1. Inleidend
Het sociaal werk is een werk van velen, van zowel formele als informele
actoren. Het is vaak een wisselwerking.
In sommige domeinen komen er naast de overheid en het middenveld ook
meer en meer commerciële actoren op het terrein.
In het sociaal werk is het geheel dan ook meer dan de som van de delen.
2. Formele en informele actoren
FORMELE ACTOREN
= beroepskrachten
o Dit zijn professionele sociaal werkers in dienst van
- overheid (bv.: jeugddienst van de gemeente, OCMW, bibliotheken
en stedelijke musea, …)
- middenveld (bv.: mutualiteiten, vakbonden, centra geestelijke
gezondheidszorg, jeugdverenigingen,…)
- commerciële organisaties
- In eigen dienstverband (zelfstandigen)
o De beroepskrachten hebben een specifieke opleiding gehad ifv het
beroep
o De beroepskracht wordt verloond voor zijn werk
- door de gebruiker zelf
- door overheid rechtstreeks of onrechtstreeks via subsidiering
INFORMELE ACTOREN
= burgers en gemeenschappen
o Mantelzorgers: Familie, vrienden, buren die zorg bieden aan naasten
o Vrijwilligers
, o Gemeenschapsinitiatieven: lokale groepen en netwerken die
informele steun en activiteiten organiseren zoals buurtverenigingen
en zelfhulpgroepen
o Religieuze en culturele gemeenschappen die vanuit hun gedeelde
achtergrond ondersteuning bieden aan elkaar.
- helpen op vrijwillige basis
- werken meestal gratis of tegen een vrijwilligers- of
onkostenvergoeding
- hebben geen specifieke vooropleiding gehad
De formele en informele actoren kunnen zich op verschillende manieren
verhouden tegenover elkaar.
SUBSTITUTIE (= vervangend): betekent dat één vorm van hulp of
ondersteuning de andere vervangt.