmatig functioneren, en het ontwerpen van
effectieve behandeling.
Klinisch neuropsycholoog: een professionele psycholoog die principes van
assessment en interventie toepast op basis van wetenschappelijk onderzoek van
menselijk gedrag, gerelateerd aan normaal en abnormaal functioneren van het
zenuwstelsel
Klinische Neuropsychologen moeten volgende zaken goed begrijpen:
- functionele neuroanatomie
- neurologische stoornissen
- Psychopathologie
- theoretische achtergrond en psychometrische eigenschappen van tests die
gebruikt worden
Neuropsychologisch assessment: Een andere methode om de hersenen te
onderzoeken door het gedragsproduct ervan te bestuderen.
De gedragseffecten van hersenbeschadiging variëren met:
- Aard, omvang, locatie en duur van de laesie (s) en / of storing van de neurale
netwerken
- Leeftijd, geslacht, lichamelijke conditie, psychosociale en status van de patiënt
- Met individuele neuroanatomische en fysiologische verschillen
Doelen meten neuropsychologische functies:
1. Differentiaaldiagnostiek
2. Planning, onderbouwing en verzekering van behandelingen
3. Opvolging van revalidatie
4. Juridische opvolging/metingen
5. Niet zomaar dataverzameling (cognitieve, emotionele, functionele data) Maar
begrijpen van gedrag van de cliënt in de context waarin deze zich bevindt, en
sterktes en zwaktes onderscheiden
Neuropsychologische domeinen: DSM-V:
,Herhaling hersenanatomie:
1. 4 supratentoriale lobben:
- Frontaal
- Temporaal
- Pariëtaal
- Occipitaal
2. 2 infratentoriale structuren:
- Hersenstam
- Cerebellum
3. Sulci en gyri
4. Structuur
- Primaire functie
- Voor ieder domein:
o Primaire regio
o Associatie-cortices
- Secundaire
- Tertiaire
, 5. Functie relaties
LOC: lateral occipital complex:
voor objectherkenning.
FFA: fusiforme face area:
gezichtsherkenning.
- Een regio werkt NIET alleen
- Het is deel van een netwerk
o Functionele netwerken
o Structurele netwerken
- Interactie en plasticiteit
Neuropsychologische assessment: procedure
1. Neurologisch onderzoek + cognitieve screening (“mental status”)
2. Doorverwijzing
3. Klinisch interview – casus geschiedenis
4. Premorbide functioneren
- Medische records/notities
- Informant/collaterale interviews
- Lees tests / IQ assessments / “Beste performantie” selectie
5. Neuropsychologisch onderzoek (uitgebreide testbatterij)
- Selectie van batterij/subtaken
- Testafname
- Scoring + normatieve vergelijkingen
- Rapportage
6. Feedback
Neurologisch onderzoek:
1. Motorische + sensorische functies, reflexen : 12 paar craniale zenuwen
Op Ons Oude Tuin Terras At Frans Verse Groente Van Albert Heijn
, Arts focust meer op perifeer zenuwstelsel, de neuropsycholoog meer op het
centraal zenuwstelsel.
Laboratorium/beeldvorming tests:
1. Neuroimaging
- CT
- EEG, ERP
- Structurele MRI, angiografie, functionele MRI
- PET (amyloid, tau), SPECT
2. Bloed (proteïnen)
3. CSF
Klinisch interview:
1. Demografische informatie (educatie, job, sociale/leef-situatie)
2. Patiënt geschiedenis, levensgebeurtenissen
3. Persoonlijkheid
4. Relaties
5. Hobbies
6. Risicofactoren
- Levensstijl (slaapkwaliteit, stress, emotioneel functioneren, drugs/alcohol)
- Fysiek functioneren & medische conditie/ziekte
- Psychiatrische symptomen/diagnoses
- Gebruik van medicatie
7. Activiteiten in Dagelijks Leven (ADLs)
8. Psychologische of cognitieve symptomen
9. Hoe was het functioneren voor het ‘accident’ (Premorbide functioneren)
Aanpak klinisch interview:
1. Belang van de client-psycholoog empathie
2. Start met open vragen, progressief meer specifiekere vragen
3. Partner/familielid (proxy) – in hetzelfde interview of apart?
4. De kunst van observatie –kwalitatief functioneren… Holistische observatie is
even belangrijk als testmaterialen! Wees aandachtig voor alle aspecten!
Neurocognitieve screening (“Mental status”): Kan gebruikt worden voor 1e inschatting,
1. Mini Mental State Examination (MMSE) <10m maar geeft NIET het volledige beeld van
- bij alzheimer, taal en geheugen. functioneren weer!
2. Montreal Cognitive Assessment (MoCA) <15m
- bij beroerte.
- Screening: (MOCA), geen normaal curve bij gezonde populatie, maar dat er een
plafondeffect is, alleen maar goede prestaties.
3. Addenbrooke’s Cognitive Examination (ACE-III) <20m
4. Clock drawing test (CDT) <5m
5. Mini-Cog <5m
6. de Brief Cognitive Status Exam (BCSE)
7. de General Practitioner Assessment of Cognition (GPCOG)
8. de Saint Louis University Mental Status (SLUMS) Exam