--> Professioneel sociaal werk ontstaat pas op het einde van de 19e eeuw
Sociaal werkpraktijk in middeleeuwen (476 –1500)
De Middeleeuwen is driestandenmaatschappij:
Geestelijken
Adel
Boeren (later in steden ook ambachtsmannen, handelaars…)
Groot verschil in welvaart. Boeren zijn kwetsbaar vr armoede,
honger, ziekte…
Kerk = dominant:
1) Kerk predikt rol van armen: ‘Geven aan de arme, is geven aan God’
De zorg voor armen, zieken en anderen in nood… is verbonden met
charitas = rijken geven aan armen.
2) Kloosters richten zelf zorg(-instellingen) op. bvb: Franciscus
7 schilderijen (barmhartigheid) = materieel
Maar ook immateriële vormen van liefdadigheid bestaan: de onwetenden
onderrichten, de twijfelaars goede raad geven, de bedroefden troosten, de
zondaars vermanen, lastige personen geduldig verdragen, beledigingen
vergeven en voor de levenden en overlevenden bidden.
Nuancering van caritas: (liefde)
o hulp heeft ook collectief belang
o beschermt de gemeenschap tegen diefstal, bedelarij, landloperij.
elke lokale gemeenschap de eigen armen en behoeftigen moest voeden.
Criteria voor hulp: = ‘the deserving poor’
Ongeschiktheid (onvermogen om zelf in levensonderhoud te
voorzien)
Nabijheid (in verblijfplaats en verwantschap om ‘hulp-zwerven’ te
voorkomen)
Meegaandheid (fatsoenlijk en niet ordeverstorend, de armoede
‘waardig’ dragen)
, Keizer Karel De Grote (800) neemt nieuwe maatregelen: in tijden van
honger beschermt keizer het volk door regels op te leggen aan
grootgrondbezitters
‘Geven aan de arme’ wordt in regels gegoten
Differentiatie in de zorg: passantenhuizen (voor arme doortrekkende
reizigers, vondelingen en wezen, zieken en melaatsen, psychiatrisch
patiënten)
Sociaal werkpraktijk in nieuwe tijd (1500 – 1789)
Twee nieuwe stromingen vanaf 1500:
1. Humanisme: focus op menselijke vrijheid en vooruitgang. Het
beschouwt mensen als enige verantwoordelijk voor ontwikkeling van
individuen
2. Protestantisme: Christelijk geloof dat zich afzet tegen kerk. Deugden
als hard werken, zelfdiscipline, persoonlijke verantwoordelijkheid,
soberheid, naastenliefde, kritische houding staan centraal
Nieuwe kijk op armoede en zorg:
• Geloof in maakbare samenleving én mens (vs wil van God)
• Individu én samenleving dragen verantwoordelijkheden.
• Opvoeding, onderwijs en arbeid als redding uit armoede en uitsluiting.
Humanisten (zoals Vives) beïnvloeden kijk op welzijn en zorg
Armenbeleid wordt vooral zaak van de overheid
’Valse’ armen onderscheiden van ‘echte’
Bedeling differentiëren naar gezinssituatie, invaliditeit en inkomen
Keizer Karel V (1519 – 1556) volgt Vives’ ideeën: