economisch recht
Hoofdstuk 1: De bronnen van het economisch recht
In het economisch recht gelden de klassieke rechtsbronnen:
de wetgeving
de rechtspraak
de gewoonte
de rechtsleer
Deze vier bronnen vormen samen het juridisch kader waarbinnen het economisch recht wordt
vastgesteld, toegepast en geïnterpreteerd.
1 Wetgeving
Wetgeving is de centrale rechtsbron binnen het economisch recht. Zij bestaat uit
internationale en nationale normen.
1.1 Het internationale recht
Het internationale recht is niet weg te denken uit het economisch recht.
Het omvat:
het traditionele internationale recht (bi- en multilaterale verdragen)
het rechtskader van de Europese Unie
Hoewel beide belangrijk zijn, wordt het economisch recht in belangrijke mate bepaald door
het Europese rechtskader.
1.2 Het traditionele internationale recht
Dit betreft bi- of multilaterale verdragen tussen soevereine staten.
Totstandkoming
Een verdrag komt tot stand door:
1. onderhandeling tussen staten
2. goedkeuring (ratificatie) door de nationale parlementen
Een verdrag wordt pas bindend wanneer het nationale parlement het goedkeurt.
,1.3 De Europese Unie
De Europese Unie is een supranationale politieke instelling.
Dit betekent dat zij beschikt over:
eigen politieke organen
eigen procedures
de bevoegdheid om wetgeving uit te vaardigen
Sinds 1 december 2009 functioneert de EU op basis van het Verdrag van Lissabon.
Instellingen van de Europese Unie
De Europese Unie heeft vijf instellingen:
1. Europees Parlement
2. Raad van de Europese Unie
3. Europese Commissie
4. Hof van Justitie van de Europese Unie
5. Europese Rekenkamer
Het Europees Parlement en de Raad zijn de wetgevende organen van de EU.
Zij werken voor de meeste aangelegenheden op voet van gelijkheid.
Alleen de Europese Commissie kan het initiatief nemen om wetgeving voor te stellen.
Vormen van Europese wetgeving
Naast de verdragen bestaan er drie vormen van Europese wetgeving:
Richtlijnen
Binden de lidstaten wat betreft het te bereiken resultaat.
Moeten worden omgezet in nationale wetgeving.
Kunnen zeer strikt zijn (harmonisatierichtlijnen).
Verordeningen
Bevatten een algemene en volledige reglementering.
Zijn rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten.
Vereisen geen nationale omzetting.
Besluiten
Hebben een bijzonder karakter.
Zijn alleen van toepassing op de uitdrukkelijk aangeduide bestemmeling (staten,
ondernemingen of personen).
Zijn voor de studie van het economisch recht minder belangrijk.
, Rol van het Hof van Justitie van de Europese Unie
Het Hof van Justitie van de Europese Unie:
ziet toe op de naleving van de verdragen
controleert of lidstaten en instellingen de Europese wetgeving respecteren
1.4 Nationale wetgeving
Op nationaal vlak bestaan verschillende normatieve instrumenten:
Wetten
Worden uitgevaardigd door de wetgevende macht.
Koninklijke Besluiten
Worden genomen door de Koning (in de praktijk de ministers).
Dienen voor de uitvoering van wetten.
Ministeriële Besluiten
Worden genomen door individuele ministers.
Worden vaak gebruikt voor dringende maatregelen.
Voorbeelden:
Ministeriële besluiten inzake coronamaatregelen (BS 18 maart 2020; BS 12 februari
2021).
Koninklijk Besluit tot afkondiging van de epidemische noodsituatie (BS 28 oktober
2021).
Wet tot opheffing van de epidemische noodsituatie (BS 11 maart 2022).
2.Rechtspraak
Het geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden.
Kenmerken:
Juridisch niet bindend.
Toch belangrijke rechtsbron.
Vormt precedenten waarop rechters zich kunnen baseren.
Binnen het economisch recht zijn vooral van belang:
de ondernemingsrechtbank
de hoven van beroep & het Hof van Cassatie