Vrijheidsbenemende straffen
- Hechtenis → Artikel 18 Sr
Gevangenisstraf → Artikel 10 Sr
- Begrippen
- Sanctiestelsel → Geheel aan strafrechtelijke sancties, diens wettelijke regeling
en hun verhouding
- Sanctie- of penitentiair recht → Rechtsgebied dat de toepassing en de TUL van
strafrechtelijke sancties regelt
- Detentierecht → Gedeelte van het sanctierecht dat de TUL van
vrijheidsbenemende sancties betreft
- Penologie → (multidisciplinaire) leer van het straffen, studie van grondslagen,
doelen en effecten van reacties op crimineel gedrag
- Externe rechtspositie → Regels voor het kader van vrijheidsbeneming
- De voorwaarden voor de oplegging sancties
- De duur/het kader van tenuitvoerlegging
- Interne rechtspositie → Regels die gelden als de vrijheid van je benomen is
- De rechtspositie van de veroordeelde tijdens de TUL
- Tegenwoordig ook titulair en regimair
- Titulair → Juridisch kader (grondslag) op basis waarvan de
tenuitvoerlegging van de sanctie moet worden ondergaan
- Regimair → Het hele stelsel van regels als je ergens op een bepaalde
afdeling verblijft in een gevangenis (tijdens de uitvoering van de sanctie),
maar ook bijvoorbeeld het regime als je een taakstraf aan het uitvoeren
bent
- BONUSVRAAG → Juridische status vs. Sanctionele status
- Juridische status → De juridische status omvat de formele,
wettelijke basis van de sanctie zoals opgelegd door de
rechter of bevoegde instantie.(Titel, duur, rechtsgrond,
voorwaarden en aard)
- Sanctionele status → De sanctionele status beschrijft de
feitelijke uitvoering van de sanctie, inclusief het regime, de
regels en de rechten/plichten die gelden tijdens de
tenuitvoerlegging. (Uitvoeringsregie, dagelijkse regels,
rechten en faciliteiten, plichten, beperkingen)
- Redenen waarom → Het is breed toepasbaar (ook voor
vrijheidsbeperkende sancties), het is duidelijk en Intuïtief
en het is flexibel: kan ook toepasbaar zijn op toekomstige
sanctiemodaliteiten. Tevens sluit het aan bij de moderne
rechtspraktijk (Het onderscheid tussen titel en regime blijft
behouden)
- Wat is straf?
- Opzettelijk leed toevoeging
- Objectief kwaad dat normaliter als leed zal worden ervaren
1
, - Bewust toegebracht
- Ter vergelding van schuld aan een gepleegd strafbaar feit
- Beoogd effect → Verschillend per delict/persoon/rechter etc
- Straftheorieën
- Retributivistische benadering → Absolute theorie (ook uitspreken van afkeur)
- Doel → Vergelden door terug te kijken (straffen, omdat)
- Rechtvaardiging → Herstel van de verstoorde balans/de deuk in de
rechtsorde
- Begrenzing → De ernst van het delict en de mate van schuld
(proportionaliteit
- Negatief retributivisme → Straf mag (opportuniteitsbeginsel)
- Positief retributivisme → Straf moet (legaliteitsbeginsel)
- Utilitaristische benadering → Relatieve theorie
- Doel → Voorkomen door vooruit te kijken (straffen, opdat)
- Rechtvaardiging → Nut van de straf in de toekomst (resocialisatie en
afschrikking)
- Generale preventie → Afschrikking van anderen, voorkomen van
eigenrichting en versterking van de normen
- Speciale preventie → Resocialisatie, re-integratie en
gedragsbeïnvloeding ter voorkoming van recidive
- Herstelbenadering → Strafbaar feit zien als conflict en kijken hoe we dat kunnen
oplossen (twee visies: als doel van straf of ipv straf)
- Doel → Schade aan de maatschappij herstellen (partijen bij elkaar
brengen)
- Conflictoplossing en het vergoeden van schade (van het slachtoffer)
staan centraal
- Schadevergoeding is niet vergeldend, je brengt het namelijk terug naar de
oorspronkelijke staat → schadevergoeding is genoegdoening
- Verenigingsbenadering → Geldend in Nederland
- Combineert elementen van utilitaristische en retributivistische benadering
- Onder- en bovengrens wordt bepaald door de schuld van de dader
(retributivisme)
- Of straf moet worden toegepast en hoe die er in concreto komt uit te zien,
wordt bepaald door utiliteitsprincipe
- Ontwikkelingen
- Voorfase 1813-1886
- Van het crimineel wetboek voor Koninkrijk Holland (1809), naar de code
pénal (1813) en de eenzame opsluiting (1815) tot de invoering van het
eigen wetboek van strafrecht (1886)
- 1886: wetboek van strafrecht
- 3 hoofdstraffen (alternatieven) → Gevangenisstraf, hechtenis en
geldboete
- 4 bijkomende straffen → Ontzetting van rechten, verbeurdverklaring,
openbaarmaking van de uitspraak en plaatsing in een rijksinrichting
2
, - 1 maatregel → Opsluiting in een krankzinnigengesticht (artikel 37 Sr oud),
sinds kort artikel 2.3 Wfz
- Hierna → Moderne richting
- Alternatieven voor gevangenisstraf
- Straf dient niet alleen voor vergelding maar ook ter resocialisatie
- 1915 → Uitbreiding VI en invoering VV
- 1928/1929 → Maatregelen ter beveiliging (TBR (nu TBS) en bewaring
gewoontemisdadigers (nooit iwt))
- Op hoofdlijnen
- Klassieke richting 1886 → Een delict is begaan, daar hoort een straf bij en die zit
de veroordeelde uit
- Moderne richting rond 1900 → Aandacht voor oorzaak en behandeling werd
belangrijker in plaats van straffen.
- Autoritaire periode jaren ’20 en ’30 → Vrij veel gedragingen werden strafbaar
gesteld
- Depenalisering vanaf jaren ’60 (taakstraf) → Minder streng regime, omdat werd
gedacht aan straffen voornamelijk schadelijke effecten had
- Veiligheidsdenken vanaf jaren ’80 (herstelrechtelijke trekken) → Nederland werd
opnieuw strenger. Er was een toename van maatregelen. Deze stroming vertoont
namelijk gelijkenissen met de moderne richting (gericht op beveiliging)
- Straf vs maatregel
- Straf → Beoogde leedtoevoeging
- Ethische kleur (afkeuring)
- Daad centraal
- Rechter niet afhankelijk van deskundigen
- Maatregel → niet beoogde leedtoevoeging
- Pragmatisch gericht op preventie
- Dader centraal
- Rechter wel afhankelijk van deskundigen
- LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting → rechter niet aan gebonden
- De wet schrijft sancties voor, geen strafdoelen → Welk doel prevaleert hangt af
van de rechter
- De bandbreedte van de rechter → straf
- Hoofdstraffen
- Gevangenisstraf (jo. art. 10 Sr)
- Hechtenis
- Taakstraf
- Geldboete
- Bijkomende straffen → Elk afzonderlijk oplegbaar
- Ontzetting
- Verbeurdverklaring
- Openbaarmaking
- In bijzondere wetten:
- Rijontzegging (WVW)
3
, - Stillegging bedrijf (WED)
- Artikel 9 en 10 Sr
- Duur → per delict, algemeen artikel 10/18 Sr
- Tijdelijk of levenslang
- Algemene strafverhoging: samenloop, terroristisch, herhaling (43a
Sr), schending ambtsplicht (44 Sr)
- Algemene strafvermindering: afspraak met OM (44a Sr)
- Bijzondere strafverhogings-/verlagingsgronden -/- aftrek voorarrest
(27 Sr)
- Combinatiemogelijkheden
- Straffen onderling → art. 9 lid 2, 3, 4
- Straffen met maatregelen → Zie per regeling
- Voorwaardelijke modaliteit, met bijzondere voorwaarden → zie voor de
straffen art. 14a en voor de maatregelen per regeling
- Zo is gelijktijdige oplegging mogelijk van: gevangenisstraf,
vrijheidsbeperkende maatregel, tbs, (voorwaardelijke) geldboete en
schadevergoedingsmaatregel
- Geen mogelijke combinaties
- ISD met een straf
- ISD met TBS is toegestaan, maar niet logisch
- Een taakstraf mag in combinatie met een gevangenis →
onvoorwaardelijke deel mag niet langer zijn dan 6
maanden
- Plaatsing in een pscychiatrisch ziekenhuis (inclusief
zorgmachtiging) kan niet samen met TBS
- Vrijheid rechter
- De wet schrijft alleen de soorten sancties voor, geen strafdoelen.
- De straf mag dus zowel berusten op verbetering als op vergelding, op
herstel (afroomboete) op schadeloosstelling slachtoffer en resocialisatie
- Stelsel van wettelijke maxima, (nog) niet van verplichte minima (behalve: 1 dag,
1 uur en € 3,=, en hierna te bespreken gevallen)
- Bijna volledige keuzevrijheid hoofdstraffen
- Daarnaast nog het ‘rechterlijk pardon’ → Artikel 9a Sr
- Begrensd door → de motiveringsplicht bij straftoemeting (art. 359 Sv),
specifieke bepalingen zoals art. 22b Sr (taakstrafbeperking, mogelijkheid
te ontwijken door 1 dag gevangenisstraf) en art. 63 Sr (samenloop; van
toepassing wanneer het bewezenverklaarde feit is gepleegd vóór de
oplegging van de laatste straf, vgl. HR 19 februari 2013) en de
grondrechten, die altijd als ondergrens en toetsingskader fungeren
- Ontzetting van bepaalde rechten → artikel 9 lid 1 sub b Sr
- Algehele ontzetting mag niet, slechts toegestaan bij een aantal genoemde
rechter (artikel 28 Sr) en het vereist een specifieke grondslag. Rechter
moet per geval beoordelen of het nodig is
4
- Hechtenis → Artikel 18 Sr
Gevangenisstraf → Artikel 10 Sr
- Begrippen
- Sanctiestelsel → Geheel aan strafrechtelijke sancties, diens wettelijke regeling
en hun verhouding
- Sanctie- of penitentiair recht → Rechtsgebied dat de toepassing en de TUL van
strafrechtelijke sancties regelt
- Detentierecht → Gedeelte van het sanctierecht dat de TUL van
vrijheidsbenemende sancties betreft
- Penologie → (multidisciplinaire) leer van het straffen, studie van grondslagen,
doelen en effecten van reacties op crimineel gedrag
- Externe rechtspositie → Regels voor het kader van vrijheidsbeneming
- De voorwaarden voor de oplegging sancties
- De duur/het kader van tenuitvoerlegging
- Interne rechtspositie → Regels die gelden als de vrijheid van je benomen is
- De rechtspositie van de veroordeelde tijdens de TUL
- Tegenwoordig ook titulair en regimair
- Titulair → Juridisch kader (grondslag) op basis waarvan de
tenuitvoerlegging van de sanctie moet worden ondergaan
- Regimair → Het hele stelsel van regels als je ergens op een bepaalde
afdeling verblijft in een gevangenis (tijdens de uitvoering van de sanctie),
maar ook bijvoorbeeld het regime als je een taakstraf aan het uitvoeren
bent
- BONUSVRAAG → Juridische status vs. Sanctionele status
- Juridische status → De juridische status omvat de formele,
wettelijke basis van de sanctie zoals opgelegd door de
rechter of bevoegde instantie.(Titel, duur, rechtsgrond,
voorwaarden en aard)
- Sanctionele status → De sanctionele status beschrijft de
feitelijke uitvoering van de sanctie, inclusief het regime, de
regels en de rechten/plichten die gelden tijdens de
tenuitvoerlegging. (Uitvoeringsregie, dagelijkse regels,
rechten en faciliteiten, plichten, beperkingen)
- Redenen waarom → Het is breed toepasbaar (ook voor
vrijheidsbeperkende sancties), het is duidelijk en Intuïtief
en het is flexibel: kan ook toepasbaar zijn op toekomstige
sanctiemodaliteiten. Tevens sluit het aan bij de moderne
rechtspraktijk (Het onderscheid tussen titel en regime blijft
behouden)
- Wat is straf?
- Opzettelijk leed toevoeging
- Objectief kwaad dat normaliter als leed zal worden ervaren
1
, - Bewust toegebracht
- Ter vergelding van schuld aan een gepleegd strafbaar feit
- Beoogd effect → Verschillend per delict/persoon/rechter etc
- Straftheorieën
- Retributivistische benadering → Absolute theorie (ook uitspreken van afkeur)
- Doel → Vergelden door terug te kijken (straffen, omdat)
- Rechtvaardiging → Herstel van de verstoorde balans/de deuk in de
rechtsorde
- Begrenzing → De ernst van het delict en de mate van schuld
(proportionaliteit
- Negatief retributivisme → Straf mag (opportuniteitsbeginsel)
- Positief retributivisme → Straf moet (legaliteitsbeginsel)
- Utilitaristische benadering → Relatieve theorie
- Doel → Voorkomen door vooruit te kijken (straffen, opdat)
- Rechtvaardiging → Nut van de straf in de toekomst (resocialisatie en
afschrikking)
- Generale preventie → Afschrikking van anderen, voorkomen van
eigenrichting en versterking van de normen
- Speciale preventie → Resocialisatie, re-integratie en
gedragsbeïnvloeding ter voorkoming van recidive
- Herstelbenadering → Strafbaar feit zien als conflict en kijken hoe we dat kunnen
oplossen (twee visies: als doel van straf of ipv straf)
- Doel → Schade aan de maatschappij herstellen (partijen bij elkaar
brengen)
- Conflictoplossing en het vergoeden van schade (van het slachtoffer)
staan centraal
- Schadevergoeding is niet vergeldend, je brengt het namelijk terug naar de
oorspronkelijke staat → schadevergoeding is genoegdoening
- Verenigingsbenadering → Geldend in Nederland
- Combineert elementen van utilitaristische en retributivistische benadering
- Onder- en bovengrens wordt bepaald door de schuld van de dader
(retributivisme)
- Of straf moet worden toegepast en hoe die er in concreto komt uit te zien,
wordt bepaald door utiliteitsprincipe
- Ontwikkelingen
- Voorfase 1813-1886
- Van het crimineel wetboek voor Koninkrijk Holland (1809), naar de code
pénal (1813) en de eenzame opsluiting (1815) tot de invoering van het
eigen wetboek van strafrecht (1886)
- 1886: wetboek van strafrecht
- 3 hoofdstraffen (alternatieven) → Gevangenisstraf, hechtenis en
geldboete
- 4 bijkomende straffen → Ontzetting van rechten, verbeurdverklaring,
openbaarmaking van de uitspraak en plaatsing in een rijksinrichting
2
, - 1 maatregel → Opsluiting in een krankzinnigengesticht (artikel 37 Sr oud),
sinds kort artikel 2.3 Wfz
- Hierna → Moderne richting
- Alternatieven voor gevangenisstraf
- Straf dient niet alleen voor vergelding maar ook ter resocialisatie
- 1915 → Uitbreiding VI en invoering VV
- 1928/1929 → Maatregelen ter beveiliging (TBR (nu TBS) en bewaring
gewoontemisdadigers (nooit iwt))
- Op hoofdlijnen
- Klassieke richting 1886 → Een delict is begaan, daar hoort een straf bij en die zit
de veroordeelde uit
- Moderne richting rond 1900 → Aandacht voor oorzaak en behandeling werd
belangrijker in plaats van straffen.
- Autoritaire periode jaren ’20 en ’30 → Vrij veel gedragingen werden strafbaar
gesteld
- Depenalisering vanaf jaren ’60 (taakstraf) → Minder streng regime, omdat werd
gedacht aan straffen voornamelijk schadelijke effecten had
- Veiligheidsdenken vanaf jaren ’80 (herstelrechtelijke trekken) → Nederland werd
opnieuw strenger. Er was een toename van maatregelen. Deze stroming vertoont
namelijk gelijkenissen met de moderne richting (gericht op beveiliging)
- Straf vs maatregel
- Straf → Beoogde leedtoevoeging
- Ethische kleur (afkeuring)
- Daad centraal
- Rechter niet afhankelijk van deskundigen
- Maatregel → niet beoogde leedtoevoeging
- Pragmatisch gericht op preventie
- Dader centraal
- Rechter wel afhankelijk van deskundigen
- LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting → rechter niet aan gebonden
- De wet schrijft sancties voor, geen strafdoelen → Welk doel prevaleert hangt af
van de rechter
- De bandbreedte van de rechter → straf
- Hoofdstraffen
- Gevangenisstraf (jo. art. 10 Sr)
- Hechtenis
- Taakstraf
- Geldboete
- Bijkomende straffen → Elk afzonderlijk oplegbaar
- Ontzetting
- Verbeurdverklaring
- Openbaarmaking
- In bijzondere wetten:
- Rijontzegging (WVW)
3
, - Stillegging bedrijf (WED)
- Artikel 9 en 10 Sr
- Duur → per delict, algemeen artikel 10/18 Sr
- Tijdelijk of levenslang
- Algemene strafverhoging: samenloop, terroristisch, herhaling (43a
Sr), schending ambtsplicht (44 Sr)
- Algemene strafvermindering: afspraak met OM (44a Sr)
- Bijzondere strafverhogings-/verlagingsgronden -/- aftrek voorarrest
(27 Sr)
- Combinatiemogelijkheden
- Straffen onderling → art. 9 lid 2, 3, 4
- Straffen met maatregelen → Zie per regeling
- Voorwaardelijke modaliteit, met bijzondere voorwaarden → zie voor de
straffen art. 14a en voor de maatregelen per regeling
- Zo is gelijktijdige oplegging mogelijk van: gevangenisstraf,
vrijheidsbeperkende maatregel, tbs, (voorwaardelijke) geldboete en
schadevergoedingsmaatregel
- Geen mogelijke combinaties
- ISD met een straf
- ISD met TBS is toegestaan, maar niet logisch
- Een taakstraf mag in combinatie met een gevangenis →
onvoorwaardelijke deel mag niet langer zijn dan 6
maanden
- Plaatsing in een pscychiatrisch ziekenhuis (inclusief
zorgmachtiging) kan niet samen met TBS
- Vrijheid rechter
- De wet schrijft alleen de soorten sancties voor, geen strafdoelen.
- De straf mag dus zowel berusten op verbetering als op vergelding, op
herstel (afroomboete) op schadeloosstelling slachtoffer en resocialisatie
- Stelsel van wettelijke maxima, (nog) niet van verplichte minima (behalve: 1 dag,
1 uur en € 3,=, en hierna te bespreken gevallen)
- Bijna volledige keuzevrijheid hoofdstraffen
- Daarnaast nog het ‘rechterlijk pardon’ → Artikel 9a Sr
- Begrensd door → de motiveringsplicht bij straftoemeting (art. 359 Sv),
specifieke bepalingen zoals art. 22b Sr (taakstrafbeperking, mogelijkheid
te ontwijken door 1 dag gevangenisstraf) en art. 63 Sr (samenloop; van
toepassing wanneer het bewezenverklaarde feit is gepleegd vóór de
oplegging van de laatste straf, vgl. HR 19 februari 2013) en de
grondrechten, die altijd als ondergrens en toetsingskader fungeren
- Ontzetting van bepaalde rechten → artikel 9 lid 1 sub b Sr
- Algehele ontzetting mag niet, slechts toegestaan bij een aantal genoemde
rechter (artikel 28 Sr) en het vereist een specifieke grondslag. Rechter
moet per geval beoordelen of het nodig is
4