Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 11 páginas
Resumen

Samenvatting Chronische aandoeningen| Atrium Fibrileren| Voorbereidende vragen| Leerdoelen| MA101

Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 11 páginas

Deel 1 werkt de leerdoelen thematisch uit: definitie/symptomen/oorzaken, het NHG-beleid (frequentie- vs. ritmecontrole en antistolling op CHA₂DS₂-VASc met DOAC-voorkeur), de complicaties (kamerfrequentie, tromboserisico), de geneesmiddelen (Vaughan-Williams-klassen I–IV in een tabel + de antistollingsmiddelen), de basale elektrofysiologie en de pathogenese. Deel 2 beantwoordt alle vragen a–t, inclusief de uitgebreide elektrofysiologie: ionconcentraties en het Nernst-evenwicht, de AP-fasen in ionstromen, pacemakercellen/automaticiteit, het ECG bij sinusritme vs. AF, en de pathogenese met re-entry plus de nu uitgebreide uitwerking van EAD's en DAD's. De casus van dhr. Van Zijl is er doorheen verwerkt (o.a. de bewuste flecaïnide-metoprolol-combinatie en de DOAC-keuze).

Vista previa del contenido

Casusbespreking Atriumfibrilleren – Uitgebreide
samenvatting
FA-MA101 Chronische aandoeningen · zelfstudie

Casus: dhr. Van Zijl, 64 jaar. Bekend met een hartritmestoornis (atriumfibrilleren) en met DM2
sinds zijn 50e (inmiddels insuline-afhankelijk). Zijn ritmestoornis was lang goed gecontroleerd,
maar kreeg recent een extra tablet. Medicatie: amlodipine, atorvastatine, candesartan/HCT,
flecaïnide retard 200 mg 1 dd + flecaïnide 50 mg z.n. bij palpitaties, insuline glargine +
aspart (basaal-bolus), metformine, metoprolol retard 100 mg, rivaroxaban 20 mg. Lab: Na⁺
139, K⁺ 3,9 mmol/l, eGFR > 90.

Bronnen die hieronder leidend zijn: NHG-Standaard Atriumfibrilleren (herzien 2024), Brundel et
al. (Nat Rev Dis Primers 2022) en Nattel & Dobrev (Nat Rev Cardiol 2016) voor de
pathogenese, en Mega & Simon (Lancet 2015) en Bortman et al. (J Clin Pharmacol 2023) voor
de antistolling.




Deel 1 — Uitwerking van de algemene leerdoelen

1. Prevalentie, symptomen en definitie
Atriumfibrilleren (AF) is een supraventriculaire tachyaritmie met chaotische,
ongecoördineerde elektrische activiteit van de atria, waardoor de atria niet meer effectief
samentrekken en de ventrikelvolgfrequentie onregelmatig (irregularly irregular) en vaak
versneld is. De diagnose wordt gesteld op een ECG (12-kanaals of een 1-kanaals-ecg van
≥ 30 s). Symptomen: zie vraag a. Oorzaken/risicofactoren: leeftijd, hypertensie,
hartfalen, kleplijden, coronairlijden, diabetes mellitus, obesitas, OSAS, hyperthyreoïdie,
alcohol. AF is vaak een uiting van onderliggende (cardiovasculaire) problematiek, geen
geïsoleerde aandoening.


2. Beleid (NHG-Standaard Atriumfibrilleren 2024)
Het beleid kent twee onafhankelijke pijlers: (a) tromboseprofylaxe (op geleide van CHA₂DS₂-
VASc) en (b) symptoom-/frequentie-/ritmebehandeling.

- Frequentiecontrole (rate control): eerste keus bètablokker (metoprolol, bisoprolol);
digoxine als aanvulling of bij intolerantie. Streef naar een rustfrequentie < 110/min
(lenient, conform RACE II). De huisarts kan dit zelf starten.
- Ritmecontrole (rhythm control): herstel/behoud van sinusritme via de cardioloog —
(elektrische/medicamenteuze) cardioversie, antiaritmica (klasse I of III) en/of
katheterablatie.

, - Antistolling: bereken bij élke nieuwe AF-diagnose de CHA₂DS₂-VASc-score; start een
DOAC bij score ≥ 2 (man) of ≥ 3 (vrouw) en bespreek het ook bij score 1 (man)/2
(vrouw). Nieuw in 2024: een DOAC heeft de voorkeur boven een VKA; een VKA alleen
nog bij mechanische klepprothese of matige mitralisklepstenose. De harde leeftijdsgrens
voor verwijzing is vervallen.


3. Complicaties
- Verhoogde kamerfrequentie: vast te stellen via polspalpatie en ECG; bij ≥
110/min en/of inspanningsklachten is er een indicatie voor
frequentiecontrole. Langdurige tachycardie kan een tachycardiomyopathie
(hartfalen) veroorzaken.
- Verhoogd tromboserisico (herseninfarct): door stase in het niet-contraherende
(linker) atrium/hartoor ontstaan trombi die emboliseren. Het risico wordt bepaald met de
CHA₂DS₂-VASc-score (zie vraag onder beleid). Ongeveer 1 op de 5 herseninfarcten
wordt door AF veroorzaakt.


4. Geneesmiddelen — Vaughan-Williams-klassen en antistolling




Klasse Voorbeelden Aangrijpingspunt Effect

Ia / Ic disopyramide / Na⁺-kanaalblokkade ↓ snelheid
flecaïnide, (fase 0) depolarisatie/gelei

Información del documento

Estudio
Subido en
24 de junio de 2026
Número de páginas
11
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$4.19

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
7
Última venta
-




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes