Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 66 páginas
Resumen

Samenvatting Pedagogiek | Orthopedagogische begeleiding | KHL | 2025/26

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 66 páginas

Samenvatting van het vak Pedagogiek voor de graduaat Orthopedagogische begeleiding aan Katholieke Hogeschool Limburg, gegeven door Evelien Schoenmakers. De samenvatting behandelt de hoofdstukken: inleiding, Opvoeden is in relatie staan, Opvoeden gebeurt in een asymmetrische relatie, Opvoeden vertrekt vanuit ons eigen referentiekader en zinontwerp, Opvoeden gebeurt met persoonsbevorderende handelingen en omgangsvormen en Opvoeden is intentioneel en toekomstgericht. Dit document helpt je bij voorbereiding op het schriftelijk examen, de reflectieve opdrachten en de mondelinge verdediging door kernconcepten, filosofische achtergronden en praktische toepassingen duidelijk uit te leggen.

Vista previa del contenido

Samenvatting pedagogiek
Docent: Evelien Schoenmakers

Doel theoretisch deel
• Algemene pedagogiek
• Opdoen van theoretische kaders en inzichten
• Aanleren en hanteren van pedagogisch vakjargon
• Om anders & beter naar de pedagogische situatie en jouw pedagogisch handelen te
kijken
• Opvoeden zien als een zinontwerp en het doorgeven van betekenissen
• Houding van stilstaan bij de betekenissen die jij wil doorgeven in de opvoeding

Leren op een actieve en persoonlijke manier
• Een persoonlijk engagement aangaan
• Vertrekken vanuit jouw eigen persoonlijke situatie en betekenisgeving
• Je eigen leerproces in handen nemen (en zo nodig onderdelen inhalen)
• Actieve betrokkenheid, interactie, voorbereiding & aanwezigheid
• Inzichtelijk, diepgaand leren

Evaluatie
• Reflectieschrift: 65% (geen 2de examenkans)
o Tussentijdse upload: 15% (vooral inzet, volledigheid en uitgebreidheid
reflecties)
o Mondelinge verdediging: 50% (diepgang en kwaliteit reflecties +
besluitvorming)
• Schriftelijk examen: 35%
o Inzichts- en toepassingsvragen
o Inzicht in achterliggende mensbeelden vanuit filosofische stromingen
(readerteksten)


Inhoudstafel
1. Inleidend hoofdstuk............................................................................................................................4
1.2 Het begrip opvoeding...................................................................................................................4
1.2.1 Etymologische woordverklaring.............................................................................................4
1.3 Historiek van het gezin als opvoedingsmilieu...............................................................................4
1.3.1 Inleiding.................................................................................................................................4
1.3.3 Het humanisme (denkstroming 1400-1650)..........................................................................5
1.3.4 De Verlichting (denkstroming 1650 - 1800)............................................................................5
1.3.5 De invloed van de industriële revolutie (vanaf 1750).............................................................5
1.3.6 De romantiek (denkstroming 1800 - 1850)............................................................................6
1.3.7 Pedagogische ideeën vinden hun weg naar de praktijk (vanaf 1850)....................................6


1

, 1.3.8 Het traditionele kerngezin (vanaf 1900).................................................................................6
1.3.9 Het moderne gezin (vanaf de jaren ‘50).................................................................................6
1.3.10 Het post-moderne gezin (21ste eeuw) ..................................................................................7
1.4 De essentie van het verschijnsel opvoeding.................................................................................7
1.4.1 Nood aan een (formele of inhoudelijke) definitie..................................................................7
1.4.2 Volgens auteurs uit de vakliteratuur......................................................................................8
1.4.3 Poging tot definitie vanuit de eigen ervaring.........................................................................9
1.4.4 De wezenskenmerken van opvoeding....................................................................................9
1.4.5 Samenvattende definitie: zowel formeel als inhoudelijk......................................................11
Hoofdstuk 2: Opvoeden is in relatie staan............................................................................................12
2.1. Opvoeden als tussenmenselijk verschijnsel...............................................................................12
2.1.1 Inleiding: de pedagogische relatie.......................................................................................12
2.1.2 De relatie als een wezenlijke ontmoeting: buber.................................................................12
2.1.3 Functionele opvoeding........................................................................................................14
2.1.4 Existentiële opvoeding: zijnservaringen en zijnsontmoetingen...........................................15
2.1.5 De invloed van de verschillende pedagogische milieus........................................................16
2.2 Opvoeding en hechting...............................................................................................................18
2.2.1 Inleiding: de hechtingstheorie.............................................................................................18
2.2.2 De 4 verschillende hechtingsstrategieën..............................................................................20
2.2.3 Het belang van een gezonde hechting.................................................................................26
2.2.4 Ouderlijke zorg en intergenerationele overdracht...............................................................29
2.2.5 Besluit: het model van de intergenerationele overdracht van gehechtheid........................32
2.2.6 Belang van hechting als toekomstig orthopedagogisch begeleider......................................32
Hoofdstuk 3: Opvoeden gebeurt in een asymmetrische relatie............................................................33
3.1 Inleiding: Gelijkheid versus gelijkwaardigheid............................................................................33
3.2 De vrijheid en verantwoordelijkheid van de opvoeder...............................................................33
3.2.1 Verantwoordelijkheid...........................................................................................................33
3.2.2 Vrijheid................................................................................................................................33
3.3 Zorgverantwoordelijkheid: Levinas.............................................................................................34
3.4 De balans tussen verantwoordelijkheid van de opvoeder en zelfregie van de cliënt..................37
Hoofdstuk 4: Opvoeden vertrekt vanuit ons eigen referentiekader en zinontwerp..............................38
4.1 Onze ideaalvorming....................................................................................................................38
4.1.1 Inleiding...............................................................................................................................38
4.1.2 Drie wegen naar ideaalvorming...........................................................................................38
4.1.3 Van zijnservaringen tot overtuigingen.................................................................................39
4.2 Op zoek naar een zinontwerp.....................................................................................................40

2

, 4.2.1 Mijn zinontwerp...................................................................................................................40
4.2.2 Het zinontwerp van de opvoedeling....................................................................................40
4.2.3 Het existentialisme van Sartre.............................................................................................40
4.3 Ons cultureel referentiekader.....................................................................................................43
4.3.1 Inleiding: cultuur als opvoedingsmilieu...............................................................................43
4.3.2 De essentie van de structurentheorie..................................................................................43
4.3.3 De impact van F- en G-structuren op opvoeding.................................................................45
4.3.4 De drie-stappenmethode van Pinto.....................................................................................46
Hoofdstuk 5: Opvoeden gebeurt met persoonsbevorderende handelingen en omgangsvormen........46
5.1 Inleiding: Instrumenteel of lineair-causaal denken.....................................................................46
5.2 Persoonsbevorderend: Gericht op groei.....................................................................................47
5.2.1 Aansluitend bij de natuur van de opvoedeling.....................................................................47
5.2.2 Aansluitend bij het zinontwerp van de opvoedeling............................................................48
5.2.3 Aansluitend bij het ontwikkelingsniveau van de opvoedeling..............................................51
5.3 Handelingen: pedagogische middelen........................................................................................53
5.3.1 Inleiding...............................................................................................................................53
5.3.2 Terminologie........................................................................................................................53
5.3.3 Ordeningscriteria m.b.t. de pedagogische middelen...........................................................54
5.4 Omgangsvormen: Opvoedingsklimaat en opvoedersrepresentatie............................................56
5.4.1 Opvoedingsklimaat..............................................................................................................56
5.4.2 Opvoederspresentatie.........................................................................................................57
5.4.3 Alfie Kohn.............................................................................................................................57
Hoofdstuk 6: Opvoeden is intentioneel en toekomstgericht................................................................58
6.1 Intentionele opvoeding...............................................................................................................58
6.1.1 Systematische opvoeding.....................................................................................................59
6.1.2 Incidentele opvoeding.........................................................................................................59
6.2 De grenzen en toekomstgerichtheid van opvoeding...................................................................60
6.2.1 De start van opvoeding........................................................................................................60
6.2.2 De reguliere en permanente opvoeding..............................................................................60
6.2.3 Zelfopvoeding......................................................................................................................60
6.3 Pedagogische doelen..................................................................................................................60
6.3.1 Inleiding: Intrinsieke en extrinsieke pedagogische doelen...................................................60
6.3.2 Emancipatie.........................................................................................................................61
6.3.3 Socialisatie...........................................................................................................................62
6.3.4 Zelfrealisatie.........................................................................................................................63
6.3.5 Verantwoordelijkheid...........................................................................................................64

3

, 1. Inleidend hoofdstuk

1.2 Het begrip opvoeding

1.2.1 Etymologische woordverklaring
Etymologie = de wetenschap die de herkomst en geschiedenis van woorden bestudeert

Pluim (1992):
 Paedagoog: Afkomstig van het Griekse ‘pais’, dat kind betekent. (2e
naamval: paidos) + agõgos (brenger, gids), afgeleid van ‘agein’ (voeren,leiden).
Bij de Grieken had men slaven, aan wie men het opzicht over de
jongens toevertrouwde. Deze slaven moesten de knapen naar het
gymnasium brengen en er vandaan halen en hen tot op zekeren leeftijd overal
vergezellen. Deze slaven nu heetten paedagogen. Onder hen had men vele
ontwikkelde lieden, die inderdaad in plaats van oppassers leermeesters, opvoeders der
jeugd waren. Zoo kreeg het woord paedagoog zijn tegenwoordige betekenis van
opvoedkundige.

Pedagogie(k), orthopedagogie(k)
• Agogie: het handelen, het doen, de praktijk, het begeleiden van veranderingen
• Pedagogie: het opvoeden/begeleiden van kinderen
• Pedagogiek: wetenschap van het handelen, theorievorming m.b.t. opvoeden
• Ortho = recht, juist  begeleiden van kinderen met een ontwikkelingsstoornis
• Orthopedagogie: handelen, opvoeden op de juiste manier (= vanuit de
orthopedagogiek)

Terminologie:
 Orthopedagogiek = “de studie van methodische, integratieve, ethische en
betekenisvolle sociale interacties en ondersteuning in opvoedkundige situaties die
als problematisch ervaren worden, met als doel de leefsituaties, kwaliteit van
leven en participatie in de maatschappij van alle betrokkenen te verbeteren, en
dit door wetenschappelijk onderbouwde kwalitatieve en kwantitatieve
onderzoekmethoden.”

 (ortho)pedagoog = iemand die op een systematische manier bouwt aan de
theorievorming binnen de (ortho)pedagogiek en van daaruit gaat (be)handelen
 Orthopedagogisch begeleider/opvoeder: Iemand die, vertrekkend vanuit de
(ortho)pedagogiek, de kennis en kunde om op te voeden/ te begeleiden bezit en
realiseert.

1.3 Historiek van het gezin als opvoedingsmilieu
1.3.1 Inleiding
Het gezinsleven in Europa is in de afgelopen eeuwen drastisch veranderd
 Gezinsvorm
 Verdeling opvoedingstaken
➡️ zo ook de kijk op opvoeding

4

Información del documento

Estudio
Subido en
6 de junio de 2026
Número de páginas
66
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$7.18

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Tess_psychologie
3.8
(77)
Vendido
574
Seguidores
273
Artículos
15
Última venta
3 año hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes